PERSBERICHT: JEFFREY ARENZ – GEPEST! 20 APRIL, VILLA2B, ARNHEM.

Nog maar een maand geleden gaf slachtoffer van pesten Jeffrey Arenz een try-out van zijn voorstelling ‘Gepest!’ – door hemzelf steevast ‘show’ genoemd – in Villa2B, Arnhem. Het werd veel meer dan een voorstelling. Veel meer dan hij zelf besefte, gunde Jeffrey de toeschouwer een blik in de toekomst van mensen die als kind gepest zijn.

De avond begon gemoedelijk, als een soort lotgenotencontact. Na even zoeken had Jeffrey zijn draai gevonden en het interactieve spel met de zaal leek hem aangeboren. In tegenstelling tot wat het serieuze onderwerp deed vermoeden, werd het een theateravond vol herkenning en humor waaraan de zaal luidkeels meedeed.

Gaandeweg de voorstelling kwam de diepere grond onder deze zelf-beschermende humor echter steeds pijnlijker bloot te liggen. Pest-slachtoffers voor wie ook de moderne psychiatrie niets meer kon betekenen deden hun verhaal. Op dit punt kreeg Jeffrey in al zijn koppigheid gelijk en veranderde zijn voorstelling in een show. Een waanzinnige, wervelende kolk de diepte in.

Een show die voor een buitenstaander met geen pen te beschrijven is. Een show waarin zichtbaar wordt gemaakt hoe klein de wereld van een slachtoffer van pesten wordt en hoe moeilijk het is – zeg gerust: onmogelijk – daaraan op latere leeftijd te ontsnappen. Een show die voor eens en altijd duidelijk maakt dat pesten niet alleen een kind beschadigt, maar ook de volwassene tot wie het uit had moeten groeien in de kiem smoort.

Een show die zo confronterend, keihard, choquerend en realistisch is, en die tegelijk zo broos, teder en ontroerend kan zijn, zou op alle scholen verplicht in het lespakket opgenomen moeten worden. Misschien is de boodschap kil en ontnuchterend: pesten slaat wonden waarvan de littekens nooit helen, maar als Jeffrey met zijn zeer persoonlijk onthullingen kan voorkomen dat een kind slachtoffer van pesten wordt, redt hij daarmee niet één kind, maar misschien wel en hele generatie.


Een show die te belangrijk is om te missen. Voor iedereen die gepest is, gepest wordt en voor de enkeling die niet toekijkt maar een helpende hand biedt. Dit seizoen alleen nog te zien op 20 april bij Villa2B in Arnhem. Kaarten zijn te verkrijgen via Jeffrey-Arenz.nl en telefonisch te reserveren via 084-0034910.

15 gevaarlijke minuten

15min01_550x

 

Als machinist van de Nederlandse Spoorwegen moet je vijf minuten voor vertrektijd bij je trein aanwezig zijn. Een uiterst redelijke verplichting. Je moet immers controleren of de remmen werken, de veiligheidsmiddelen aanwezig zijn en je doet een portofoontest met je hoofdconducteur. Dat laatste alleen op niet al te grote standplaatsen en alleen als het niet te druk is. Voor alle machinisten en conducteurs is namelijk slechts één kanaal beschikbaar en je kunt je voorstellen wat er gebeurt als al het treinpersoneel in bijvoorbeeld Utrecht tegelijk probeert te communiceren. Het gevolg haalt jaarlijks meerdere malen de krant.

15min02

Nu is grond echter prijzig, zeker de grond rondom NS-stations. Daarom bevinden zich parkeerterreinen, fietsenstallingen en verblijven voor het personeel steeds vaker op grotere afstand van het station. Toch is de voortijd – de tijd die nodig is voor alle voorbereidende handelingen inclusief het lopen naar en vijf minuten tevoren aanwezig zijn bij de trein – voor machinisten teruggebracht naar vijftien en conducteurs naar slechts tien minuten.

15min03

Omdat van mij geëist is dat ik me in mijn vrije tijd niet langer met spoorzaken bemoei – een assistent MSO (Manager Service and Operations) zei letterlijk tegen mij, na precies vijf jaar loyale inzet als columnist voor het bedrijfsblad Koppeling: ‘Jij kijkt niet door een NS-bril, wij wel,’ waarop drie aanwezigen hun bril een stukje van hun voorhoofd tilden; hijzelf en twee niet brildragende medespelers – start mijn werktijd op het eerste het beste stukje NS-terrein waar ik me in dienst kan melden. Dan heb ik dus precies tien minuten om vijf minuten voor vertrektijd bij mijn trein te zijn, en alle voorbereidende handelingen – zoals het ophalen van een dienstkaartje – gedaan te hebben.

15min04

Op mijn verjaardag kwam ik daarbij achter een goederentrein te staan. Eroverheen klimmen is ten strengste verboden. Er omheen lopen eigenlijk ook, maar als principieel alles verboden is, moet je toch wat.

In deze serie foto’s loop ik de route in tegengestelde richting. Wat timing betreft maakt dat natuurlijk niets uit. Streeftijd is dus tien minuten. Bij vijftien vertrekt de trein definitief.

De tijd start in het personeelsverblijf. Na drie minuten steek ik de hoofdsporen over naar de fietsenstalling. Maar ik boots de situatie na als op spoor 7 in Eindhoven een goederentrein staat en ik dus om moet lopen.

15min05

Zoals je ziet loop ik hier langs de hoofdsporen, kort naast een trein die daar nog 80 km/uur rijdt. Ik loop weliswaar over een looppad, maar of hier lopen nog is toegestaan is onduidelijk.

15min06

Na een kleine zes minuten ben ik bij het einde van de goederentrein. Deze situatie is helder: oversteken is hier NIET toegestaan. Er ligt namelijk een wissel verderop en bovendien ontbreken looppaden. In vrijwel alle standplaatsen is lopen hier verboden. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet hierop toe. Ook machinisten van NedTrain lopen het risico op hoge boetes als ze zich hier langs de baan bevinden. Het management van NS Reizigers in Eindhoven is echter niet op de hoogte van deze regels en eist van zijn machinisten dus gewoon dat ze doorlopen, zeg maar rennen.

15min07

Aan de buitenzijde van het opstelterrein, pal langs de hoofdrijbanen.

15min08

Loop je tegen een hekje van ProRail, bedoeld om mensen van het spoor weg te houden. De ruimte wordt nu erg smal. Volgens de meesten gevaarlijk smal, behalve voor het management te Eindhoven.

15min09_550x

In de verte nadert over spoor 7 een goederentrein.

15min10

Ik blijf hier toch maar even stil staan. Voor mijn eigen veiligheid, maar ik wil ook de machinist van de goederentrein geen hartverzakking bezorgen. Dat is in het donker nog erger en bovendien is dan het station afgesloten en is er geen enkele alternatieve route!

15min11

De goederentrein staat nu zo goed als stil, maar de tijd is bijna om.

15min12

Dit obstakel, een bovenleidingportaal, valt nog redelijk te nemen.

15min13

De goederentrein is gelukkig doorgereden, want hier zou het moeilijker geworden zijn. Je wordt hier het zogenaamde Profiel van Vrije Ruimte binnen gedrongen. Overal ten strengste verboden, behalve…

15min14

Een kleine parkeerplaats, alleen voor een enkele gelukkige die heel vroeg begint.

15min15

Voor de meeste werknemers volgt er een trapje naar beneden…

15min16

… een donker tunneltje in waar niet iedereen in het holst van de nacht doorheen durft. Een echt alternatief is er echter niet. Je kunt langs het station lopen, dat is vooral interessant als je nog drugs wil kopen. Zo af en toe wordt er echter ook iemand doodgeschopt. Dan is Eindhoven weer even in het nieuws.

15min17

Het poortje van het grote parkeerterrein.

15min18_1_550x

Toch nog een mooie tijd. Helaas is de trein nu al vertrokken. En hé? Mijn zwarte Citroën…..?!! Waar is mijn auto?

Pay It Forward

payitforward

Haley Joel Osment in Pay It Forward

(Mompel)… bedankt en wat … nog gaan… (mompel) doen. Onder het voorbij lopen, waarbij hij me op zo min mogelijk plaatsen tracht te raken, duwt hij een klein papiertje in mijn hand, formaat visitekaartje. Rechts onder op het kaartje staan in een zwart kader drie woorden: Pay It Forward.

   Ik denk onmiddellijk aan de film die ik jaren geleden zag. Haley Joel Osment, die met zijn gekwelde blik en helder blauwe ogen zeker vijftig procent van de opbrengst van de film The Sixth Sense voor zijn rekening nam, was zwaar overcast voor deze productie, maar het principe van Pay It Forward werd er wereldwijd mee bekend:

  Bedank iemand niet achteraf voor wat hij voor zij voor je gedaan heeft, maar doe iets aardigs zonder er iets in ruil voor terug te vragen. Doe iets vooraf. Als iedereen dat doet komt er ooit een dag dat iemand hetzelfde voor jou doet.

   Een mooi principe zolang het niet commercieel uitgebuit wordt. In mijn geval twijfelachtig vanwege de commerciële organisatie die achter het kaartje zat, gelukkig niet vanwege de persoon die het mij gaf. Sterker nog, een groter compliment kon iemand die niet gewend was met complimenten te strooien iemand die niet gewend was ze in ontvangst te nemen bijna niet maken.

 PIF  ‘Je mag het niet weggooien hoor, je moet het doorgeven. Dat moet je me beloven,’ wierp de gulle gever me nog net toe voordat hij uit zicht verdween. En daar sta je dan met dat kaartje. Weggooien was precies wat ik in gedachte had, een verhaal zou ik er wel bij verzinnen. Wat kon zo’n kaartje nou helemaal doen? Als er al iets door gebeurde, moest het wel toeval zijn.

   En daar zat ‘m nou net de kneep. Ik heb de laatste jaren iets te veel toevalligheden gezien en beleefd om nog in toeval te geloven. Neem daarbij dat de gever me te dierbaar is om ook maar het kleinste risico te nemen een onsje van zijn geluk te verspillen door het kaartje weg te gooien en ik kon niet anders dan me overgeven aan het principe van Pay It Forward.

  Nu ken ik een hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen – net als ik een uit de personeelsbladen verdreven columnist – die geld inzamelt voor een organisatie die zich inzet voor onderzoek naar kanker. Kleinschalig, waardoor er gegarandeerd geen geld aan de strijkstok blijft hangen. Hij leek me een prima Pay It Forward-object en ik stak het kaartje bij mijn papieren om het in het geval ik hem ooit zou treffen, iets dat tot dan toe een zeldzaamheid was, hem te kunnen overhandigen. Dat kon wat mij betreft nog manden duren.

  Ik had het kaartje echter nog geen 24 uur in mijn bezit, toen deze conducteur op het eerste het beste station waar ik de volgende dag mijn trein moest keren, voor mijn neus stond.
‘Sorry,’ zei hij. ‘Ik heb geen portofoon bij me want ik zou eigenlijk dienst hebben in Heerlen en helemaal niet op deze trein zitten.’

  Toeval bestaat inderdaad niet. Nu moest ik het ijzer smeden terwijl het heet was.

 Om mijn vingers niet direct te branden besloot ik dat smeden uit te stellen tot het keerpunt in Roermond. Ik had degene de het kaartje aan mij gegeven had ondertussen al diverse malen hartgrondig vervloekt omdat ik niet wist wat ik moest gaan zeggen. Maar één ding was zeker: ik ging het kaartje overhandigen.

   ‘Hallo, ik ben Geert.’

   Ik ging er blindelings vanuit dat hij me als mede-dissident binnen de spoororganisatie zou herkennen. En dat was ook zo. Na een paar zinnen heen en weer gekletst te hebben, overhandigde ik hem  het kaartje, waarbij ik liet blijken dat ik wist aan welk initiatief voor kankerbestrijding hij momenteel werkte. Enigszins verbaasd nam hij het kaartje van me aan terwijl ik me snel richting cabine bewoog.

  Nu is personeel dat zich door het management belaagd voelt over het algemeen niet zo heel erg actief op de trein, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. In hoeverre Pay It Forward ermee te maken heeft, kan ik niet beoordelen, maar bij nadering van station Sittard klonk helder en kwiek de stem van de conducteur over de omroep, een stem die ik op de heenweg gemist had en die duidelijk aan kracht had gewonnen sinds onze korte conversatie buiten.

  Kippenvel op mijn armen, een rilling over mijn rug en tranen in mijn ogen. Pay It Forward. Hoe bedenk je zoiets?

  Achteraf is die reactie natuurlijk niet zo vreemd. De nog maar net volwassen jongeman van wie ik het kaartje kreeg, is precies degene die ik als kind wilde zijn: iemand die er alles aan doet zijn droom op een carrière in het theater waar te maken. Een droom die ikzelf veel te vroeg opgegeven heb, maar die de laatste tijd steeds vaker terugkeert. En de zestiger aan wie ik het kaartje doorgaf, staat model voor de man met principes die tegen de verdrukking vasthoudt aan zijn normen en waarden, die ik ooit hoop te worden.

  Heb ik het kaartje dan van mezelf ontvangen en aan mezelf doorgegeven? Dat zou – ondanks het feit dat ik dan drie gedaantes had moeten aannemen – wel heel narcistisch zijn. Harry Jekkers verwoordt het in ‘Mijn Ikken’ veel mooier. Bovendien eindig ik daarmee weer in mijn geliefde Theater:

Je bent die jongen met die rood-oranje vlieger,
Die af en toe nog blij is als het sneeuwt.
Je bent die jongen met lang haar,
Van twintig jaar, met een gitaar,
Die af en toe nog weleens over onrecht schreeuwt.

En soms ben je die jongen weer van dertig,
Van: “Ik weet niet, misschien, bekijk het maar”.
Je bent een dromer, drammer, twijfelaar,
Een ik van veertig jaar,
die nog geen ikje is vergeten,
En nog vaak van ons wil weten,
Maak ik jullie af en toe nog wel eens waar.

 

Met heel veel dank aan beide heren voor en na mij. Ik had het niet willen missen.

 

(Grasshopper) GRAAZ

Green Wheels

December in Nederland. Een echte herfst hebben we, net als vorig jaar, niet gehad. Maar begin december begint de temperatuur plotseling te dalen. Jongens, roep de rayonhoofden bij elkaar.

Vrijdagmorgen moest ik een lege trein naar Venlo rijden, die daar de intercity naar Den Haag Centraal zou worden. Het vertrek verliep niet echt soepel, omdat de trein nog schoongemaakt moest worden. Terwijl op spoor 1 stond te wachten totdat er iets op spoor 15 stond, begon het heel zachtjes te sneeuwen. Ik keek om me heen en verwachtte elk ogenblik een stem uit de omroepinstallatie die de algemene noodtoestand in Nederland zou afkondigen.

Maar niets, geen codeblauw (walvis op het strand,) geen code geel (uitverkoop bij Xenos,) zelfs geen code oranje (het waait, het regent, het sneeuw maar we weten niet of het echt uit de hand gaat lopen dus pakken we iets ertussenin.)

Zo kon het gebeuren dat ik op 7 december 2012, dwars door de striemende sneeuw die seinen volledig dreigde te bedekken onder een geelwitte deken – geel wordt tegenwoordig standaard meegeleverd, jammer want ik vind dat witgrijze veel mooier – van Eindhoven naar Venlo reed en van Venlo naar Rotterdam zonder dat er iemand op het idee kwam het treinverkeer stil te leggen vanwege de sneeuw.

De beelden spreken voor zich. Het ging vrijdag pas fout toen in den Bosch treinstellen per se gesplitst moesten worden en andere gecombineerd. Dat moet je2 in de sneeuw als de koppelingen vol sneeuw zitten nu juist niet doen. Ach, het was mijn trein nar huis. Mij maakte het dus niet zoveel meer uit.

Zaterdag bleef de sneeuw nog liggen, maar de deken was ondertussen voorzien van een glimmend laagje ijs. Een laagje dat het felle zonlicht zo sterk weerkaatste, dat het pijn deed aan je ogen. Dat gold zowel in de trein als erbuiten.

Het is bekend dat op het moment dat je hersenen vlam lijken te vatten, je beelden kunt zien, ruiken, horen om die zodanig te combineren dat het lijkt alsof er ware spookmanifestaties voor je ogen plaats vinden.

Van sneeuw kom je dan vrij gemakkelijk in snow. White snow, snow for the pope. Stimulatie, stimulatie, drugs! Speed, XTC, cocaïne, hasj, Grasshopper, Graaz. Graaz!

DB zet NS klemGrasshopper Graaz. Graaz, wat betekent dat ook alweer? Had het niet iets te maken met die Nobelprijswinnaar uit Zuid-Afrika? Wat wilde hij, wat deed hij? Jarenlang had hij gevochten voor de rechten van zwarten in zijn land. Nu was hij vrij en had hij het zelfs geschopt tot President van zijn land. En wat riep hij tegen het volk: samen!

Dus niet: alle blanken hebben een uur om te vertrekken, nee, we moeten het samen doen. De wereld achterstevoren ondersteboven. Graaz. Grasshopper Graaz. Laat het een begrip worden in de wereld, waar de vrijheid van het individu steeds vaker beperkt wordt ter meerdere eer en glorie van directies en voor heel veel geld aangetrokken topmannen/vrouwen/manvrouwen.

 24 uur sneeuw

Grasshopper Graaz. Let the sunshine in. Maar zondag spoelde de regen de laatste sneeuw al weg…

Philipsspook

.

160 graden bij 130 kilometers

Eind vorige week heb ik een nieuwe camera gekocht. Een digitale compact camera. Van Casio. Casio Nefilim. Of nee, Exilim. Een Casio Exilim EX-ZR200. In het blauw. Met heel veel afkortingen op de doos, zoals HDR, HDMI en HS. Dat laatste maakt hem zo bijzonder geschikt voor spoormensen. Want wij kennen de HS natuurlijk al van de Fyra en High Speed. Als de HS op de camera maar half zo goed werkt als onze HiSpeed op de rails, ben ik al dik tevreden.

Panorama Mesdag

Maar deze camera kent nog meer leuke trucjes. Zo maakt hij ook heel eenvoudig – als je tenminste een vaste hand hebt – panoramafoto’s. Dan maakt je één foto in 360 graden om je heen. Als je die foto laat afdrukken en kop en kont aan elkaar plakt, dan word je gek. Tenzij je Mesdag heet, dan betaalt men er grif voor. Alleen om het even te bekijken. Die mensen zijn gek.

Maar het is de bedoeling dat je panoramafoto’s vanuit een stilstaand punt neemt. Een half panorama vanuit een met 130 km/uur voortrazende cabine levert een bijzonder panorama. Kop en kont liggen namelijk honderden meters uit elkaar. De trein is immers na het begin van de opname doorgereden.

Een paar eerste experimenten. Genomen op zondag 21 oktober 2012.

Pistoolschoten in de nacht

Als handen konden spreken…

 

Om half één, vroeg op de zaterdagmorgen, stap ik in Eindhoven op de Nachtnet-trein naar Rotterdam. Die middag, vrijdagmiddag dus, is er door vakbond VVMC actie gevoerd tegen het toenemende geweld waaraan het geüniformeerd personeel op Rotterdam Centraal Station blootstaat. As ik de foto’s bekijk op de Facebook-pagina van het VVMC, zijn er weinig concrete toezeggingen gedaan.

Eindhoven is echter extra beveiligd. Door het leger nog wel. Nog voordat ik bij mijn cabine ben word ik besalueerd door een soldaat. Rode baret, ik ben vergeten wat dat betekent. Alsof hij zijn gelijk moet bewijzen laat hij mij de reisplanner op zijn iPhone zien, waarbij hij met zijn rechter wijsvinger herhaald op het dikgedrukte woord Delft tikt. Dan wijst hij naar het Info-bord boven het perron dat Rotterdam aangeeft.

   ‘Volgens de reisplanner gaat deze trein naar Delft maar daar staat Rotterdam terwijl hij volgens jullie eigen app toch echt naar Delft rijdt want daar moet die trein volgens de app naartoe gaan maar in dat bord daar staat Rotterdam terwijl hier op mijn telefoon toch echt Delft staat.’ Hij stopt pas met praten als hij geen lucht meer in zijn longen heeft om nog een woord te zeggen.

   ‘Deze rijdt ook verder naar Delft,’ besluit ik voordat ik heb bekeken welke werkzaamheden deze nacht eigenlijk plaatsvinden. ‘Deze trein maakt zelfs een heel rondje. Vanuit Rotterdam gaat hij via Den Haag, Leiden, Schiphol en Utrecht weer terug naar Eindhoven. In Breda of Dordrecht zal Delft wel in de borden verschijnen. We stoppen er in ieder geval.’
Gemakkelijk gezegd, want ik stap in Rotterdam af om pas een uur later richting Hollands Spoor te gaan.

   Zoals ik al vaker gezegd heb en voorlopig nog kan blijven zeggen, is het Nachtnet voor de machinist een magische cirkel, een soort heksenkring zonder paddenstoelen. Daar mag je me ’s nachts voor wakker maken, al hoop ik niet dat het ooit nodig is in een rijdende trein. Maar ik rijd deze nacht geen compleet rondje. Wegens werkzaamheden tussen Hollands Spoor en Schiphol, keer ik halverwege en ga ik terug naar Eindhoven. Een half rondje Nachtnet en bovendien het eerste deel met de wijzers van de klok mee. Relatief gezien reis ik dus eerst vooruit in de tijd, die ik later weer oprek tot ik punctueel in Eindhoven terugkeer. Dat is de Goden verzoeken, met of zonder heksenkring.

   Op Den Haag HS is het dan ook meteen raak. De spoorwegpolitie is door één van de conducteurs gebeld en op het perron worden twee jongens stevig door de KLPD aan de tand gevoeld. Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Twee andere jongens willen dolgraag de cabine eens van binnen zien en raken vooral opgewonden over de snelheid.
‘Wow, hey, wat zielig. Dus die trein kan 160 en toch mag jij niet harder rijden dan 130. Tjee, wat gemeen. Ook waar de baan wel 160 kan hebben? Wat wreed gemeen zeg.’
De toon waarop één van hen spreekt, doet me inderdaad een beetje aan Flower Power denken. Ach, in die tijd hadden ze het toch ook over speed?

Actie voor veiligheid

    Als de conducteur het vertrekbevel wil geven, moeten ze de cabine uit. Ik ben zelf nooit zo streng, maar met de KLPD naast de deur neem ik ook geen risico. Achter de deur hoor ik ze met de conducteur praten. Ze willen naar Leiden en zitten dus in de verkeerde trein. Dit zijn geen echte spotters, hooguit spotterspotters of spotterbespotters. Het lijken niet eens frequente treinreizigers, als ze niet eens weten in welke richting Leiden vanaf Hollands Spoor gezien ligt. Maar als ze in Delft de trein verlaten, zwaaien ze nog een keer vriendelijk achterom. Mijn dag, nacht dan, is in ieder geval weer goed. En ik ben op weg naar huis.

   Ongeveer één minuut vóór vertrek uit Rotterdam, klinken er een paar metaalachtige klappen. Omdat Rotterdam die middag toch al in de belangstelling stond, denk ik ogenblikkelijk aan pistoolschoten. Even later staat de conducteur met een enigszins angstig gelaat bij mijn cabinedeur. Voor alle zekerheid checken we opnieuw de portofoons, waarvan er één in eerste instantie niet goed lijkt te werken. Met een handgebaar van laat ook maar, ik wil hier weg verlaat hij haastig de cabine. Hij fluit, sluit de deuren en we beginnen de laatste etappe van de terugreis. Over de pistoolschoten hebben we het niet meer en ik wijd de klappen aan werkzaamheden die op en rond het station dag en nacht doorgaan.

   Pas de volgende middag lees ik via internet over een schietincident in Rotterdam. Rond vier uur ’s nachts, niet op het station maar wel in het centrum. Ik hoop dat de actie van het VVMC vrijdagmiddag iets op zal leveren, maar uit de nauwelijks verhulde gebarentaal van de Rotterdamse manager lees ik iets heel anders….

 

Er kan nog veel veranderen dit weekend. Komende nacht, van zaterdag op zondag, klokslag twee minuten na middernacht, ga ik de andere helft van het rondje rijden. Of er nog hoop is voor het Brabantse Nachtnet…?

Als elke seconde telt…

 

Amber Alert

Een donker zoemertje met fonkelende belletjes. Zo klinkt het twee keer kort achter elkaar. Even is stil, dan klinkt het geluid nogmaals; twee keer kort achter elkaar. Het is lang geleden dat ik het gehoord heb, maar ik weet weer wat het is: Amber Alert! Waakzaamheid is geboden, nu telt elke seconde. In de eerste minuten is de kans dat het gevonden wordt het grootste. Vandaar dat NS aan het alarmeringssysteem deelneemt. Onze ogen en oren bevinden zich immers overal. Te land, ter zee en in  cyberspace.

Terwijl ik met 140 kilometer per uur over het spoor snel… Hobbel…  Snelhobbel, speur ik naar opvallende signalen. Mannen, hun hoofd diep wegstopt in wollen kragen, die een onwelwillend kind voor zich uit duwen. Verdacht. Het is bijna dertig gradenidioot!

 Een vieze ouwe man met een kleuter achterop de fiets. Zeer dubieus.
Die pastoor is het! Natuurlijk, dat kan niet anders! Ik trek de remhendel fel naar achter en pak de hoorn van de GSM-r in mijn hand. Ik oefen even in mezelf en leg zonder te bellen weer neer. Misschien handig als ik eerst even kijk wie er vermist wordt en waar. Op z’n minst moet ik weten of het een jongen of meisje is.

    Het duurt een paar seconden voor het scherm van mijn Railpocket – elektronische nietsnut – oplicht. Dan hoor ik een stemmetje smeken: ‘Doe alsjeblieft een WIFI update, alsjeblieft. Een WIFI update.’
‘Uh, ja natuurlijk, stamel ik. WIFI, even denken…’ Ik kijk de cabine rond en inderdaad bevindt zich bij de deur het WIFI teken. Gedurende een minuut of tien laat ik een vrolijk gekleurd wieltje draaien. Het werkt enigszins hypnotiserend, verder gebeurt er niets. Het was natuurlijk handig geweest, maar in deze trein bevindt zich blijkbaar geen Railpocket WIFI.
‘Doe een WIFI update, alsjeblieft? Alsjeblieft, alsjeblieft. WIFI update?’
‘Ja, ik doe een update zodra ik kan, goed? In Eindhoven gaat het lukken.’

 Ik voel me bijna schuldig. Een aantal jaren geleden kregen we een handcomputertje met WIFI-verbinding. Omdat het nu mogelijk was je overal op het station in dienst te melden en gegevens op te vragen, werd de voorbereidingstijd op een dienst teruggebracht van twintig naar tien minuten. Dat ‘overal verbinding’ bleek echter een ietsepietsie tikkeltje overdreven. Er was verbinding boven in het personeelsverblijf, mits je ongeveer een meter van de zijmuur bleef, niet recht onder de airco ging staan en je lichaam zo min mogelijk bewoog gedurende de verbindingstijd. Dit alles binnen een straal van vijf meter rond de WIFI-antenne en maximaal één persoon tegelijk. Dat liep niet echt lekker. Soms verschenen er wel tien personeelsleden tegelijk in het verblijf. Voordat die allemaal de update, upgrade, soft reset en startprocedure hadden doorlopen…

Dus werd de WIFI-dekking van twintig vierkante meter uitgebreid met een drietal WIFI-versterkers bij de … – hoe ironisch – liften! Ook daar was het een kwestie van goed je signaal meten en apparaat stilhouden, drie keer restten, twee keer vloeken, eenmaal updaten en hopen dat er leesbare tekens uit het ronde kastje boven de lift stroomden.

Ik moest nu proberen de kop van de trein precies voor de deuren van de lift te krijgen.
‘Doe nou toch een WIFI update alsjeblieft. Alsje alsjeblieft, sjeblieft.’
‘Ik doe mijn best maar het wil niet erg. Zie je dit ronde bolletje; dat moet groen worden, maar het blijft rood.’
Even leek het inderdaad te gaan lukken, maar de deuren werden gesloten en we moesten zonder update  verder.
Ik zag het voor me. Het slachtoffertje werd een huis in gesleurd. Helmond? Nee, geen WIFI.
Nu werd het door drie mannen verkracht. Deurne, alleen een privé netwerk.
Benzine! Horst, nee. Hij steekt een sigaret aan.
Sevenum, Blerick en het eind punt Venlo.

Beet!

Mijn Railpocket imiteerde van plezier een staaltje disco. Twee zoemers en een blik belletjes later, las ik dat het vermiste meisje gevonden was en het Amber Alert ingetrokken. Hoewel ik nog steeds niet wist hoe ze eruit zag, proefde ik de smaak van overwinning. Als elke seconde telt, ben ik erbij.

Nog een vermissing: 43 columns van mij worden hier in de zoekresultaten van iNSite genoemd.

Maar als je erop klikt, krijg je een foutmelding.

Om tot de conclusie te komen dat al mijn vrijwiligerswerk, uren van schrijven en schrappen, tot verboden Literatuur is verklaard. Om de inhoud? Nee, niet één manager kent ook maar een letter van de inhoud. De eis mijn werk te vernietigen is puur en alleen bedoeld om macht te tonen. Om mij zo klein te krijgen, dat ik onder een schoenzool vermorzeld kan worden. Dan weten ze niet wie ze voor zich hebben. De waarheid duurt het langst.

Malieveld trein coldplay

IJskoud verspeeld… Nachtvlinder 3

Donderdag 7 september 2012. De band Coldplay speelt in Den Haag.

NS zet extra treinen in.

Deze extra, en extra lange, treinen zijn inderdaad om 23:00 uur vertrokken. Met veel ruimte voor de reizigers die erin zaten. Het concert van Coldplay was namelijk pas om 23:15 uur afgelopen. Er waren toen nog wel treinen beschikbaar, maar niet voor 50.000 mensen. Vreemd, want er waren 65.000 bezoekers aanwezig en die waren allemaal dringend verzocht met de trein te reizen.

Veel van deze mensen hebben de nacht ergens op een station door moeten brengen. Treinen haalden hun bestemming niet en er werd een willekeurig eindpunt gekozen. De Klant is Koning staat immers hoog in het vaandel van NS. Het personeel, dat niet gewend is reizigers in de steek te laten, kon niets meer doen. Hun bevoegdheid is tot een absoluut dieptepunt gedaald. Een lift met twee knopjes wordt door een andere NS-afdeling afgesloten om te voorkomen dat machinisten en conducteurs de hele dag op en neer gaan. Managers kunnen maar beter niet op de werkvloer gaan kijken, want die zullen al die goede ideeën van kantoor verruïneerd zien worden.

Ja, daar gaat een klein risico mee gepaard. Als iemand, een MENS van vlees en bloed, toevallig wat extra hulp nodig heeft, kan het personeel die niet meer bieden. Het personeel kan geen rijwegen voor een trein aanvragen, het personeel mag geen liften bedienen, het personeel mag geen minder valide mensen helpen. Alles is letterlijk met een sleutel of toegangspasje afgesloten. Dus wie stond er in de nacht van donderdag op vrijdag, moederziel alleen op het perron? Een meisje in een rolstoel. De treinen zaten zo propvol – dat is overigens alleen gevoel, aldus de directie, want de treinen zijn juist op precies de goede lengte, dat het meisje er niet meer bij paste. Voor haar gevoel stond ze in de kou op Den Haag Centraal. En, geachte directie, niet alleen voor haar gevoel.

Gelukkig was er nog een veiligheidsmedewerker aanwezig die een taxi ging regelen. Eind goed, al goed.

Uit.

Nou…

Zoals bekend is ook de bevoegdheid een taxi te bellen van het personeel afgenomen. Dat kan alleen nog gedaan worden door een bureau dat keiharde eisen stelt. Het moeten volstrekt absurde eisen zijn, want het meisje mocht niet worden geholpen. Ze kon wat betreft NS gerust doodvallen. Niemand die het iets interesseerde. Ja, die beveiligingsmedewerker. Maar die was toch niet echt NS? Die zat toch zeker niet in het hoofdkantoor in Utrecht?

Nou dan.

Ploegje internetpolitie eropaf en geen haan die er nog naar kraait.

Haar moeder is haar diep in de nacht met de auto gaan halen. De officieële reactie van NS tot maandagmorgen:

En dan maakt belofte schuld. Hij is dood, daar ben ik trouwens niet helemaal zeker van, maar ik heb mezelf beloofd nooit iemand die hulp nodig heeft in de kou op het perron te laten staan:

Nachtvlinder 3, een drama in Tweets:

 

C: Lang leve het toegankelijke OV! Vergeet NS Z uit de trein te halen. Gelukkig was er nog een wakkere conducteur.

C: Z is onderweg mat de trein naar Coldplay op het Malieveld in den Haag. Nu maar hopen dat ze haar uit de trein halen.

C: Niet slapen, het is nog maar de vraag of Z met de trein mee kan.

C: Nog steeds in afwachting van een berichtje van Z of ze met de trein mee kan.

C: De treinen zitten zo volgepakt dat Z niet mee kan, maar NS zegt het te gaan regelen.

C: De vraag is of er wel een rolstoeltaxi gevonden kan worden. Het lukt niet iemand te pakken te krijgen.

C: Laten we ze eens een poosje met de handjes op de rug in een rolstoel zetten met de boodschap ‘Help Jezelf’.

C: Z staat te blauwbekken en met hartkloppingen op Den Haag CS. Top hoor NS. Anticiperen op een situatie kunnen ze dus ook niet.

C: De inclusieve samenleving is nog ver te zoeken. Nu op Den Haag CS, omdat de NS er een potje van maakt.

C: Het is ongehoord om een klant in een rolstoel zo te behandelen.

C: Medewerker van de beveiliging schaamde de ogen uit zijn hoofd.

C: Uiteindelijk zelf opgehaald uit Den Haag. NS liet haar gewoon staan, ronduit onbeschoft.

Woorden lijken me verder overbodig. Woorden van mij tenminste. Ik heb het probleem, dat in 2012 allang geen probleem meer had mogen zijn, al meerdere keren aangekaart. Maar zodra je het voor de reiziger opneemt, beledig je automatisch het hele management. In plaats van actie te ondernemen om de klant (= koning) te helpen, krijgt de meldende medewerker een officiële waarschuwing. Met een serie intimiderende, beledigende, kleinerende en bedreigende gesprekken die ronduit strafbaar zijn. Dat zal nu ook wel weer zo gaan. Het zorgt wel voor een klein probleempje; vrijwel al het personeel schaamt zich voor deze mensonterende behandeling. Dat is belediging van het management, en als het management consequent is, zit morgen dus heel Den Haag – eigenlijk heel Nederland – met betaald verlof thuis. Op het hoofdkantoor zal men er niet veel van merken…

Snel opgelost door NS. Door de klant beoordeeld met het cijfer, laten we het positief afronden: 2!

Laten we er nu eindelijk eens voor zorgen dat mensen in een rolstoel als volwaardige mensen worden beschouwd, recht hebben op een fatsoenlijke plaats in de trein en niet tussen rondslingerende koffers in het bagagehok vervoerd hoeven te worden. Zeker als ze ook nog over eersteklas kaartjes beschikken.