Dinsdag 3 januari 2012. Vandaag wordt het ongelijk aangetoond van mensen die beweren dat één sneeuwvlok de hele treindienst verlamt. We hebben die sneeuw namelijk helemaal niet nodig! Ook zonder winterweer weten we er best een puinhoop van te maken. Daarin geholpen door onze vriend ProRail die, na een dipje en een rotweek, nu stevig de wind van voren krijgt.
We krijgen deze dinsdag ook wel alles tegelijk voor onze kiezen. Dat begint ’s morgens al vroeg, als in Utrecht een reiziger zijn bagage op het perron laat staan en deze koffer vervolgens als verdacht pakket alleen op reis gaat. Op reis met de Explosieven Opruimings Dienst welteverstaan. Gelukkig duurt de blokkade niet lang. Waarschijnlijk komt de eigenaar van de koffer net terug van een verre reis en bestaat zijn bagage voornamelijk uit gebruikte onderbroeken en stinkende zweetsokken, want de politie weet niet hoe snel ze het perron weer vrij moet geven.
Het blijft niet bij deze ene verstoring. Defecte treinen zorgen voor vertragingen tussen Amsterdam en Schiphol, aanrijdingen blokkeren het spoor bij Wolfheze en Tilburg. Een aanhoudend briesje – sommigen noemen het storm of imposant zuidwesterstorm – laat grote takken en struiken in het rond vliegen, blaast pannen van het dak en ontneemt bestuurders van voertuigen het zicht door grote stukken landbouwplastic tegen de voorruit te plakken. Bijsturing (klik hier voor meer informatie over Bijsturing) stuurt zich het vuur uit de polsen om zoveel mogelijk treinen te voorzien van conducteur en machinist. Met meerdere stremmingen tegelijk, geen gemakkelijke opgave. Zeker niet als trein, machinist en conducteur zich op drie verschillende plaatsen bevinden en een kwaadaardige eik hen uit elkaar drijft.
Gelukkig heeft Bijsturing de beschikking over een aantal jokers. In noodgevallen, als de bijstuurder echt geen andere uitweg meer ziet, zet hij die in. Inderdaad, de joker inzetten is een heel oud spoorgezegde. Toevallig ben ik deze dinsdag de klos. (Klos is een ander woord voor joker.) Al vroeg belt Bijsturing Eindhoven mij met het verzoek naar ’s-Hertogenbosch af te reizen. Er is een machinist kwijt en de bijstuurder geeft mij een hele lijst treinnummers op, die ik bij terugkeer in Eindhoven moet gaan rijden. Vlak voordat ik Den Bosch bereik, belt hij echter opnieuw. De verloren gewaande machinist is ondertussen nat maar levend uit het Maaswater gevist en zal zijn dienst zelf rijden. Ik kan gewoon terugkeren naar mijn thuishaven.
Daar aangekomen kruip ik even in de decompressieruimte om de rit virtueel te rijden en zo ontwenningsverschijnselen te voorkomen. Een uurtje later, terwijl ik de computer nog aan het opstarten ben, belt Bijsturing opnieuw en ditmaal is het menens. Wederom vertrek ik naar Den Bosch. Ik rijd terug naar Eindhoven en op en neer naar Weert. Een aardig ritje want als alles goed gaat ben ik rond twee uur terug op mijn standplaats. Officieel loopt mijn dienst tot vanmiddag drie uur, maar je kunt in één uur geen complete slag meer maken. Een mooie gelegenheid om de extra uren die ik de afgelopen weken heb gedraaid, enigszins te compenseren.
Helaas. Er wordt niets gecompenseerd. Een bijstuurder belt me, vlak voor vertrek uit Weert, met de vraag of ik de intercity naar Venlo, bij gebrek aan een conducteur, wil sleutelen. Hij weet dat dit voor mij een te korte overstap in Eindhoven –ik moet praktisch vertrekken op het moment dat ik arriveer– betekent en –erger– een te korte overstap in Venlo. Hij vraagt dus eigenlijk of ik in mijn vrije tijd wil doorwerken. En dat voor zes keer fluiten en sluiten, iets dat de rijdende machinist ook zelf mag doen. Maar ik laat me overhalen en geef –met tegenzin- toe. De bijstuurder reageert opgelucht enthousiast: ‘Dank je wel en de volgende keer maak ik het goed, dan regel ik iets voor jou.’
In Eindhoven haast ik me naar spoor twee. De intercity staat al te wachten, de deuren wagenwijd geopend om mij zo snel mogelijk tot zich te nemen. Gelukkig bevinden zich vanmiddag nauwelijks reizigers op het perron die op het laatste moment nog vragen stellen waarop ik het antwoord niet weet. Ik fluit een keer, sluit de deuren en we vertrekken richting Helmond. De machinist rijdt stevig door. Tot mijn verbazing zijn we op tijd in Blerick, terwijl ik rekening hield met een vertraging van vijf minuten. Ik hoop dat we nergens te vroeg vertrokken zijn. Ik haal nu in ieder geval wel mijn trein terug naar Eindhoven.
Weer een goede daad verricht, maar ik word er niet echt vrolijk van. Dat word ik wel van de gedachte dat ik nu twee gewone dagen vrij ben. Sinds 21 december, ben ik alleen met oud en nieuw thuis geweest, en dat waren geen dagen om boodschappen te doen of uitgestelde klusjes af te maken. Bedenkend hoe ik die twee dagen ga vullen, hoor ik hoe de machinist, vlak voor aankomst in Deurne, de conducteur over de portofoon vertelt dat de Sprinter uit Helmond een aanrijding heeft gehad met een boom en er voorlopig niets rijdt richting Eindhoven. Dit bericht wordt al snel door de stationsomroep overgenomen. De prognose is half zes, ruim tweeëneenhalf uur later. De intercity waarmee ik gekomen ben, keert terug naar Venlo. Ik loop ik naar de Sprinter op spoor drie. Het is zachtjes gaan regenen. Een paar takken die vanaf stroomafnemers langs de trein hangen, wijzen op de botsing met een boom. Verder ziet de trein er goed uit. De boom heeft ernstiger verwondingen en zal worden afgemaakt. Tot die tijd is er geen treinverkeer mogelijk.
Ondertussen worden ik en de rest van het aanwezige treinpersoneel bestookt met vragen van reizigers. Ik blijf continu de prognose in de railpocket volgen, maar die blijft steken op half zes. Dan herinner ik me wat de enthousiaste bijstuurder heeft gezegd. Nu krijgt hij een kans mij terug te betalen door een taxi voor me te regelen. Hij heeft er immers ook voor gezorgd dat ik in Deurne gestrand ben. Het duurt even voor ik Bijsturing aan de lijn heb. ‘Een taxi?’ De stem aan de andere kant klinkt zowel verbaasd als boos, alsof hij een volslagen idioot aan de lijn heeft. Een taxi, hoe haal ik het in mijn hoofd. Er zijn bussen besteld en daar kan ik, net als de gestrande reizigers, mee naar Eindhoven komen. De euforie van twee uur geleden is snel bekoeld. Ik vertel de bijstuurder dat het de laatste keer is dat ik één van deze haastklusjes, die altijd in eigen tijd eindigen, voor hen gedaan heb. Ik kan door de telefoon zien dat hij zijn schouders ophaalt. Op mijn vraag hoe laat die bussen dan komen, geeft de bijstuurder een half uur als antwoord. Dat zou betekenen dat ze er rond 15:45 uur moeten zijn. Ik ga de reizigers nog maar niet inlichten. De kans dat ik ze blij maak met een dode mus, is me te groot.
De zachte miezer heeft ondertussen plaats gemaakt voor stevige regen. Omdat de broodjeszaak wegens vakantie gesloten is en er op de perrons nauwelijks gelegenheid is om te schuilen, wachten bijna alle reizigers in de trein. Gelukkig een oude Sprinter mét toilet, waar dankbaar en veelvuldig gebruik van wordt gemaakt. Ik moet er niet aan denken dat ik nu in een wc-loze SLT zou zitten. De hulptroepen, met koffie en plaszak, zijn vast ergens in de bossen rond Helmond verdwaald. Het station in Deurne heeft geen wachtruimte en ook geen enkele sanitaire voorziening. Ik kan toch moeilijk bij de plaatselijke drogisterij een jaarverpakking Pampers gaan halen. Dat zou nog een mooie verkleedpartij worden ook, om over de lucht maar te zwijgen. Om vier uur nog altijd geen teken van een bus. Om half vijf hetzelfde verhaal. De reizigers wachten gelaten in de trein. Af en toe vraagt iemand wanneer de bussen komen, de meeste mensen weten intussen dat ik die informatie ook niet heb. Het enige antwoord dat ik ze kan geven is dat de prognose nog steeds half zes is. Ik zeg er niet bij dat het ook wel eens veel later kan worden. De eerste prognose is zelden goed.
Wat ik vreemd vind, is dat ook de reizigers in de richting Venlo in de regen en wind moeten blijven staan. Op het baanvak tussen Deurne en Venlo is immers niets aan de hand en er is minstens één intercity, bestaande uit twee gecombineerde Koplopers, beschikbaar. Die heb ik zelf naar Venlo gebracht. Het enige alternatief dat ik reizigers had kunnen bieden, is via Venlo naar Roermond reizen en dan overstappen op de intercity richting Amsterdam. Maar er rijdt niets naar Venlo en hoe kan ik nou een prognose geven voor een versperring die er niet is?
Dan verschijnt er tegen vijf uur plotseling een bus. Het is een bus naar Venlo, maar de hoop herleeft dat er nu spoedig ook een bus naar Helmond zal verschijnen. Die komt een minuut of tien later inderdaad de hoek om draaien. Helaas weet niemand in de trein daar iets van. Als ik me de trein uit haast en samen met enkele tientallen reizigers op het busstation sta, blijkt hij alweer weg te zijn. Om lastige vragen te ontwijken sluip ik terug naar de Sprinter. De meeste andere passagiers blijven in de regen staan. De hoofdconducteur op de Sprinter verhoogt de luchtvochtigheid nog verder door stoom uit zijn oren te blazen. Als hij vervolgens ook nog te horen krijgt dat de trein leeg naar Eindhoven zal worden afgevoerd, draaien zijn ogen weg en ligt het vuur aan zijn schenen. Wild stampend met zijn hoeven draait des duivels hc eerst drie rondjes op het balkon, waarna hij met trillende handen een nummer op zijn GSM intoetst. ‘Ik pieker er niet over! Ik ga niet met een lege trein naar Eindhoven terwijl de reizigers buiten in de regen staan!!!’ De toon is angstaanjagend. Aan de andere kant van de lijn springt iemand met hartkloppingen van zijn stoel.
De woede van de hc bekoelt snel, als er twee nieuwe bussen voor de richting Helmond verschijnen. Bovendien is de aangereden boom -die trouwens wel van rechts bleek te komen- omgezaagd en opgeruimd. Het treinverkeer zal langzaam worden hervat. Ook blijkt er een plausibele reden te zijn om de Sprinter leeg naar Eindhoven te laten rijden. Mogelijk heeft de botsing schade veroorzaakt aan de hoogspanningsinstallatie. Dat moet onderzocht worden, voordat de trein weer als reizigerstrein mag worden ingezet. Logisch natuurlijk. Mocht er toch nog kortsluiting ontstaan, dan komt het personeel wel naar buiten, al dan niet geëlektrocuteerd. Maar een volle trein ontruimen terwijl de vonken rond knetteren, is een ander verhaal. En geroosterde reizigers staan zo onsmakelijk op het NS-menu.
Mijn trein –ik rijd hem naar Eindhoven om de originele machinist terug naar zijn standplaats Venlo te laten gaan– moet nog even in Deurne blijven staan tot iemand van ProRail een eerste inspectie heeft uitgevoerd. Dan mogen we vertrekken. Tegen 18:00 uur loop ik over het perron van spoor 1 in de richting van de parkeerplaats. Precies elf uur nadat ik begonnen ben en bijna acht uur na de laatste – korte – pauze. Balend dat een deel van de twee vrije dagen die ik nu heb, al verloren is. Ik bedenk of ik de volgende keer zo’n onmogelijke haastklus nog wel aan zal nemen. Ondanks alle goede bedoelingen, word je om te beginnen al door de passagiers nagewezen: Kijk, die machinist is te laat, het is zijn schuld dat ik nu ook te laat kom en toch doet hij gewoon rustig aan. En als je dan buiten officiële diensttijd ergens strandt, moet je maar zien hoe je thuis komt. Volgens de systemen van Bijsturing ben je niet meer in dienst, dus zij bekommeren zich niet meer om jou. Alle reden dus om onhaalbare ritten te weigeren. Maar geen enkele fatsoenlijke machinist zal een trein vol mensen laten staan. Dat weten ze bij Bijsturing helaas ook. Daarom zetten ze keer op keer de joker in, en die joker trapt er keer op keer weer in. Want als de trein eenmaal rijdt, verdwijnt alle ellende als sneeuw voor de zon.
Maar ook zonder die sneeuw weten we er een puinhoop van te maken. Daarin geholpen door onze grote vriend ProRail die, na een dipje en een rotweek, nu stevig de wind van voren krijgt…

