Aside

Een verhaal met plezier gelezen? Gelachen, gehuild, verontwaardigd instemmend geknikt of hoofdschuddend aan de kant geschoven? Als het aan NS ligt, kan het straks allemaal niet meer…

Teken hier de petitie.

Klik hier voor meer informatie

Petitie

Perplex

Hogedrukreiniger

Zoals bekend is de cabine van de machinist een vrijwel hermetisch gesloten ruimte. De portofoonverbinding met de hoofdconducteur is tot op de laatste accucel leeggezogen en de enige duplexverbinding, die met de treindienstleider, moet als simplex gezien worden ten einde het langs elkaar heen praten tot een minimum te beperken.

Privé communicatiemiddelen zijn ten strengste verboden en met het enige apparaat dat de machinist van de broodnodige reisinformatie zou moeten voorzien om ten minste de reizigers ervan te verzekeren dat ze zich op het juiste spoor bevinden: de railpocket – door de directie met ingehouden hoongelach aangekondigd als een ‘soort van’ iPhone – kun je niet bellen, geen verbinding maken met het internet en uitsluitend mailen met je direct leidinggevende.

Toch heb ik mijn cabine nooit beschouwd als een gevangenis, integendeel, deze kleine ruimte gaf en geeft me nog altijd een groots gevoel van vrijheid. Dat ik de aansluiting met de moderne maatschappij daardoor enigszins mis loop, bewees mijn zwager afgelopen weekend op een verjaardag:

‘Ik was met de hogedrukreiniger het gras aan het afsproeien! Roept de buurman dat ik teveel lawaai maak op een zondag. Wat vind je daar nou van?’

Simplex, duplex; ik kon alleen maar instemmend knikken.

Meeloper

Dwingeloo

Nacht. Stil en donker op de Dwingeloose hei. Acht jongens van twaalf en dertien jaar oud ademden zachtjes in kleine, met stapelbedden gevulde ruimte. Niemand sliep. Na twee dagen van gedwongen rust – in Dwingeloo leefde men nog aan de hand van zware, zwarte bijbels – hing er een spanning tussen de bedden die wel tot een ontlading moest komen. Zes jongens maakten zich op voor een kussengevecht. Geen eerlijk gevecht, maar alleen tegen een. Twee jongens hoopten, baden met hart en ziel dat zij niet het doelwit van deze razernij zouden worden.

Het lot viel op Remco. Een kleine jongen – net als ik – met een uitgesproken Gronings accent. Dat moet de voornamelijk uit de Randstad afkomstige jongens net zo vreemd in de oren geklonken hebben als mijn zachte Brabantse G. Als buitenbeentjes binnen de groep waren we de laatste twee dagen steeds bij elkaar in de buurt gebleven. De jager aast immers vooral op een prooi die alleen is.

De volgende ochtend werd onze groep door de kampleiding bijeen geroepen. Remco was naar huis, zijn ouders waren hem komen halen. Wat was er gebeurd, hoe was het mogelijk dat de hele groep zich tegen die kleine, wat verlegen jongen uit Groningen keerde? Ik kon me gelukkig afzijdig houden. Ik had hem in de steek gelaten maar toch had Remco mij nog zijn enige vriend op het kamp genoemd.

Twee jaar later kwam ik bij een jongen in de klas die ook opviel. Hij was groot, sterk en ronduit lomp. Niet in zijn manier van praten, maar in zijn beweging. We stonden dan ook altijd gelaten naast elkaar bij de gymles te wachten wie er gekozen zou worden in een groep en wie er toegewezen moest worden.

Ik sprak Marcel weleens in de pauze en omdat we dezelfde kant op moesten, fietste ik geregeld een stukje met hem mee. Bij hem thuis ben ik nooit geweest. Hij liet niemand binnen omdat zijn vader blind was en hij het huishouden moest doen.

Laat op een woensdagmiddag zaten we in een geschiedenisles op de bovenste verdieping van de school, toen Marcel plotseling stil leek te vallen. Hij bewoog niet meer en staarde naar een punt in de verte. Een straaltje speeksel stroomde uit zijn rechter mondhoek, over zijn kin op zijn zwarte trui.
‘Alles goed Marcel?’ vroeg de geschiedenisleraar bezorgd.

Alsof een onzichtbare vinger hem een zetje gaf, werd Marcel weer een mens. Hij trok de zwarte trui die hij droeg over zijn hoofd, zodat hij in een geel T-shirt in de bank kwam te zitten, zuchtte een keer overdreven alsof hij van een grote last verlost was en nam een houding aan dat wat hem betreft de les gewoon verder kon gaan. Niet veel later zou blijken dat Marcel net een milde aanval van epilepsie had gehad.

Nederlands werd gegeven door een leraar die heel populair was bij de leerlingen. Dat wil zeggen: hij was vaak ziek. Meneer Van der Loo zat achter een bureau op een verhoging midden voor de klas toen Marcel plotseling voor zijn neus opstond, zijn tas inpakte en het leslokaal verliet. Het verbaasde iedereen, maar niemand die Marcel iets vroeg.

‘Zien jullie hoe moeilijk die jongen het heeft?’ Het moeten zo ongeveer de laatste woorden zijn geweest die de leraar Nederlands dat schooljaar heeft gesproken. Het was pas oktober.

Ja, wij zagen hoe moeilijk die jongen het had. Dat wil zeggen; wij zagen nu hoe moeilijk die jongen het had. De hele klas was plotseling tot besef gekomen hoe moeilijk Marcel het had en al die tijd al had gehad.

Enkele weken later, aan het eind van de pauze, werd Marcel vlak voor het klaslokaal door een jongen uit een andere klas aangevallen. Heel even rolden ze samen over de grond. Hoewel die andere jongen bij een populair groepje aandachttrekkers hoorde, klonk uit de massa een meisjesstem: ‘Kom op Marcel!’

De vreemdeling die merkte dat hij zijn publiek kwijt was, maakte zich uit de voeten. Een klein druppeltje felrood bloed op het gele T-shirt van Marcel gaf hem een minuut of twee een sterstatus. Een kleine gebeurtenis die ik me dertig jaar na dato nog als de dag van vandaag herinner.

Meneer Van der Loo is nooit meer op school terug gekomen, Marcel kreeg zoveel last van epileptische aanvallen dat hij al snel geen lessen meer kon volgen aan het reguliere onderwijs. Eén klasgenoot is hem nog een keer gaan opzoeken in het instituut waar hij nu verbleef. Hij haatte de lange pauzes. Die klasgenoot was niet ik, en hoewel het nooit te laat is, heb ik daar nog altijd spijt van.

Pas nu besef ik dat ik in al deze gebeurtenissen tot de meelopers heb behoord. Ik heb nooit iemand aangevallen of uitgescholden om erbij te horen, maar ik heb ook nooit een vinger uitgestoken om te helpen. En als ik in de afgelopen vier maanden één ding geleerd heb, dan is het dat passief toekijken bij een slachtoffer moeilijker te genezen wonden slaat dan de snijdende pijn van het pesten of schelden zelf.

De slachtoffers van pesten valt niets te verwijten, maar het zijn ook niet de pestkoppen die het ergste leed veroorzaken. Nee, wij zijn het, toeschouwers en zwijgers, die de genadeklap uitdelen. Wij meelopers zijn als enige verantwoordelijk voor het in stand houden van een cultuur waarin pesten levens van kinderen en volwassenen kan verwoesten.

De namen die ik in dit verhaal noem zijn niet verzonnen. Ze horen ook in werkelijkheid bij de beschreven personen. De enige die er zijn echte naam niet mee durft te verbinden, dat is de auteur.

Jan-Kees

PERSBERICHT: JEFFREY ARENZ – GEPEST! 20 APRIL, VILLA2B, ARNHEM.

Nog maar een maand geleden gaf slachtoffer van pesten Jeffrey Arenz een try-out van zijn voorstelling ‘Gepest!’ – door hemzelf steevast ‘show’ genoemd – in Villa2B, Arnhem. Het werd veel meer dan een voorstelling. Veel meer dan hij zelf besefte, gunde Jeffrey de toeschouwer een blik in de toekomst van mensen die als kind gepest zijn.

De avond begon gemoedelijk, als een soort lotgenotencontact. Na even zoeken had Jeffrey zijn draai gevonden en het interactieve spel met de zaal leek hem aangeboren. In tegenstelling tot wat het serieuze onderwerp deed vermoeden, werd het een theateravond vol herkenning en humor waaraan de zaal luidkeels meedeed.

Gaandeweg de voorstelling kwam de diepere grond onder deze zelf-beschermende humor echter steeds pijnlijker bloot te liggen. Pest-slachtoffers voor wie ook de moderne psychiatrie niets meer kon betekenen deden hun verhaal. Op dit punt kreeg Jeffrey in al zijn koppigheid gelijk en veranderde zijn voorstelling in een show. Een waanzinnige, wervelende kolk de diepte in.

Een show die voor een buitenstaander met geen pen te beschrijven is. Een show waarin zichtbaar wordt gemaakt hoe klein de wereld van een slachtoffer van pesten wordt en hoe moeilijk het is – zeg gerust: onmogelijk – daaraan op latere leeftijd te ontsnappen. Een show die voor eens en altijd duidelijk maakt dat pesten niet alleen een kind beschadigt, maar ook de volwassene tot wie het uit had moeten groeien in de kiem smoort.

Een show die zo confronterend, keihard, choquerend en realistisch is, en die tegelijk zo broos, teder en ontroerend kan zijn, zou op alle scholen verplicht in het lespakket opgenomen moeten worden. Misschien is de boodschap kil en ontnuchterend: pesten slaat wonden waarvan de littekens nooit helen, maar als Jeffrey met zijn zeer persoonlijk onthullingen kan voorkomen dat een kind slachtoffer van pesten wordt, redt hij daarmee niet één kind, maar misschien wel en hele generatie.


Een show die te belangrijk is om te missen. Voor iedereen die gepest is, gepest wordt en voor de enkeling die niet toekijkt maar een helpende hand biedt. Dit seizoen alleen nog te zien op 20 april bij Villa2B in Arnhem. Kaarten zijn te verkrijgen via Jeffrey-Arenz.nl en telefonisch te reserveren via 084-0034910.

15 gevaarlijke minuten

15min01_550x

 

Als machinist van de Nederlandse Spoorwegen moet je vijf minuten voor vertrektijd bij je trein aanwezig zijn. Een uiterst redelijke verplichting. Je moet immers controleren of de remmen werken, de veiligheidsmiddelen aanwezig zijn en je doet een portofoontest met je hoofdconducteur. Dat laatste alleen op niet al te grote standplaatsen en alleen als het niet te druk is. Voor alle machinisten en conducteurs is namelijk slechts één kanaal beschikbaar en je kunt je voorstellen wat er gebeurt als al het treinpersoneel in bijvoorbeeld Utrecht tegelijk probeert te communiceren. Het gevolg haalt jaarlijks meerdere malen de krant.

15min02

Nu is grond echter prijzig, zeker de grond rondom NS-stations. Daarom bevinden zich parkeerterreinen, fietsenstallingen en verblijven voor het personeel steeds vaker op grotere afstand van het station. Toch is de voortijd – de tijd die nodig is voor alle voorbereidende handelingen inclusief het lopen naar en vijf minuten tevoren aanwezig zijn bij de trein – voor machinisten teruggebracht naar vijftien en conducteurs naar slechts tien minuten.

15min03

Omdat van mij geëist is dat ik me in mijn vrije tijd niet langer met spoorzaken bemoei – een assistent MSO (Manager Service and Operations) zei letterlijk tegen mij, na precies vijf jaar loyale inzet als columnist voor het bedrijfsblad Koppeling: ‘Jij kijkt niet door een NS-bril, wij wel,’ waarop drie aanwezigen hun bril een stukje van hun voorhoofd tilden; hijzelf en twee niet brildragende medespelers – start mijn werktijd op het eerste het beste stukje NS-terrein waar ik me in dienst kan melden. Dan heb ik dus precies tien minuten om vijf minuten voor vertrektijd bij mijn trein te zijn, en alle voorbereidende handelingen – zoals het ophalen van een dienstkaartje – gedaan te hebben.

15min04

Op mijn verjaardag kwam ik daarbij achter een goederentrein te staan. Eroverheen klimmen is ten strengste verboden. Er omheen lopen eigenlijk ook, maar als principieel alles verboden is, moet je toch wat.

In deze serie foto’s loop ik de route in tegengestelde richting. Wat timing betreft maakt dat natuurlijk niets uit. Streeftijd is dus tien minuten. Bij vijftien vertrekt de trein definitief.

De tijd start in het personeelsverblijf. Na drie minuten steek ik de hoofdsporen over naar de fietsenstalling. Maar ik boots de situatie na als op spoor 7 in Eindhoven een goederentrein staat en ik dus om moet lopen.

15min05

Zoals je ziet loop ik hier langs de hoofdsporen, kort naast een trein die daar nog 80 km/uur rijdt. Ik loop weliswaar over een looppad, maar of hier lopen nog is toegestaan is onduidelijk.

15min06

Na een kleine zes minuten ben ik bij het einde van de goederentrein. Deze situatie is helder: oversteken is hier NIET toegestaan. Er ligt namelijk een wissel verderop en bovendien ontbreken looppaden. In vrijwel alle standplaatsen is lopen hier verboden. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet hierop toe. Ook machinisten van NedTrain lopen het risico op hoge boetes als ze zich hier langs de baan bevinden. Het management van NS Reizigers in Eindhoven is echter niet op de hoogte van deze regels en eist van zijn machinisten dus gewoon dat ze doorlopen, zeg maar rennen.

15min07

Aan de buitenzijde van het opstelterrein, pal langs de hoofdrijbanen.

15min08

Loop je tegen een hekje van ProRail, bedoeld om mensen van het spoor weg te houden. De ruimte wordt nu erg smal. Volgens de meesten gevaarlijk smal, behalve voor het management te Eindhoven.

15min09_550x

In de verte nadert over spoor 7 een goederentrein.

15min10

Ik blijf hier toch maar even stil staan. Voor mijn eigen veiligheid, maar ik wil ook de machinist van de goederentrein geen hartverzakking bezorgen. Dat is in het donker nog erger en bovendien is dan het station afgesloten en is er geen enkele alternatieve route!

15min11

De goederentrein staat nu zo goed als stil, maar de tijd is bijna om.

15min12

Dit obstakel, een bovenleidingportaal, valt nog redelijk te nemen.

15min13

De goederentrein is gelukkig doorgereden, want hier zou het moeilijker geworden zijn. Je wordt hier het zogenaamde Profiel van Vrije Ruimte binnen gedrongen. Overal ten strengste verboden, behalve…

15min14

Een kleine parkeerplaats, alleen voor een enkele gelukkige die heel vroeg begint.

15min15

Voor de meeste werknemers volgt er een trapje naar beneden…

15min16

… een donker tunneltje in waar niet iedereen in het holst van de nacht doorheen durft. Een echt alternatief is er echter niet. Je kunt langs het station lopen, dat is vooral interessant als je nog drugs wil kopen. Zo af en toe wordt er echter ook iemand doodgeschopt. Dan is Eindhoven weer even in het nieuws.

15min17

Het poortje van het grote parkeerterrein.

15min18_1_550x

Toch nog een mooie tijd. Helaas is de trein nu al vertrokken. En hé? Mijn zwarte Citroën…..?!! Waar is mijn auto?

Wat scherven brengen

Geldrop 'round midnight

Geldrop ’round midnight

Geldrop, zondag 7 april 2013. De dag is net begonnen. Met een hoop kabaal voor de omwonenden van het station. Het geluid van brekend glas.

Letterlijk elke ruit van wachthokje of reclamebord is ingeslagen. Overal ligt glas. Stappen lijkt tegenwoordig synoniem te zijn aan vernielen.

Kun je werkelijk nog zeggen dat je je ‘s avonds – alleen – nog veilig voelt op dat station?

‘Ja,’zal NS volmondig zeggen. ‘Want er hangen camera’s en als de poortjes sluiten…’

Om de sociale controle wat te verhogen proppen we de treinen nog wat voller, maar ik denk dat het voor deze kleine stations bekeken is. Dit zullen spookstations worden. De meesten zijn het al.

Het enige dat hier zou kunnen helpen is menselijke aanwezigheid. Servicepersoneel, iemand aan het loket, een stationsopzichter. Maar dat zijn lang vervlogen tijden, die komen nooit meer terug.

De mens is een kostenpost geworden. En scherven? Ach, die brengen geluk.

Jeffrey Arenz – GEPEST!

GepestJeffrey Arenz; als kind op school gepest, actie ondernomen, stichting opgericht, opnieuw gepest, bloedend op straat achtergelaten. Zo trof ik hem eind 2012, na een optreden bij Pauw en Witteman, aan.

Nog geen drie maanden later, op 8 maart 2012, verliet hij met opgeheven hoofd het gelijkvloerse podium van Villa2b in Arnhem. Zijn droom, een eigen theatershow over pesten, was zojuist werkelijkheid geworden.

Of liever: had hij zojuist waar gemaakt. Aanvankelijk zou hij namelijk eenmalig optreden in Theater Markant te Uden. Daar bleek zijn programma nog niet helemaal af, en werd het een seizoen verschoven.

Maar geen depressieve Jeffrey die avond op Facebook, integendeel. Binnen enkele uren tijd had hij een ander theater gevonden en bovendien de datum twee weken naar voren gehaald. Zijn verhaal moest eruit en stond op het punt geboren te worden.

En dan ontstaat er zo’n magisch moment dat tijd, ruimte en actie precies op het juiste moment en de juiste plaats samenkomen.

Wat overdonderd door het desoriënterende effect van de rook uit zijn eigen rookmachine en de blauwe LED verlichting, vroeg Jeffrey zich hevig geëmotioneerd af waarom niemand, echt niemand een hand had uitgestoken toen hij door zijn pesters de prikkelstruiken in was geduwd.

Jeffrey TheaterDie vraag, die niemand op dat moment aan had zien komen, zeker Jeffrey zelf niet, bepaalde voor een groot deel het karakter van de avond. De vraag: ‘Waarom?’ of: ‘Waarom ik?’ zit diep bij mensen die als kind gepest zijn.

Het werd een soort lotgenotenavond met mensen die door anderen hun leven hadden laten bepalen. Degene die gepest wordt gaat, als het pesten maar lang genoeg duurt, vanzelf geloven dat wat over hem of haar verteld wordt, waar is. De waarheid is.

De keiharde, cynische humor die in hun jeugd gepeste mensen daarbij onderling op elkaar afvuurden, moet een aantal bezoekers gechoqueerd hebben: dit doe je toch niemand aan als je het zelf ooit mee hebt moeten maken?

Jawel dus, waardoor tijdens de show live getoond werd wat gepest worden in je jeugd met de rest van je leven doet. Als je dat als toeschouwer beseft, zie je opeens een heel andere show.

En dan volgt automatisch de vraag: was dit een toevallige samenloop van omstandigheden of heeft Jeffrey de wereld werkelijk wat te vertellen. Ik heb mijn keuze allang gemaakt. Wie twijfelt, moet beslist een volgende editie van Gepest! gaan bekijken.

Gepest 1

Oude Meesters – Judaskus

meesters 1

 

Oude Meesters in het Parktheater op Valentijnsdag, 14 februari 2013. Eén brok nostalgie: De Engerd uit De Stratemakeropzeeshow en Sinterklaas.

Goed en kwaad, dat speelden beide grootmeesters van het Nederlandse toneel in Oude Meesters ook. Cynische, zelfingenomen, haatdragende broers die elkaar alleen nodig hebben om geld te verdienen.

Het stuk was de acteurs – soms letterlijk – op het lijf geschreven. Geen seconde werd het saai of vervelend. De auteur heeft vooraf heel goed de kleinste gebaartjes van zijn spelers bestudeerd en in zijn stuk ingepast.

Anderhalf uur vermaak waarbij yin en yang in elkaar overliepen maar nooit van kleur wisselen. Als fractals vormden de deeltjes zwart en wit figuurtjes maar alleen als je even je ogen samenkneep werd het grijs. Voortdurend bleef de angel van zwart verankerd in de huid van wit en behield wit een enclave in het zwarte hart.

Mooi Valentijns-toneel hoewel het stuk de diepgang had van een stoomboot in een opgedroogd Pierebadjeopzee en heel misschien hadden deze mastodonten daarom net een tikje beter script verdiend.

meesters 2 buigen

 

JUDASKUS

.

Haat hem,

Of houd van hem.

 .

Bijt hem,

Of lik hem.

Kus hem,

Of omarm hem.

.

meesters 3 af

Het stuk deed me sterk denken aan Rocco – A Dark Full Ride van Emio Greco dat ik eerder dit seizoen in het Parktheater zag. Broederliefde, inclusief de onafscheidbare broederhaat, werd daar gedanst als een bokswedstrijd. Ballet in de ring met het publiek daar als beroepsgokkers omheen.

Greco boks 2Synchroon-boksen zou zo een Olympische sport kunnen worden en ik moet toefgeven dat ik – ondanks psychisch verzet – als een sportliefhebber in de wedstrijd werd meegezogen. Terwijl ik een bloedhekel heb aan sport op tv. Een wedstrijd vechtballet dan maar?

Tijdens de uitvoering van Rocco zag je de liefde uit de broederlijke haat/liefde-verhouding van kilometers ver aankomen. Vlak voor de bel van de Tweede Ronde kon een tongzoen met het ‘meisje’ dat snoep rondbracht niet uitblijven.

Dat lag in het geval van Joost Prinsen en Bram van der Vlugt natuurlijk wat ingewikkelder. Hoewel, ik weet niet of het de landelijke schandaalpers zal halen, het volgende is door beide Oude Meesters toegegeven: Sinterklaas heeft het zoenen in zijn jeugd mogen oefenen op de toen zevenjarige Erik Engerd.

Greco boks 3

Pay It Forward

payitforward

Haley Joel Osment in Pay It Forward

(Mompel)… bedankt en wat … nog gaan… (mompel) doen. Onder het voorbij lopen, waarbij hij me op zo min mogelijk plaatsen tracht te raken, duwt hij een klein papiertje in mijn hand, formaat visitekaartje. Rechts onder op het kaartje staan in een zwart kader drie woorden: Pay It Forward.

   Ik denk onmiddellijk aan de film die ik jaren geleden zag. Haley Joel Osment, die met zijn gekwelde blik en helder blauwe ogen zeker vijftig procent van de opbrengst van de film The Sixth Sense voor zijn rekening nam, was zwaar overcast voor deze productie, maar het principe van Pay It Forward werd er wereldwijd mee bekend:

  Bedank iemand niet achteraf voor wat hij voor zij voor je gedaan heeft, maar doe iets aardigs zonder er iets in ruil voor terug te vragen. Doe iets vooraf. Als iedereen dat doet komt er ooit een dag dat iemand hetzelfde voor jou doet.

   Een mooi principe zolang het niet commercieel uitgebuit wordt. In mijn geval twijfelachtig vanwege de commerciële organisatie die achter het kaartje zat, gelukkig niet vanwege de persoon die het mij gaf. Sterker nog, een groter compliment kon iemand die niet gewend was met complimenten te strooien iemand die niet gewend was ze in ontvangst te nemen bijna niet maken.

 PIF  ‘Je mag het niet weggooien hoor, je moet het doorgeven. Dat moet je me beloven,’ wierp de gulle gever me nog net toe voordat hij uit zicht verdween. En daar sta je dan met dat kaartje. Weggooien was precies wat ik in gedachte had, een verhaal zou ik er wel bij verzinnen. Wat kon zo’n kaartje nou helemaal doen? Als er al iets door gebeurde, moest het wel toeval zijn.

   En daar zat ‘m nou net de kneep. Ik heb de laatste jaren iets te veel toevalligheden gezien en beleefd om nog in toeval te geloven. Neem daarbij dat de gever me te dierbaar is om ook maar het kleinste risico te nemen een onsje van zijn geluk te verspillen door het kaartje weg te gooien en ik kon niet anders dan me overgeven aan het principe van Pay It Forward.

  Nu ken ik een hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen – net als ik een uit de personeelsbladen verdreven columnist – die geld inzamelt voor een organisatie die zich inzet voor onderzoek naar kanker. Kleinschalig, waardoor er gegarandeerd geen geld aan de strijkstok blijft hangen. Hij leek me een prima Pay It Forward-object en ik stak het kaartje bij mijn papieren om het in het geval ik hem ooit zou treffen, iets dat tot dan toe een zeldzaamheid was, hem te kunnen overhandigen. Dat kon wat mij betreft nog manden duren.

  Ik had het kaartje echter nog geen 24 uur in mijn bezit, toen deze conducteur op het eerste het beste station waar ik de volgende dag mijn trein moest keren, voor mijn neus stond.
‘Sorry,’ zei hij. ‘Ik heb geen portofoon bij me want ik zou eigenlijk dienst hebben in Heerlen en helemaal niet op deze trein zitten.’

  Toeval bestaat inderdaad niet. Nu moest ik het ijzer smeden terwijl het heet was.

 Om mijn vingers niet direct te branden besloot ik dat smeden uit te stellen tot het keerpunt in Roermond. Ik had degene de het kaartje aan mij gegeven had ondertussen al diverse malen hartgrondig vervloekt omdat ik niet wist wat ik moest gaan zeggen. Maar één ding was zeker: ik ging het kaartje overhandigen.

   ‘Hallo, ik ben Geert.’

   Ik ging er blindelings vanuit dat hij me als mede-dissident binnen de spoororganisatie zou herkennen. En dat was ook zo. Na een paar zinnen heen en weer gekletst te hebben, overhandigde ik hem  het kaartje, waarbij ik liet blijken dat ik wist aan welk initiatief voor kankerbestrijding hij momenteel werkte. Enigszins verbaasd nam hij het kaartje van me aan terwijl ik me snel richting cabine bewoog.

  Nu is personeel dat zich door het management belaagd voelt over het algemeen niet zo heel erg actief op de trein, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. In hoeverre Pay It Forward ermee te maken heeft, kan ik niet beoordelen, maar bij nadering van station Sittard klonk helder en kwiek de stem van de conducteur over de omroep, een stem die ik op de heenweg gemist had en die duidelijk aan kracht had gewonnen sinds onze korte conversatie buiten.

  Kippenvel op mijn armen, een rilling over mijn rug en tranen in mijn ogen. Pay It Forward. Hoe bedenk je zoiets?

  Achteraf is die reactie natuurlijk niet zo vreemd. De nog maar net volwassen jongeman van wie ik het kaartje kreeg, is precies degene die ik als kind wilde zijn: iemand die er alles aan doet zijn droom op een carrière in het theater waar te maken. Een droom die ikzelf veel te vroeg opgegeven heb, maar die de laatste tijd steeds vaker terugkeert. En de zestiger aan wie ik het kaartje doorgaf, staat model voor de man met principes die tegen de verdrukking vasthoudt aan zijn normen en waarden, die ik ooit hoop te worden.

  Heb ik het kaartje dan van mezelf ontvangen en aan mezelf doorgegeven? Dat zou – ondanks het feit dat ik dan drie gedaantes had moeten aannemen – wel heel narcistisch zijn. Harry Jekkers verwoordt het in ‘Mijn Ikken’ veel mooier. Bovendien eindig ik daarmee weer in mijn geliefde Theater:

Je bent die jongen met die rood-oranje vlieger,
Die af en toe nog blij is als het sneeuwt.
Je bent die jongen met lang haar,
Van twintig jaar, met een gitaar,
Die af en toe nog weleens over onrecht schreeuwt.

En soms ben je die jongen weer van dertig,
Van: “Ik weet niet, misschien, bekijk het maar”.
Je bent een dromer, drammer, twijfelaar,
Een ik van veertig jaar,
die nog geen ikje is vergeten,
En nog vaak van ons wil weten,
Maak ik jullie af en toe nog wel eens waar.

 

Met heel veel dank aan beide heren voor en na mij. Ik had het niet willen missen.

 

Einstein

Een weekje Amsterdam, met als hoogtepunt een live-uitvoering van Einstein on the Beach. Dat had het moeten worden. Maar door het vele heen en weergeloop van grote aantallen mensen, verloor de hypnotiserende muziek van Philip Glass sterk aan kracht. Wat over bleven waren de knee plays. En een knieval heb ik deze week gemaakt…

Gemarkeerd - 01

Gemarkeerd - 02

Gemarkeerd - 12

Ja, geef God maar weer de schuld.
Gemarkeerd - 13

Gemarkeerd - 19

Gemarkeerd - 21

Gemarkeerd - 22

Gemarkeerd - 23

Gemarkeerd - 42

Gemarkeerd - 43

Gemarkeerd - 17

Ik ben God… en ik ben een vliegtuig.

Gemarkeerd - 18

Dag God. Dag vliegtuig.

Gemarkeerd - 11

Overal crisis behalve…

Gemarkeerd - 06

Gemarkeerd - 05

Gemarkeerd - 04

Laatste waarschuwing voor Amstelveen.Gemarkeerd - 03

23456

Zelfde foto…

Gemarkeerd - 09

Gemarkeerd - 08

Gemarkeerd - 07

Zelfportret, maar dan geschilderd door Leo Schwarz.
34567

Gemarkeerd - 33

Gemarkeerd - 32

Gemarkeerd - 31

Gemarkeerd - 30

Het Muziektheater / De Nederlandse Opera

Gemarkeerd - 28

Gemarkeerd - 27

Gemarkeerd - 26

Gemarkeerd - 24

Gemarkeerd - 38

Einstein verlaat wat wankelend The Beach

Gemarkeerd - 37

Gemarkeerd - 36

Gelukkig werd de kinderrol serieus genomen. Dat zie je weleens anders. Klasse!

Gemarkeerd - 35

Gemarkeerd - 34

Gemarkeerd - 39

Ja, ik wil hem ook nog wel een keer zien, maar dit zijn maffia-praktijken.