De Parabel van het Meer en de Rivier

Reblogged from De spoorwereld van masjinist:

Click to visit the original post
  • Click to visit the original post

Ik houd van eilanden. Eilanden zijn begrensd. Je eindigt er altijd waar je begonnen bent en echt verdwalen kun je er niet. Een eiland doet alles zelf, zonder hulp van buiten. Een eiland creëert met wat het zichzelf te geven heeft. Wat zich aan het oppervlak manifesteert komt van diep onder de grond. De kust van een eiland is verdedigbaar. Niet zozeer in militair als wel in natuurlijk opzicht.

Lees meer ... 794 more words

Autist tegenover ADHD'er: De Parabel van Het Meer en De Rivier

Perplex

Hogedrukreiniger

Zoals bekend is de cabine van de machinist een vrijwel hermetisch gesloten ruimte. De portofoonverbinding met de hoofdconducteur is tot op de laatste accucel leeggezogen en de enige duplexverbinding, die met de treindienstleider, moet als simplex gezien worden ten einde het langs elkaar heen praten tot een minimum te beperken.

Privé communicatiemiddelen zijn ten strengste verboden en met het enige apparaat dat de machinist van de broodnodige reisinformatie zou moeten voorzien om ten minste de reizigers ervan te verzekeren dat ze zich op het juiste spoor bevinden: de railpocket – door de directie met ingehouden hoongelach aangekondigd als een ‘soort van’ iPhone – kun je niet bellen, geen verbinding maken met het internet en uitsluitend mailen met je direct leidinggevende.

Toch heb ik mijn cabine nooit beschouwd als een gevangenis, integendeel, deze kleine ruimte gaf en geeft me nog altijd een groots gevoel van vrijheid. Dat ik de aansluiting met de moderne maatschappij daardoor enigszins mis loop, bewees mijn zwager afgelopen weekend op een verjaardag:

‘Ik was met de hogedrukreiniger het gras aan het afsproeien! Roept de buurman dat ik teveel lawaai maak op een zondag. Wat vind je daar nou van?’

Simplex, duplex; ik kon alleen maar instemmend knikken.

15 gevaarlijke minuten

15min01_550x

 

Als machinist van de Nederlandse Spoorwegen moet je vijf minuten voor vertrektijd bij je trein aanwezig zijn. Een uiterst redelijke verplichting. Je moet immers controleren of de remmen werken, de veiligheidsmiddelen aanwezig zijn en je doet een portofoontest met je hoofdconducteur. Dat laatste alleen op niet al te grote standplaatsen en alleen als het niet te druk is. Voor alle machinisten en conducteurs is namelijk slechts één kanaal beschikbaar en je kunt je voorstellen wat er gebeurt als al het treinpersoneel in bijvoorbeeld Utrecht tegelijk probeert te communiceren. Het gevolg haalt jaarlijks meerdere malen de krant.

15min02

Nu is grond echter prijzig, zeker de grond rondom NS-stations. Daarom bevinden zich parkeerterreinen, fietsenstallingen en verblijven voor het personeel steeds vaker op grotere afstand van het station. Toch is de voortijd – de tijd die nodig is voor alle voorbereidende handelingen inclusief het lopen naar en vijf minuten tevoren aanwezig zijn bij de trein – voor machinisten teruggebracht naar vijftien en conducteurs naar slechts tien minuten.

15min03

Omdat van mij geëist is dat ik me in mijn vrije tijd niet langer met spoorzaken bemoei – een assistent MSO (Manager Service and Operations) zei letterlijk tegen mij, na precies vijf jaar loyale inzet als columnist voor het bedrijfsblad Koppeling: ‘Jij kijkt niet door een NS-bril, wij wel,’ waarop drie aanwezigen hun bril een stukje van hun voorhoofd tilden; hijzelf en twee niet brildragende medespelers – start mijn werktijd op het eerste het beste stukje NS-terrein waar ik me in dienst kan melden. Dan heb ik dus precies tien minuten om vijf minuten voor vertrektijd bij mijn trein te zijn, en alle voorbereidende handelingen – zoals het ophalen van een dienstkaartje – gedaan te hebben.

15min04

Op mijn verjaardag kwam ik daarbij achter een goederentrein te staan. Eroverheen klimmen is ten strengste verboden. Er omheen lopen eigenlijk ook, maar als principieel alles verboden is, moet je toch wat.

In deze serie foto’s loop ik de route in tegengestelde richting. Wat timing betreft maakt dat natuurlijk niets uit. Streeftijd is dus tien minuten. Bij vijftien vertrekt de trein definitief.

De tijd start in het personeelsverblijf. Na drie minuten steek ik de hoofdsporen over naar de fietsenstalling. Maar ik boots de situatie na als op spoor 7 in Eindhoven een goederentrein staat en ik dus om moet lopen.

15min05

Zoals je ziet loop ik hier langs de hoofdsporen, kort naast een trein die daar nog 80 km/uur rijdt. Ik loop weliswaar over een looppad, maar of hier lopen nog is toegestaan is onduidelijk.

15min06

Na een kleine zes minuten ben ik bij het einde van de goederentrein. Deze situatie is helder: oversteken is hier NIET toegestaan. Er ligt namelijk een wissel verderop en bovendien ontbreken looppaden. In vrijwel alle standplaatsen is lopen hier verboden. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet hierop toe. Ook machinisten van NedTrain lopen het risico op hoge boetes als ze zich hier langs de baan bevinden. Het management van NS Reizigers in Eindhoven is echter niet op de hoogte van deze regels en eist van zijn machinisten dus gewoon dat ze doorlopen, zeg maar rennen.

15min07

Aan de buitenzijde van het opstelterrein, pal langs de hoofdrijbanen.

15min08

Loop je tegen een hekje van ProRail, bedoeld om mensen van het spoor weg te houden. De ruimte wordt nu erg smal. Volgens de meesten gevaarlijk smal, behalve voor het management te Eindhoven.

15min09_550x

In de verte nadert over spoor 7 een goederentrein.

15min10

Ik blijf hier toch maar even stil staan. Voor mijn eigen veiligheid, maar ik wil ook de machinist van de goederentrein geen hartverzakking bezorgen. Dat is in het donker nog erger en bovendien is dan het station afgesloten en is er geen enkele alternatieve route!

15min11

De goederentrein staat nu zo goed als stil, maar de tijd is bijna om.

15min12

Dit obstakel, een bovenleidingportaal, valt nog redelijk te nemen.

15min13

De goederentrein is gelukkig doorgereden, want hier zou het moeilijker geworden zijn. Je wordt hier het zogenaamde Profiel van Vrije Ruimte binnen gedrongen. Overal ten strengste verboden, behalve…

15min14

Een kleine parkeerplaats, alleen voor een enkele gelukkige die heel vroeg begint.

15min15

Voor de meeste werknemers volgt er een trapje naar beneden…

15min16

… een donker tunneltje in waar niet iedereen in het holst van de nacht doorheen durft. Een echt alternatief is er echter niet. Je kunt langs het station lopen, dat is vooral interessant als je nog drugs wil kopen. Zo af en toe wordt er echter ook iemand doodgeschopt. Dan is Eindhoven weer even in het nieuws.

15min17

Het poortje van het grote parkeerterrein.

15min18_1_550x

Toch nog een mooie tijd. Helaas is de trein nu al vertrokken. En hé? Mijn zwarte Citroën…..?!! Waar is mijn auto?

Wat scherven brengen

Geldrop 'round midnight

Geldrop ’round midnight

Geldrop, zondag 7 april 2013. De dag is net begonnen. Met een hoop kabaal voor de omwonenden van het station. Het geluid van brekend glas.

Letterlijk elke ruit van wachthokje of reclamebord is ingeslagen. Overal ligt glas. Stappen lijkt tegenwoordig synoniem te zijn aan vernielen.

Kun je werkelijk nog zeggen dat je je ‘s avonds – alleen – nog veilig voelt op dat station?

‘Ja,’zal NS volmondig zeggen. ‘Want er hangen camera’s en als de poortjes sluiten…’

Om de sociale controle wat te verhogen proppen we de treinen nog wat voller, maar ik denk dat het voor deze kleine stations bekeken is. Dit zullen spookstations worden. De meesten zijn het al.

Het enige dat hier zou kunnen helpen is menselijke aanwezigheid. Servicepersoneel, iemand aan het loket, een stationsopzichter. Maar dat zijn lang vervlogen tijden, die komen nooit meer terug.

De mens is een kostenpost geworden. En scherven? Ach, die brengen geluk.

Pay It Forward

payitforward

Haley Joel Osment in Pay It Forward

(Mompel)… bedankt en wat … nog gaan… (mompel) doen. Onder het voorbij lopen, waarbij hij me op zo min mogelijk plaatsen tracht te raken, duwt hij een klein papiertje in mijn hand, formaat visitekaartje. Rechts onder op het kaartje staan in een zwart kader drie woorden: Pay It Forward.

   Ik denk onmiddellijk aan de film die ik jaren geleden zag. Haley Joel Osment, die met zijn gekwelde blik en helder blauwe ogen zeker vijftig procent van de opbrengst van de film The Sixth Sense voor zijn rekening nam, was zwaar overcast voor deze productie, maar het principe van Pay It Forward werd er wereldwijd mee bekend:

  Bedank iemand niet achteraf voor wat hij voor zij voor je gedaan heeft, maar doe iets aardigs zonder er iets in ruil voor terug te vragen. Doe iets vooraf. Als iedereen dat doet komt er ooit een dag dat iemand hetzelfde voor jou doet.

   Een mooi principe zolang het niet commercieel uitgebuit wordt. In mijn geval twijfelachtig vanwege de commerciële organisatie die achter het kaartje zat, gelukkig niet vanwege de persoon die het mij gaf. Sterker nog, een groter compliment kon iemand die niet gewend was met complimenten te strooien iemand die niet gewend was ze in ontvangst te nemen bijna niet maken.

 PIF  ‘Je mag het niet weggooien hoor, je moet het doorgeven. Dat moet je me beloven,’ wierp de gulle gever me nog net toe voordat hij uit zicht verdween. En daar sta je dan met dat kaartje. Weggooien was precies wat ik in gedachte had, een verhaal zou ik er wel bij verzinnen. Wat kon zo’n kaartje nou helemaal doen? Als er al iets door gebeurde, moest het wel toeval zijn.

   En daar zat ‘m nou net de kneep. Ik heb de laatste jaren iets te veel toevalligheden gezien en beleefd om nog in toeval te geloven. Neem daarbij dat de gever me te dierbaar is om ook maar het kleinste risico te nemen een onsje van zijn geluk te verspillen door het kaartje weg te gooien en ik kon niet anders dan me overgeven aan het principe van Pay It Forward.

  Nu ken ik een hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen – net als ik een uit de personeelsbladen verdreven columnist – die geld inzamelt voor een organisatie die zich inzet voor onderzoek naar kanker. Kleinschalig, waardoor er gegarandeerd geen geld aan de strijkstok blijft hangen. Hij leek me een prima Pay It Forward-object en ik stak het kaartje bij mijn papieren om het in het geval ik hem ooit zou treffen, iets dat tot dan toe een zeldzaamheid was, hem te kunnen overhandigen. Dat kon wat mij betreft nog manden duren.

  Ik had het kaartje echter nog geen 24 uur in mijn bezit, toen deze conducteur op het eerste het beste station waar ik de volgende dag mijn trein moest keren, voor mijn neus stond.
‘Sorry,’ zei hij. ‘Ik heb geen portofoon bij me want ik zou eigenlijk dienst hebben in Heerlen en helemaal niet op deze trein zitten.’

  Toeval bestaat inderdaad niet. Nu moest ik het ijzer smeden terwijl het heet was.

 Om mijn vingers niet direct te branden besloot ik dat smeden uit te stellen tot het keerpunt in Roermond. Ik had degene de het kaartje aan mij gegeven had ondertussen al diverse malen hartgrondig vervloekt omdat ik niet wist wat ik moest gaan zeggen. Maar één ding was zeker: ik ging het kaartje overhandigen.

   ‘Hallo, ik ben Geert.’

   Ik ging er blindelings vanuit dat hij me als mede-dissident binnen de spoororganisatie zou herkennen. En dat was ook zo. Na een paar zinnen heen en weer gekletst te hebben, overhandigde ik hem  het kaartje, waarbij ik liet blijken dat ik wist aan welk initiatief voor kankerbestrijding hij momenteel werkte. Enigszins verbaasd nam hij het kaartje van me aan terwijl ik me snel richting cabine bewoog.

  Nu is personeel dat zich door het management belaagd voelt over het algemeen niet zo heel erg actief op de trein, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. In hoeverre Pay It Forward ermee te maken heeft, kan ik niet beoordelen, maar bij nadering van station Sittard klonk helder en kwiek de stem van de conducteur over de omroep, een stem die ik op de heenweg gemist had en die duidelijk aan kracht had gewonnen sinds onze korte conversatie buiten.

  Kippenvel op mijn armen, een rilling over mijn rug en tranen in mijn ogen. Pay It Forward. Hoe bedenk je zoiets?

  Achteraf is die reactie natuurlijk niet zo vreemd. De nog maar net volwassen jongeman van wie ik het kaartje kreeg, is precies degene die ik als kind wilde zijn: iemand die er alles aan doet zijn droom op een carrière in het theater waar te maken. Een droom die ikzelf veel te vroeg opgegeven heb, maar die de laatste tijd steeds vaker terugkeert. En de zestiger aan wie ik het kaartje doorgaf, staat model voor de man met principes die tegen de verdrukking vasthoudt aan zijn normen en waarden, die ik ooit hoop te worden.

  Heb ik het kaartje dan van mezelf ontvangen en aan mezelf doorgegeven? Dat zou – ondanks het feit dat ik dan drie gedaantes had moeten aannemen – wel heel narcistisch zijn. Harry Jekkers verwoordt het in ‘Mijn Ikken’ veel mooier. Bovendien eindig ik daarmee weer in mijn geliefde Theater:

Je bent die jongen met die rood-oranje vlieger,
Die af en toe nog blij is als het sneeuwt.
Je bent die jongen met lang haar,
Van twintig jaar, met een gitaar,
Die af en toe nog weleens over onrecht schreeuwt.

En soms ben je die jongen weer van dertig,
Van: “Ik weet niet, misschien, bekijk het maar”.
Je bent een dromer, drammer, twijfelaar,
Een ik van veertig jaar,
die nog geen ikje is vergeten,
En nog vaak van ons wil weten,
Maak ik jullie af en toe nog wel eens waar.

 

Met heel veel dank aan beide heren voor en na mij. Ik had het niet willen missen.

 

The Elephant Man

Olifant

Filosofie voor machinisten – gevorderden

.

Reizigers vragen weleens aan mij: ‘Meester, waar zijn machinisten tijdens de rit eigenlijk zoal mee bezig. Alleen maar wat naar buiten staren is op den duur toch dodelijk saai?’

Staren, beste mensen, daar heeft een machinist geen tijd voor. Eén oogt speurt langs het spoor op zoek naar roestige rafels, botten en breuken. Het andere oog vergaapt zich aan de bovenleiding. Zit er geen steekje los, worden de portalen niet overbelast door het gewicht van de kabel en jagen we er wel genoeg spanning doorheen. Eén oor staat in verbinding met de treindienstleiding, het andere zit vastgekoekt aan de portofoon om in geval van nood direct de conducteur of conductrice naar de plaats des onheils te kunnen leiden.

Met de linkervoet schopt hij geesten en intermitterende – jawel, dat is er helemaal nooit uit geweest – spookverschijningen terug naar het Rijk der Dode Mannen, zijn rechtervoet is vrij om wat door de cabine te struinen, als die maar op tijd terug is als er een beroep wordt gedaan op zijn tyfoonkracht provocerend vermogen (TPV.) Zijn rechterhand zit gedurende de rit stevig om de remkraan geklemd, terwijl de linker soepeltjes de juiste hoeveelheid energie uit de bovenleiding zuigt. (Al is men het sinds de komst van de SLT binnen NS niet helemaal eens over de eigendomsrechten van de linkerhand.)

Inderdaad, deze taken worden na een tijdje routine. Dat wil niet zeggen dat het dodelijk saai wordt. Integendeel! Pas hier begint voor de machinist het echte werk, het echte leven.

Wie draait me terug?

Wie draait me terug?

Wie kan immers beter antwoord geven op de grote, existentiële vragen des levens dan de machinist, die door niets of niemand te beïnvloeden zijn oordeel over de wereld velt vanuit zijn hermetisch gesloten cabine?

Niemand! Eigenlijk zou op dit moment, begin januari 2013, de wereld er ook een stukje mooier uit moeten zien. Aan de machinist ligt het niet. De antwoorden op alle belangrijke vragen liggen keurig op implementatie te wachten. Alleen de communicatie laat het wat afweten. Zelfs duplex-verbindingen moeten tegenwoordig als mono-complex behandeld worden. En tussen alle oversenuiten-en-wiltuzichaandegespreksdisciplinehouden-sluiten hoef je geen zinnig woord meer te verwachten.

Heb je ooit een machinist over de oorzaak en het voorkomen van het treinongeluk in Amsterdam horen praten in het acht uur journaal?
Het antwoord ligt in zijn cabine.

Heb je ooit een machinist horen waarschuwen tegen de gevaren van het gebruik van almaar goedkopere infra?
Antwoord in zijn cabine.

Pieter van Vollenhoven zegt steeds: ‘De klap komt!’
Heb je ooit een machinist die uitspraak horen bevestigen of ontkrachten? Cabine.

Heb je ooit een machinist in het openbaar een vraag horen beantwoorden?

Kraats

De machinist kijkt er niet meer van op. Hij heeft geen punctuali-tijd om lang achterom te kijken. Waar hij ook gaat zitten, het is altijd de voorkant van de trein, op de toekomst gericht. Dat er niet naar hem geluisterd wordt, deert hem niet. Hij geeft zijn antwoorden zelfs als niemand de vragen nog durft te stellen.

Geen gemakkelijke taak, want dat het geen gemakkelijke vragen zijn, zie je aan bovenstaande foto. Geef hier maar eens antwoord op:

Circus. Olifanten en zebra’s, ja of nee?

 

Maya’s 2013; einde van een nieuw begin.

Kom uit je schaduw

Kom uit je schaduw

Aan iedere lezer natuurlijk De Beste Wensen voor 2013.

Ik wens iedereen daarbij een open, gezond maar vooral ‘eerlijk’ nieuw jaar toe. Met ‘eerlijk’ bedoel ik vooral: strijden met open vizier. Iedereen verantwoordelijk voor zijn of haar eigen beslissingen en daar ook op aanspreekbaar. Vormde vroeger het personeel van een fabriek de anonieme massa, nu is het de top van een organisatie. Laten we in 2013 eens heel 3.0 doen en iedereen als gelijke behandelen. Zonder angst te hoeven hebben je naam onder je mening te zetten. En met het lef je naam onder een besluit te zetten.

NS geeft daarbij alvast het goede voorbeeld. Het beltegoed van het personeel dat eind 2012 plotseling was geblokkeerd, zodat donaties aan de Stichting Roparun – waaraan veel NS’ers deelnemen – niet mogelijk waren, is na precies 55 minuten in het nieuwe jaar weer – foutje opgelost – vrijgegeven. Jammer dat al het tegoed om middernacht vervallen is, maar toch een teken van goede wil. Hoop ik, maar dat zal de Stichting Roparun beslist laten weten als de hoogte van het bedrag dat zij alsnog mogen ontvangen, bekend gemaakt zal worden.

En passant is in 2012 de wereld ook nog even vergaan, de antichrist is door supermama’s en journalisten tot op het bot door zijn eigen hel gesleurd zou ik haast beweren, en opnieuw begonnen. Voor wie dat laatste in de drukte rond Oud & Nieuw gemist heeft, heb ik een aantal beelden van het vergaan en wederopstaan in het volgende filmpje vastgelegd.

.

Kort 2012:

Zes worden, zelfs zeilbroers kunnen dat.
O, zes wóórden. Hoeveel nog? Eén?
Glad ijs, is dat sterk water?
Kluun? Sorry zeilbroertje, ik las kluns.
Ik heb aan één woord genoeg:
Tango, whisky, alpha, alpha, Lima, foxtrot.
Horrorwinter 2012, u aangeboden door NS.
Twee jaar later, volgden zij Kollektief.
Ik denk niet, mag dus blijven.
Ik denk, wat mijn baas denkt.
Mijn baas denkt, dat hij denkt.
Ik denk, denkt hij, dus besta.
Wat denk jij daar nu van?
O, let maar niet op mij.
Wereld haalt adem; Pinguin op zuidpool.
Laatste keer: Maya is een bij!
.
.
2012, de schaterlach sterft. Machinist vermoord.
2012, de schaterlach sterft.
Machinist vermoord.
I.M.
.

Op de valreep…

Altijd veel te druk, dus altijd haast en met – ook nog eens? Jawel! – een nachtdienst in het verschiet: De Op de Valreep-blog 2012. Het is natuurlijk onmogelijk alles wat in 2012 is blijven liggen, nu nog te verwerken. Zeker niet als het restant 2011 als een vis in een Chinees aquarium op ruit blijft slaan en het vat beton 2010 door tegenstribbelende bewegingen van de inhoud maar niet wil drogen.

So… ff kwik:

 

Aan de Nightwriters: de winnende verhalen-in-zes-woorden van 2012.

Op de valreep, Mulisch voor ‘tonweer:

Dat waren er geen zes, Diederik!

Delilah: Je denkt weer met je ….

Eén leugen verkeerd? De andere regeert.

Het verstand komt met de haren.

Musical 2013: knippen helpt niet meer.

Hoezo tijdslimiet? Harry toch ook? En wat dan nog? Ach barst toch, komt helemaal geen vrouw bij die dokter…

treedt uit de schaduw

2013 treedt uit de schaduw van 2012…

Vijftig Tinten:

 tweet jeepech

 

 

brug 

Reinaprinsengeerlings jezelf Kluun, ik ben nooit te laat.

 

NS in zes, vijf voor NS:     #NSin6

Railmail: …small step for NS men…     #NSin6

…a giant leap for NS kind.   #NSin6

Eerste geplande werkzaamheden in 2013: Roparun..!    #NSin6

Bij elkaar: rails, communicatie en snelheid.    #NSin6

Iedereen gelijk, iedereen spoort, iedereeNS…     #NSin6

.

Verdorie, op de valreep nog de allerlaatste trein van 2012 missen….

Samson en Rutte voor de knipbeurt

Samson en Rutte vóór de knip..

(Grasshopper) GRAAZ

Green Wheels

December in Nederland. Een echte herfst hebben we, net als vorig jaar, niet gehad. Maar begin december begint de temperatuur plotseling te dalen. Jongens, roep de rayonhoofden bij elkaar.

Vrijdagmorgen moest ik een lege trein naar Venlo rijden, die daar de intercity naar Den Haag Centraal zou worden. Het vertrek verliep niet echt soepel, omdat de trein nog schoongemaakt moest worden. Terwijl op spoor 1 stond te wachten totdat er iets op spoor 15 stond, begon het heel zachtjes te sneeuwen. Ik keek om me heen en verwachtte elk ogenblik een stem uit de omroepinstallatie die de algemene noodtoestand in Nederland zou afkondigen.

Maar niets, geen codeblauw (walvis op het strand,) geen code geel (uitverkoop bij Xenos,) zelfs geen code oranje (het waait, het regent, het sneeuw maar we weten niet of het echt uit de hand gaat lopen dus pakken we iets ertussenin.)

Zo kon het gebeuren dat ik op 7 december 2012, dwars door de striemende sneeuw die seinen volledig dreigde te bedekken onder een geelwitte deken – geel wordt tegenwoordig standaard meegeleverd, jammer want ik vind dat witgrijze veel mooier – van Eindhoven naar Venlo reed en van Venlo naar Rotterdam zonder dat er iemand op het idee kwam het treinverkeer stil te leggen vanwege de sneeuw.

De beelden spreken voor zich. Het ging vrijdag pas fout toen in den Bosch treinstellen per se gesplitst moesten worden en andere gecombineerd. Dat moet je2 in de sneeuw als de koppelingen vol sneeuw zitten nu juist niet doen. Ach, het was mijn trein nar huis. Mij maakte het dus niet zoveel meer uit.

Zaterdag bleef de sneeuw nog liggen, maar de deken was ondertussen voorzien van een glimmend laagje ijs. Een laagje dat het felle zonlicht zo sterk weerkaatste, dat het pijn deed aan je ogen. Dat gold zowel in de trein als erbuiten.

Het is bekend dat op het moment dat je hersenen vlam lijken te vatten, je beelden kunt zien, ruiken, horen om die zodanig te combineren dat het lijkt alsof er ware spookmanifestaties voor je ogen plaats vinden.

Van sneeuw kom je dan vrij gemakkelijk in snow. White snow, snow for the pope. Stimulatie, stimulatie, drugs! Speed, XTC, cocaïne, hasj, Grasshopper, Graaz. Graaz!

DB zet NS klemGrasshopper Graaz. Graaz, wat betekent dat ook alweer? Had het niet iets te maken met die Nobelprijswinnaar uit Zuid-Afrika? Wat wilde hij, wat deed hij? Jarenlang had hij gevochten voor de rechten van zwarten in zijn land. Nu was hij vrij en had hij het zelfs geschopt tot President van zijn land. En wat riep hij tegen het volk: samen!

Dus niet: alle blanken hebben een uur om te vertrekken, nee, we moeten het samen doen. De wereld achterstevoren ondersteboven. Graaz. Grasshopper Graaz. Laat het een begrip worden in de wereld, waar de vrijheid van het individu steeds vaker beperkt wordt ter meerdere eer en glorie van directies en voor heel veel geld aangetrokken topmannen/vrouwen/manvrouwen.

 24 uur sneeuw

Grasshopper Graaz. Let the sunshine in. Maar zondag spoelde de regen de laatste sneeuw al weg…

Philipsspook

.

Vangrail.

Vangrail, een levensredder voor automobilisten die uit de bocht vliegen. En een levensredder voor treinpersoneel dat het juiste spoor dreigt te verlaten.

Een conducteur die met een fietsketting wordt bewerkt en zwaar gewond raakt. Ook zijn collega die het zag gebeuren maar de slagen niet op tijd kon stoppen. Een rondzwaaiende fietsketting stop je niet met blote handen.

De machinist die iemand doodrijdt. Meestal blijft een slachtoffer naamloos. Dat valt nog te verwerken. Een meisje van vijftien dat zelf voor de dood gekozen heeft, heel wat moeilijker. Een meisje van vijftien dat door pesters de dood in is gejaagd, onverteerbaar. Haar levensverhaal, dat ze in de vorm van een gedicht achterlaat, brandt letter na letter diepe wonden in zijn ziel. Wonden die nooit meer zullen genezen. Alleen door het gedicht op zijn brandende huid te laten lezen, verzacht hij enigszins de pijn.

De machinist staat niet meer stevig op zijn benen. Hij slingert tussen de rails. Dreigt te ontsporen. Alle mogelijke professionele hulp staat klaar, maar die wijst hij af. Hoe zullen zij ooit zijn gevoelens begrijpen? Wie kan meevoelen met iets dat zo veel pijn doet en tegelijk zo onaanraakbaar is, dat je het niet eens kunt beschrijven? De Vangrail.

Stilte. Meestal ongemakkelijk, werkt nu bevrijdend. Er wordt geen woord gesproken. Er zijn niet eens woorden voor. Begrip heeft de plaats van taal ingenomen. De machinist zit bij iemand die iets soortgelijks heeft meegemaakt. Die dezelfde pijn heeft gevoeld. Die de pijn heeft weten te stoppen. Of ten minste onder controle heeft.

Uit de stilte ontstaat ruimte. Als een tweede harde schijf neemt de Vangrail een deel van de besturing over. De machinist hoeft zich even niet bezig te houden met de besturing van armen of benen. Trillen of rillen is toegestaan. Wordt hier niet vreemd gevonden.

Heel langzaam keert de taal terug. Een nieuw begin. Geen ‘papa’ of ‘mama’ dit keer, maar ‘wat als’, ‘hoe kan’, ‘waarom’, ‘heb ik’, ‘toch’. Steeds gemakkelijker braakt de machinist ze uit. ‘Laat ze maar gaan,’ gebaart de Vangrail. ‘Raak ze maar kwijt. Geef ze maar over.’

Als laatste komt het gedicht naar boven. Even verstikt het de machinist. Dan valt het verlossende woord: ‘Schuldig.’ Een oer-reactie. Een machinist legt de schuld niet bij een ander. Nooit. Dat weet de Vangrail maar al te goed. Wij zijn gewend bij alles een dader en een slachtoffer aan te wijzen. Een dodelijke aanrijding met twee slachtoffers zonder dader, bestaat niet. De Vangrail zal nu het tegendeel moeten bewijzen.

Langzaam krabbelt de machinist overeind. Hij heeft de oorzaken van de zelfdoding onderzocht, heeft de plaats waar het slachtoffer rust bezocht en begrijpt het metrum van het gedicht. Is het er niet mee eens, maar kan het volgen. Op bescheiden wijze probeert hij zijn bijdrage te leveren aan de strijd tegen pesten. Hij hoopt op die manier in ieder geval één leven te redden. De balans recht te trekken.

De gesprekken met de Vangrail krijgen en ander karakter. Ze worden gemoedelijker, gaan niet langer over aanrijdingen, dood en verderf, maar over hobby’s, politiek en zelfs de trein. De machinist begint zich te vervelen in zijn achtertuin.

‘Weet je nog…’ Zo begint hij elk verhaal over de tijd die ze samen hebben meegemaakt maar die de jongere generatie zich niet voor kan stellen. Goederen-treinen met vijftig bakken, urenlang kaarten in een onbewoonbaar hok terwijl de trein werd geladen.

‘Ik heb mijn teammanager gebeld. Ik houd het thuis niet langer uit, ik snak naar een ander uitzicht, de cadans van de wielen.’ De machinist lacht breeduit. De Vangrail is opgelucht. Ook voor hem was het een hel. Hij kan slechts hulp bieden vanuit zijn eigen verleden. Het verwerken van een niet zelfverkozen dood van een piepjonge vrouw die nog volop in ontwikkeling was, daarin schiet zijn ervaring – goddank – tekort.

De teammanager van de Vangrail feliciteert hem uitbundig. Een haast onmogelijke klus geklaard. ‘Denk je dat hij er echt aan toe is?’

De Vangrail knikt met zijn hoofd, maar het woord ‘absoluut’ blijft als een aardappel steken in zijn keel. ‘Hij heeft er echt weer zin in. We hebben dagenlang gepraat over de mooie kanten van het vak, de schitterende ritten en de tijden dat we nog als vogels zo vrij over het spoor denderden. Hij mist het enorm.’ De Vangrail kan niet verklaren waar de scheurtjes in zijn metalen stem vandaan komen.

‘Het liefste was hij vandaag naar Zandvoort gereden om een uurtje over het strand te wandelen. Hij vindt het jammer dat die rechtstreekse lijn verdwenen is. Ik vroeg hem wat hij op de terugweg wilde doen. Toen vertelde hij heel enthousiast over zijn toekomstplannen. Hij wil een netwerk opzetten als dat van Luisteris. Op scholen voorlichting geven over pesten en wat de gevolgen kunnen zijn. Hij heeft het helemaal uitgewerkt en het klinkt heel goed. Weet je hoeveel BN’ers hij al heeft weten te strikken om…’

De abrupte stilte echoot nog door de kamer als de telefoon gaat. De machinist is al bijna een uur te laat en telefonisch onbereikbaar…

Het hart van de Vangrail bonkt bijna uit zijn borstkas. Flarden van de gesprekken met de machinist spoken door zijn hoofd. Stukken verleden, helder als glas. Nostalgisch. Aangenaam. Onsamenhangende delen van de toekomst. Plannen. Te scherp. Te ver uitgewerkt. Euforisch. Waar is het heden? De Vangrail zoekt en speurt, maar vindt geen enkele verband tussen verleden en toekomst. Alsof de machinist zijn trein al lang geleden opgeheven heeft. Zich op dit moment in een niemandsland bevindt…

De volgende dag wordt de machinist op het strand van Zandvoort gevonden. Verdronken, al minstens vierentwintig uur dood. De Vangrail braakt tot hij geen adem meer kan halen.

 

*

 

Is de Vangrail schuldig? Had hij dit drama kunnen voorkomen? Kun je zelfdoding überhaupt aan zien komen? Het kijken door de ogen van iemand die besloten heeft zichzelf van het leven te beroven is ontzettend moeilijk, hoewel niet helemaal onmogelijk.

Tim en Fleur waren intens gelukkig op het moment dat ze stierven. Een stelling die ik later zal verdedigen. Een geluk dat van ze afstraalde tussen het moment dat ze hun beslissing namen en het werkelijke einde. Dat kan enkele uren zijn geweest, maar ik denk meer in dagen. In die ‘gestolen tijd’, de tijd tussen het besluit de pijn voorgoed weg te nemen en de daarvoor benodigde actie, hebben beide signalen afgegeven.

‘Maar ze had net een nieuwe baan.’

‘Het ging net zo goed met hem, hij lachte voor de eerste keer sinds zijn vriendin hem verliet.’

‘Hij kwam een koffer halen en een paar kleren, hij was zo blij dat hij voor zijn nieuwe baas meteen naar New York mocht.’

‘We hebben gisteren haar verjaardag nog gevierd, ze straalde, zei dat ze gelukkig was.’

Bovenstaande regels verzin ik hier ter plekke, maar ouders van kinderen of jongeren die hun eigen einde kozen zullen ze herkennen. Nu wel. Ze vragen zich nog altijd af waarom toen niet.

Als ouders het niet zien. Als professionele hulpverleners het niet zien. Als vrienden het niet zien. Als collega’s het niet zien. Als ervoor getrainde collega’s het niet zien. Kun je dan de Vangrail verwijten dat hij schuldig is aan de dood van de machinist? Is het redelijk te stellen dat hij door zijn onkunde, zelfoverschatting, de dood van de machinist op zijn geweten heeft?

 .

 

Hoe haal je het dan in je hoofd om op blogs, op publieke fora, zelfs in landelijke dagbladen iemand ervan te beschuldigen kinderen de dood te hebben ingejaagd. Zelf nog bijna een kind. Een gepest kind. Een kind dat andere gepeste kinderen wilde helpen. Een kind dat niet zag wat de volwassenen in zijn omgeving ook niet zagen, hoe visionair die zichzelf achteraf ook noemden. Een jongen die een droom had. Een jongeman die goddank nog steeds een droom heeft. Een droom die ik uit wil zien komen….

 .

 Laat hem met rust!

.

.

Jullie haat, gefundeerd of niet, heeft de gedachte aan Tim en Fleur volledig weggevaagd. Aandacht waar de ouders van Tim om gesmeekt hebben. Want daar ging het allemaal om: pesten. Hij heeft het geprobeerd, jullie niet. Als hij schuldig is, ben ik het ook. Laat de beesten zich dan maar tot mij richten.

.

.