***
Noot van de schrijver vooraf: Dit verhaal is volledig verzonnen, elke gelijkenis met de werkelijheid berust op puur toeval. Verder is het geenszins de bedoeling van de auteur de in het verhaal genoemde – fictieve – personen te beledigen, kwetsen of belachelijk te maken. Deze personen zijn overigens samengesteld uit namen die willekeurig uit het telefoonboek geplukt zijn. Elke overeenkomst met bijvoorbeeld de President-directeur van de Nederlandse Spoorwegen of de directievoorzitter van NS Reizigers, berust dan ook op louter toeval. De Mol, die zich hier wil verrijken met sms-diensten, is geen ‘familie van…’
Alleen de koffiejuffrouw bestaat echt, maar zij vond het wel een eer om in dit verhaal te figureren, mits ze onherkenbaar in beeld zou komen. Om die reden heb ik haar zwaar Rotterdamse accent onvermeld gelaten. De schoonmaker is – zoals gebruikelijk – niets gevraagd.
***
Donderdagavond, begin februari. De laatste uren van de dag tikken rustig weg. Ik heb een rangeerdienst en loop over het perron van spoor vijf en zes in Eindhoven. Als ik in noordoostelijke richting de hemel in kijk, zie ik een vallende ster. Ik wil altijd van alles en voor iedereen tegelijk, maar nu het erop aankomt kan ik geen enkele wens bedenken. Ik hef mijn schouders een keer op als verontschuldiging voor het de gebrekkige communicatie, als de meteoor plots van richting verandert. Het zal toch geen UFO zijn? Draai dan maar weer om. Vroeger was ik een echte sciencefiction-fanaat, maar als je tien jaar over het Nederlandse spoor boemelt heb je alle science wel als fiction voorbij zien komen. Ik kijk nog eens goed naar het onbekende vliegende object dat steeds dichterbij komt. Het heeft akelige tentakels die naar alle kanten uitsteken en waarmee het alles verslindt wat te dicht in de buurt komt. Nee, dit kan toch niet? Droom ik soms? Ik kijk nog eens goed, ik volg het terwijl het de laatste meters daalt. Geen vergissing mogelijk, dit is een SNEEUWVLOK!
Geschrokken doe ik een stap van voor naar achter, van links naar rechts – het lijflied van het CDA – en bedenk wat ik het beste kan doen. Kalm blijven, het radicale midden houden, dat lijkt me nu het belangrijkste. Op het hoofdkantoor zal eerst een vlokkentest moeten uitwijzen of het werkelijk om in kristalvorm bevroren water draait, zo ja, waar dat water dan van afkomstig is en wie er voor de schade gaat opdraaien. Het kan nog dagen duren voordat de uitslag de werkvloer bereikt.
Die avond is het stil in het personeelsverblijf. Iedereen kijkt naar de finale van ‘De Stem van Nederland’. De gedoodverfde winnares laadt zich op voor de slotnoot. Haar houding is nu extra belangrijk. Deze ene uithaal zal haar wereldfaam en een extravagant leven gaan bezorgen. Ze opent, sensueel knipogend in de camera, haar mond. Dan klinkt er een ijzingwekkende schreeuw.
‘Code Róód! Code Róóhóód!’ Met wild ontregeld haar stormt Ingrid Thijssen van achter de coulissen het podium op. Ze ziet er een tikje ontredderd uit, maar er brandt een vuur in haar ogen dat boekdelen spreekt: ‘Code Rood, en daar gaan jullie helemaal niets van merken.’
Angela Groothuizen stort zich huilend in haar armen. ‘Meid, wat een emotie in die stem, wat een emotie, ik krijg er kippenvel van.’
Ook De Mol pinkt een traantje weg. Het sms’ en had nog moeten beginnen.
Op een geheime locatie komen ondertussen de rayonhoofden bijeen. Zij kennen de werkvloer. Zij hebben oplossingen. Weg met al die spooktreinen, treinen die wel rijden maar waarvan niemand de bestemming kent of juist opgeheven treinen die naar een zijspoor zijn afgerangeerd terwijl ze volgens de computerschermen vrolijk hun rondje draaien. Het belangrijkste is nu de juiste informatie in de aanwijzers boven het perron te krijgen. Dat moet allemaal met de hand ingetypt worden via een gehackt programma, vandaar deze geheimzinnigheid. Monnikenwerk, maar In tijd van nood, verdient de plp zijn brood, een tegeltjeswijsheid die al bij oma boven het aanrecht hing. Slechts één van de procesleiders perron bezwijkt onder de spanning. Hij loopt rondjes rond de tafel en schreeuwt voortdurend tegen zichzelf: ‘This is not a drill, this is not a drill.’
Zijn traumatische oorlogsverleden is echter bij alle andere plp’s bekend. In militaire dienst was hij het hulpje van een geestelijk verzorger die hem overal als Miss. Dienaar introduceerde.
Rond de stations loopt alles op rolletjes. Het treinpersoneel staat op scherp. Code Rood, daar maak je geen grappen over. Een erg punctuele machinist, die, weer of geen weer, zo energiezuinig mogelijk wil rijden, dreigt zonder conducteur te vertrekken als deze niet heel snel de aftocht blaast. Een strenge conductrice toont geen genade: ‘Meneer, zonder stempel is dit kaartje niet geldig. Dat is al jaren zo en vandaag is geen uitzondering. Wat zegt u? Waar u een stempeltje moet halen? Wat dacht u van Bartlehiem?’
De Groepsraad volgt alles vanuit de hoogte. Ook zij hebben zicht op een UFO en ook zij weten niet zo goed wat ze ermee aanmoeten. De koffiejuffrouw fluistert tegen zichzelf, zodat iedereen rond de tafel het hoort, dat zij het ongezond vindt dat Ingrid Thijssen al een uur buiten staat af te koelen. ‘Maar ja, wie luistert er naar de vrouw die enkel de koffie rondbrengt?’
‘Buiten staat af te koelen?’ Bert Meerstadt veert op. ‘Staat ze na al dat bloed, zweet en tranen buiten af te koelen? Bij een gevoelstemperatuur van bijna dertig graden onder nul?’ Hij sprint naar de lift. Daar houdt een schoonmaker hem tegen.
‘Nee, meneer Meerstadt. Code Rood weet u wel? Geen liftgebruik voor u bij Code Rood! Alleen wij en catering.’
Met flinke vertraging vindt hij Ingrid Thijssen uiteindelijk bij het monument in de speeltuin. De fiere houding waarin ze is bevroren, laat een daadkrachtige leider zien. ‘Blijf hier nog maar even staan. Als in de ochtend de zon door je glazen huid breekt, zal je oogverblindend stralen,’ fluistert Bert tegen de ijssculptuur. ‘Teken van een mooie overwinning op de winter, gefeliciteerd. Dat je geheel op eigen houtje, zonder een gedegen vergadering te beleggen, de eerste twaalf stappen van Code Rood hebt overgeslagen, zullen ze je misschien nog wel vergeven. Maar de jaloezie omdat je je ook nog ‘Stem van Nederland’ mag noemen..?!





























