The Elephant Man

Olifant

Filosofie voor machinisten – gevorderden

.

Reizigers vragen weleens aan mij: ‘Meester, waar zijn machinisten tijdens de rit eigenlijk zoal mee bezig. Alleen maar wat naar buiten staren is op den duur toch dodelijk saai?’

Staren, beste mensen, daar heeft een machinist geen tijd voor. Eén oogt speurt langs het spoor op zoek naar roestige rafels, botten en breuken. Het andere oog vergaapt zich aan de bovenleiding. Zit er geen steekje los, worden de portalen niet overbelast door het gewicht van de kabel en jagen we er wel genoeg spanning doorheen. Eén oor staat in verbinding met de treindienstleiding, het andere zit vastgekoekt aan de portofoon om in geval van nood direct de conducteur of conductrice naar de plaats des onheils te kunnen leiden.

Met de linkervoet schopt hij geesten en intermitterende – jawel, dat is er helemaal nooit uit geweest – spookverschijningen terug naar het Rijk der Dode Mannen, zijn rechtervoet is vrij om wat door de cabine te struinen, als die maar op tijd terug is als er een beroep wordt gedaan op zijn tyfoonkracht provocerend vermogen (TPV.) Zijn rechterhand zit gedurende de rit stevig om de remkraan geklemd, terwijl de linker soepeltjes de juiste hoeveelheid energie uit de bovenleiding zuigt. (Al is men het sinds de komst van de SLT binnen NS niet helemaal eens over de eigendomsrechten van de linkerhand.)

Inderdaad, deze taken worden na een tijdje routine. Dat wil niet zeggen dat het dodelijk saai wordt. Integendeel! Pas hier begint voor de machinist het echte werk, het echte leven.

Wie draait me terug?

Wie draait me terug?

Wie kan immers beter antwoord geven op de grote, existentiële vragen des levens dan de machinist, die door niets of niemand te beïnvloeden zijn oordeel over de wereld velt vanuit zijn hermetisch gesloten cabine?

Niemand! Eigenlijk zou op dit moment, begin januari 2013, de wereld er ook een stukje mooier uit moeten zien. Aan de machinist ligt het niet. De antwoorden op alle belangrijke vragen liggen keurig op implementatie te wachten. Alleen de communicatie laat het wat afweten. Zelfs duplex-verbindingen moeten tegenwoordig als mono-complex behandeld worden. En tussen alle oversenuiten-en-wiltuzichaandegespreksdisciplinehouden-sluiten hoef je geen zinnig woord meer te verwachten.

Heb je ooit een machinist over de oorzaak en het voorkomen van het treinongeluk in Amsterdam horen praten in het acht uur journaal?
Het antwoord ligt in zijn cabine.

Heb je ooit een machinist horen waarschuwen tegen de gevaren van het gebruik van almaar goedkopere infra?
Antwoord in zijn cabine.

Pieter van Vollenhoven zegt steeds: ‘De klap komt!’
Heb je ooit een machinist die uitspraak horen bevestigen of ontkrachten? Cabine.

Heb je ooit een machinist in het openbaar een vraag horen beantwoorden?

Kraats

De machinist kijkt er niet meer van op. Hij heeft geen punctuali-tijd om lang achterom te kijken. Waar hij ook gaat zitten, het is altijd de voorkant van de trein, op de toekomst gericht. Dat er niet naar hem geluisterd wordt, deert hem niet. Hij geeft zijn antwoorden zelfs als niemand de vragen nog durft te stellen.

Geen gemakkelijke taak, want dat het geen gemakkelijke vragen zijn, zie je aan bovenstaande foto. Geef hier maar eens antwoord op:

Circus. Olifanten en zebra’s, ja of nee?

 

Op de valreep…

Altijd veel te druk, dus altijd haast en met – ook nog eens? Jawel! – een nachtdienst in het verschiet: De Op de Valreep-blog 2012. Het is natuurlijk onmogelijk alles wat in 2012 is blijven liggen, nu nog te verwerken. Zeker niet als het restant 2011 als een vis in een Chinees aquarium op ruit blijft slaan en het vat beton 2010 door tegenstribbelende bewegingen van de inhoud maar niet wil drogen.

So… ff kwik:

 

Aan de Nightwriters: de winnende verhalen-in-zes-woorden van 2012.

Op de valreep, Mulisch voor ‘tonweer:

Dat waren er geen zes, Diederik!

Delilah: Je denkt weer met je ….

Eén leugen verkeerd? De andere regeert.

Het verstand komt met de haren.

Musical 2013: knippen helpt niet meer.

Hoezo tijdslimiet? Harry toch ook? En wat dan nog? Ach barst toch, komt helemaal geen vrouw bij die dokter…

treedt uit de schaduw

2013 treedt uit de schaduw van 2012…

Vijftig Tinten:

 tweet jeepech

 

 

brug 

Reinaprinsengeerlings jezelf Kluun, ik ben nooit te laat.

 

NS in zes, vijf voor NS:     #NSin6

Railmail: …small step for NS men…     #NSin6

…a giant leap for NS kind.   #NSin6

Eerste geplande werkzaamheden in 2013: Roparun..!    #NSin6

Bij elkaar: rails, communicatie en snelheid.    #NSin6

Iedereen gelijk, iedereen spoort, iedereeNS…     #NSin6

.

Verdorie, op de valreep nog de allerlaatste trein van 2012 missen….

Samson en Rutte voor de knipbeurt

Samson en Rutte vóór de knip..

(Grasshopper) GRAAZ

Green Wheels

December in Nederland. Een echte herfst hebben we, net als vorig jaar, niet gehad. Maar begin december begint de temperatuur plotseling te dalen. Jongens, roep de rayonhoofden bij elkaar.

Vrijdagmorgen moest ik een lege trein naar Venlo rijden, die daar de intercity naar Den Haag Centraal zou worden. Het vertrek verliep niet echt soepel, omdat de trein nog schoongemaakt moest worden. Terwijl op spoor 1 stond te wachten totdat er iets op spoor 15 stond, begon het heel zachtjes te sneeuwen. Ik keek om me heen en verwachtte elk ogenblik een stem uit de omroepinstallatie die de algemene noodtoestand in Nederland zou afkondigen.

Maar niets, geen codeblauw (walvis op het strand,) geen code geel (uitverkoop bij Xenos,) zelfs geen code oranje (het waait, het regent, het sneeuw maar we weten niet of het echt uit de hand gaat lopen dus pakken we iets ertussenin.)

Zo kon het gebeuren dat ik op 7 december 2012, dwars door de striemende sneeuw die seinen volledig dreigde te bedekken onder een geelwitte deken – geel wordt tegenwoordig standaard meegeleverd, jammer want ik vind dat witgrijze veel mooier – van Eindhoven naar Venlo reed en van Venlo naar Rotterdam zonder dat er iemand op het idee kwam het treinverkeer stil te leggen vanwege de sneeuw.

De beelden spreken voor zich. Het ging vrijdag pas fout toen in den Bosch treinstellen per se gesplitst moesten worden en andere gecombineerd. Dat moet je2 in de sneeuw als de koppelingen vol sneeuw zitten nu juist niet doen. Ach, het was mijn trein nar huis. Mij maakte het dus niet zoveel meer uit.

Zaterdag bleef de sneeuw nog liggen, maar de deken was ondertussen voorzien van een glimmend laagje ijs. Een laagje dat het felle zonlicht zo sterk weerkaatste, dat het pijn deed aan je ogen. Dat gold zowel in de trein als erbuiten.

Het is bekend dat op het moment dat je hersenen vlam lijken te vatten, je beelden kunt zien, ruiken, horen om die zodanig te combineren dat het lijkt alsof er ware spookmanifestaties voor je ogen plaats vinden.

Van sneeuw kom je dan vrij gemakkelijk in snow. White snow, snow for the pope. Stimulatie, stimulatie, drugs! Speed, XTC, cocaïne, hasj, Grasshopper, Graaz. Graaz!

DB zet NS klemGrasshopper Graaz. Graaz, wat betekent dat ook alweer? Had het niet iets te maken met die Nobelprijswinnaar uit Zuid-Afrika? Wat wilde hij, wat deed hij? Jarenlang had hij gevochten voor de rechten van zwarten in zijn land. Nu was hij vrij en had hij het zelfs geschopt tot President van zijn land. En wat riep hij tegen het volk: samen!

Dus niet: alle blanken hebben een uur om te vertrekken, nee, we moeten het samen doen. De wereld achterstevoren ondersteboven. Graaz. Grasshopper Graaz. Laat het een begrip worden in de wereld, waar de vrijheid van het individu steeds vaker beperkt wordt ter meerdere eer en glorie van directies en voor heel veel geld aangetrokken topmannen/vrouwen/manvrouwen.

 24 uur sneeuw

Grasshopper Graaz. Let the sunshine in. Maar zondag spoelde de regen de laatste sneeuw al weg…

Philipsspook

.

Wie is er gebaat bij zijn falen?

Jeffrey pauw en witteman

Pest

Wie ook maar een paar minuten op internet zoekt naar Jeffrey Arenz, krijgt een heel aardige indruk van hem en zijn stichting. Het is geen grote organisatie, het is vooral Jeffrey zelf. Is dat zo onlogisch? Natuurlijk niet. Als je jezelf gedurende langere tijd moet onderwerpen aan een macht die eigenlijk helemaal geen gezag over je mag hebben en de autoriteit grijpt niet in, dan verlies je het vertrouwen in iedereen boven je. Dan is er niemand meer boven je, dan word je zelf de autoriteit op dat speciale gebied. Ik weet waar ik het over heb, ik heb zelf dit jaar de nodige klappen mogen incasseren. Geen fysieke klappen, maar als ik ze zou moeten omschrijven zou dat iets worden als:

Somewhere over the...

Somewhere over the…

“Twee van zijn ondergeschikten hadden me op de grond gewerkt en hielden me daar met hun knieën pijnlijk op mijn dijbenen. Volkomen onnodig deed hij een stap naar voren, wachtte even en trapte toen met zijn puntige schoenen net onder mijn borstbeen in mijn maag. Natrappen, vernederen, kleineren. Zo worden organisaties vandaag de dag geleid. Ze gebruiken woorden allemaal op dezelfde manier: om pijn te doen. Erger dan fysieke pijn.”

Heeft de hij-figuur mij nu werkelijk in mijn maag getrapt of niet? En als hij daar alleen stond maar niet ingreep? Was dat niet óók pesten?

Wat je ook van Jeffrey vindt, hij heeft het onderwerp ‘pesten’ in het nieuws gebracht en niets te laat. Eerder wilden we niet naar hem luisteren en nu doet hij ineens van alles verkeerd en weten wij het weer allemaal beter. Heeft hij hulp nodig? Ja, natuurlijk. Maar niet van iemand die hem voortdurend op zijn fouten wijst, maar van iemand die hem een deel van het werk uit handen neemt. Iemand die meegaat in zijn droom en nog gelooft dat pesten werkelijk te stoppen is.

Geen Psychiater

Jeffrey kan ervaringen delen en afgemeten aan zijn tomeloze energie acht ik hem ook in staat anderen in die stroming mee te voeren. Maar Jeffrey is geen psychiater, hij kan niet in staat worden geacht diagnoses te stellen in complexe mentale gevallen. Hem iemands dood in de schoenen proberen te schuiven vind ik dan ook volstrekt onacceptabel. Het enige dat je Jeffrey zou kunnen verwijten is dat hij Jordy – ik ken de achtergrond niet – niet naar een arts heeft verwezen. Maar had dat zin gehad?

Wat moet je doen als iemand echt een doodswens heeft.
Psychiater Bram Bakker: ‘Het spijt me, dat kan ik niet. Een dokter wordt opgeleid om mensen in leven te houden. Ik vind het niet logisch dat je voor euthanasie bij hetzelfde loket moet zijn.’
Soortgelijke woorden gebruikten vrijwel alle psychiaters in de serie “Kijken in de ziel.” Ik heb er in april 2010 nog een blog over geschreven. Als dit de enige acties zijn van gerenommeerde psychiaters tegen zelfdoding, geen enkele dus, en overheden en bedrijven hun kop in het zand steken, dan is het wel heel erg buiten verhouding om naar Jeffrey te wijzen als dader.

Tabeeboe

Wat mij betreft verdwijnt het taboe op onderwerpen als pesten en zelfdoding liever vandaag dan morgen. Ikzelf probeer het heel geleidelijk bespreekbaar te maken, maar moet daarbij nog over vele hindernissen. Dat er nu nog steeds over de laatste twee dood gepeste jongeren geschreven wordt en dat pesten misschien aangepakt wordt, is voor een groot deel te danken aan Jeffreys inzet. Hem daarbij voortdurend door het slijk halen is goedkoop, sensatiebelust en stemmingmakerij. Wat als het hem lukt de aandacht vast te houden, dan kan het best zo zijn dat hij deze week al drie mensen redt die met een sprankje hoop op een betere toekomst besluiten hun leven een tweede kans geven.

Als machinist heb ik veel meer vertrouwen in Jeffrey dan in de als-je-er-niet-over-praat-gebeurt-het-niet-theorie. Want in dat laatste geval zal het aantal zelfdodingen alleen maar toenemen, zeker nu geestelijke gezondheidszorg een exclusief recht van de rijken wordt gemaakt. Natuurlijk maakt Jeffrey fouten, hij heeft immers niemand als voorbeeld. Maar hij probéért het tenminste. De deprimerende borden die ProRail op de perrons heeft geplaatst met een 0900-nummer dat niet iedereen kan bellen en waarvoor betaald moet worden, lijken niet veel nut te hebben.

Ik hoop van harte dat in 2013 het aantal zelfdodingen op het spoor af zal nemen. Dan is er slechts één die die overwinning kan claimen. Moeten we hem niet nu zijn nek omdraaien. Ik geloof echt dat hij het kan. En ik gun het hem.

malcolm X

Jeffrey. In blinde bewondering. Voor eeuwig. Eeuwig = t/m 23 maart 2013.

jeffrey volkskrant

Is het nou echt nodig hem zo in de verdediging te drukken? De absolute waarheid hoort in een proces verbaal, niet in een verhaal, hoe waar ook. Een verhaal moet de tand des tijds kunnen doorstaan, een verhaal moet een eeuwigheidswaarde hebben, moet blijven hangen in iemands gedachte, moet stekelig zijn zodat het aan je broek blijft haken tijdens een wandeling over de hei en moet tegelijk zo zacht zijn dat je het voor de rest van je leven wil koesteren. Beschermen.

Iedere verteller, iedere schrijver weet dat je nooit exact de waarheid moet beschrijven. Er is simpelweg niemand die de waarheid gelooft omdat die meestal zo onwaarschijnlijk is dat je zeker denkt te weten dat het wel verzonnen moet zijn. Maar de waarheid aanpassen betekent nog niet dat het gelogen is. Ik voeg zelf vaak twee gebeurtenissen tot één samen. Om mezelf te beschermen tegen beschuldigingen van laster of smaad, en om een gebeurtenis zo te vervormen dat de hoofdpersonen niet te herleiden zijn tot bestaande mensen.

Jeffrey ArenzJeffrey steekt niet onder stoelen of banken dat hij een acteur is, dat hij het theater in wil. Dat hij het theater in gaat. Tegelijk besteedt hij al zijn tijd aan Skizzle. Toen ik hem op een onmogelijke tijd een berichtje stuurde, diep in de nacht voordat hij bij P&W zat – iets waar ik overigens pas later achter kwam – kreeg ik tot mijn verbazing direct een antwoord terug. Hij had toch geen tijd om te slapen, moest al vroeg naar de Tweede Kamer. Alles geven voor een doel waar je werkelijk in gelooft. Ik had meteen het gevoel een soort zielsgenoot gevonden te hebben. Een idealist die gelooft in de kracht van fantasie en voor niets of niemands zijn principes zal verraden.

Maar zijn nadrukkelijke aanwezigheid in de media na zelfdodingen als gevolg van pesten, roept blijkbaar ook de nodige irritatie op. Nergens voor nodig. Je hoeft maar twee minuten op internet te surfen en je weet wie Jeffrey is en hoe groot de stichting Skizzle. De vraag of Jeffrey er voor Skizzle is of Skizzle voor Jeffrey, is volslagen onnozel. Jeffrey is Skizzle en Skizzle is Jeffrey. Iedere vrijwilliger weet dat of zou dat kunnen weten. Hij neemt alleen veel te veel hooi op zijn vork. Dat weet hij, maar zeg er niets van, want dan neemt hij er gewoon nog een lepel bij.

Jeffrey is koppig, eigenwijs, weet het altijd beter, drijft zijn zin door, neemt van niets of niemand raad aan en heeft altijd gelijk. Ik ken hem niet eens, maar dat durf ik hier met 99,9% zekerheid te stellen. Ik som gewoon even mijn eigen goede eigenschappen op. Eigenschappen die je als eenling moet hebben wil je iets bereiken. Hij heeft gelijk als hij zegt dat we nog steeds allemaal de andere kant opkijken als het om pesten gaat. Fleur heeft drie jaar geleden al duidelijke signalen afgegeven dat een volgende periode van gepest worden haar einde zou betekenen. Niemand heeft die signalen opgepikt, niemand heeft een vinger uitgestoken haar te helpen.

gedicht.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Ik heb Jeffrey gevraagd ook eens naar het pestgedrag onder volwassenen te kijken. Intimidatie en bedreiging zijn in wezen immers niets anders dan pesten. En pestgedrag onder kinderen kun je niet bestrijden als je niet tegelijk het – even dodelijke – pestgedrag binnen bedrijven en grote organisaties aanpakt. Zelf dacht ik daarbij aan een klein logo’tje op elkaars website, maar Jeffrey trekt weer alles uit de kast en schuift doodleuk bij ‘onze’ Mr. Pieter van Vollenhoven aan tafel om tot een gezamenlijke uitspraak te komen bij Pauw & Witteman.

Mr. Pieter van Vollenhoven, oud-voorzitter van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Hoger kun je niet inzetten. Het heeft er toe geleid dat in verschillende columns en nieuwsfora pesten, zelfdoding en trauma’s bij treinpersoneel serieus onder één noemer worden geschaard. Ik mag er zelf niets over zeggen, dus ik ben Jeffrey eeuwig dankbaar. Dat wil zeggen: eeuwig dankbaar tot en met 23 maart 2012. Dan staat hij in het theater en mag het publiek uitmaken of zijn verhaal eeuwigheidswaarde heeft of niet. Waarheid bestaat in het theater helemaal niet, daarover hoeft niet gediscussieerd te worden.

Tot die tijd kan hij rekenen op mijn onvoorwaardelijke steun. En sponsoring die in ieder geval ver boven het ING-niveau ligt van een paar blikken spaarpotjes. (Nu maar hopen dat de bank zich dit niet zomaar laat zeggen en er bijvoorbeeld gevulde spaarpotten van maakt.) En zo zijn er vast nog wel een paar andere grote of kleine bedrijfjes die durven te investeren in het lef dat deze jongen toont, alvorens hem – zoals de meeste criticasters doen:  anoniem – tot leugenaar te bombarderen. Of die er bij willen zijn als hij tot held uitgeroepen wordt, want die kans bestaat natuurlijk ook.

jeffrey

Ik ga eerlijk gezegd uit van het laatste uit. Het tweedehands deel van mijn sponsoring heeft hij ondertussen binnen, van mij verwacht hij enkel nog een stapeltje papiertjes. (Dat wordt een tegenvaller Jeffrey, hoewel verlicht kun je er op rekenen dat het niet door de brievenbus past.) Maar ik doe er nog wat bij: Ik verloot twee toegangskaartjes voor zijn theaterprogramma onder mensen die vóór maandagmorgen 24 december 2012 0:00 uur op deze blog reageren. Twee maal twee als het er veel zijn. Spelregels: Niet anoniem en ongefundeerde scheldpartijen worden verwijderd.

Jeffrey, neem je tijd om jouw programma neer te zetten en geef het publiek iets mee naar huis om over na te denken. Probeer je niet te verdedigen tegen ongefundeerde kritiek. Je doet het goed, maar het vreet energie en het levert je niets op. Degenen die jaloers op je zijn blijven je tegenwerken en je medestanders blijven je toch wel trouw. Geloof me, ik weet waar ik het over heb. Uiteindelijk maken ze met hun beschuldigingen alleen zichzelf belachelijk, daarvoor hoef je slechts op de ingeslagen weg verder te gaan. Van achter elke boom of struik zal iemand, die zich tot dan toe niet durfde te laten zien, opkruipen om het voor je op te nemen. Ik heb eigenlijk nog maar één tip voor je:

Die hoef ik je niet te geven, want die neem je toch niet aan. Zeker weten, want dat heb ik ook nooit gedaan. En je kent me niet eens..!

.

Tegen pesten:

icm zw

in samenwerking met

Skizzle

.

What’s the frequency, Roger?

RFID

RFID

Meneer Buma en mevrouw Stemra kunnen in hun handen wrijven. Ongewild en ongevraagd is iedereen tegenwoordig een radiozender. Het is alleen nog een kwestie van innen en het CDA staat weer stevig aan het roer. De koers van het radicale midden. Hoe die muziek dan ook moge klinken.

Nu maakt een radiozender nog geen DJ. Er zijn mensen die elke dag op dezelfde tijd met dezelfde frequentie dezelfde bus naar hetzelfde station nemen, met dezelfde frequentie hetzelfde poortje openen om op dezelfde frequentie dezelfde trein naar hetzelfde werk te nemen. Er zijn er ook die de ene dag hoog frequent hip hoppend naar strand of feesttent afreizen om de dag erna Mahleriaans laag golvend met bonkende hamerslagen in het hoofd naar huis terug te keren.

En dan heb je ook nog mensen zoals ik. Van nature zend ik al op diverse frequenties, met al die opgedrongen RFID’s die daar nog bij komen voel ik me soms Lopik op het punt van instorten. Blauw bliksemend en knetterend als een statisch geladen kat. Radio Frequency Identification chips zijn inmiddels zo goedkoop dat ze overal opgeplakt, ingegoten, ingebonden of ingenaaid zijn. Je vindt ze verstopt in boeken, blikken soep, kaas op de hamburgers, honden, katten, goudvissen, guppy’s, brugklassers, de Theaterkerk in Wadway, chipkaarten, ouden van dagen, montuurloze brillen, ‘s ma’s blauw, ’s pa’s rood, ingeslapen bultruggen, gerepatrieerde pinguïns, je kunt het zo gek niet bedenken. C&A was de eerste winkel die ze als controlemiddel in de kleding stopte, zodat je tegen de tijd dat je kleding vervangen moest worden – volgens de familie B. althans – automatisch bij binnenkomst in de zaak het alarm activeerde. Een groot succes, want wie kijkt er niet als alle bellen gaan rinkelen bij een jonge vrouw die vervolgens door de verzuurde, half over haar halve bril kijkende winkeldame op leeftijd midden in de zaak wordt uitgekleed omdat een vieze ouwe chip in haar slipje na lange tijd weer eens opgewonden raakt.

RFID Slaven

RFID Slaven

Nu weet iedereen, behalve de chipproducent, dat je nooit twee diskjockeys met ego in één programma moet plaatsen. Drie is onmogelijk, vier volslagen belachelijk. Ik heb een stuk op tien pasjes met zendgemachtigden in mijn portemonnee. Dat is dus vragen om moeilijkheden. Zolang die portemonnee gesloten is, valt het lawaai mee. Waarschijnlijk vanwege zuurstofgebrek. Maar als ik er één pasje uit wil halen, dan gaat de volumeknop op orkaankracht. Ik denk een erfenis van mijn vader, die toen Postbode der PTT nog een gerespecteerd beroep was, op het Versterkerstation der PTT Telefonie werkte. Een sterk verhaal, maar in de jaren zeventig werd alles versterkt.

Op sterven na dood doet Het Brabants Orkest op mijn vriendenpas een laatste poging in Den Haag gehoord te worden. Het Willem Breuker Kollektief  blaast, inclusief Willems Sax die vandaag op persoonlijke titel aanwezig is, het dak van mijn Vrienden van het Parktheater-pas. Op het Woensels Winkelcentrum slaat het complete parkeersysteem op tilt als voorbijrazende treinen – dit speelt uiteraard jaren geleden – van mijn OV-chipkaart – O nee, toch niet – in botsing komen met Van Gansewinkels vuilniswagens van mijn stadspas, mijn NS-pas weigert mij toegang tot het spoor omdat hij verplicht wordt zijn identiteit prijs te geven terwijl een anonieme chipkaart lachend en bovendien zwart meeliftend moeiteloos de poorten open gooit. Met mijn autosleutel ontgrendel ik tot verbazing van de aanwezige monteurs en verkopers, de auto’s van hun halve garage terwijl ik de deur van mijn eigen bolide voor ik in kan stappen met een breekijzer moet forceren, en het lichtsysteem dat ik met zo veel moeite thuis heb aangelegd reageert op alle radiofrequenties behalve op die van de meegeleverde afstandsbediening. Goed, dat leidt tot mooie maar ook volstrekt onvoorspelbare led-, laser- en lichtshows, vooral op tijden dat de hele wereld slaapt. Mijn stereo-installatie laat ik uit voorzorg de nacht zonder contact doorbrengen. Ik lig niet op burenruzies te wachten als ik slaap.

Lopik bij Arnhem

Lopik bij Arnhem

Toch mis ik die stereo nog het meest. Ik herinner me de tijd dat er altijd een LP op de pick-up lag. Noch draaitafel, noch versterker had ooit van RFID gehoord, toch sprong de installatie af en toe spontaan aan. Als ik met mijn technische experimenten weer eens een stop uit de meterkast had laten springen, raakte de platenspeler zo over zijn toeren dat het uren kon duren voordat de LP weer een naald in zijn groeven kon verdragen. Velen onder ons zullen in nostalgie verdrinken als ze denken aan het minieme klikgeluid waarmee de automatische arm omhoog kwam. Een geluid zo zacht, dat ik er altijd wakker van werd. Een seconde stilte en dan een sierlijke zwaai van de arm in de richting van het vinyl. Na de laatste klik wist je zeker dat de naald uiterst behoedzaam boven de eerste groef werd neergelaten.

Ik had in die tijd een oude pick-up die verbonden was met een versterker die mijn vader zelf had gebouwd van, zeg maar, overgebleven onderdelen op zijn werk. Het was een versterker van hetzelfde type als waarmee toentertijd voetbalwedstrijden werden verslagen. Door Theo Koomen, ook een zender an sich. Het nadeel van het ding was dat het automatisch een keur aan zenders van de Korte Golf oppikte die halsstarrig aan de gekozen geluidsgolven bleven kleven. Liet je Freddy op z’n allerhardst de Death on two legs bejubelen, dan nog wist de paus in Rome hem schreeuwend te bedanken voor de BLOE-HOE-MEN. Waarna een commentaar van Brezjnev volgde of G.B.J. Hiltermann, die twee haal ik nog steeds door elkaar.

versterkerstation

Achter de locs het oude PTT Telefonie Versterkerstation Eindhoven met zendmast

Omdat de versterker zich niet aan de informatie op de LP hield, vond de pick-up het ook niet nodig al te nauw naar de eerste groef te kijken. Deze werd dus vaker gemist dan precies getroffen. Het kan ook de grijsgedraaide toestand van mijn platencollectie geweest zijn die de naald direct naar het radicale midden liet verhuizen. Hoe dan ook, zelfs de maan sprong een gat in de lucht toen vanuit mijn slaapkamer de profetische teksten van Roger Taylor over de wijk schalden. De Queen-drummer had kort na de geboorte van zijn zoontje nooit kunnen vermoeden wat hij heeft aangericht. Maar als ik in de chaos van over RFID beschikkende chipkaarten mijn pinpas gebruik om stationspoortjes te openen, met een oude jas van C&A het brandalarm in de Schipholtunnel activeer, achtervolgd door brandweerwagens, politieauto’s en traumahelikopters – die op hun beurt met hun 2000 eigen frequenties het loos alarm tot een nationale ramp op weten te schalen – nietsvermoedend de inmiddels rokende tunnel verlaat op weg naar het idyllische Hoofddorp, hoef ik maar één rangeerder of schoonmaker op het opstelterrein in zijn handen te horen klappen om al mijn interne frequenties, al dan niet gechipt, naar het hoogste niveau te jagen en luidkeels met de niet aanwezige radio mee te brullen: ‘All we hear is Radio Ga Ga, Radio Goo Goo, Radio Blah Blah.’

 

What’s the frequency, Roger?
Over…
En uitchecken.

 

You had your time, you had the power,

You’ve yet to have, your finest hour.

Radio – radio.

Radio what’s new?

RFID still loves you…

 

En ik ook!

 

Mercury, edelmetaal...

Mercury, edelmetaal…

.

.

Gebroken belofte

13

13

. . .

 

Kunduz-politici: garantie dat er vrede komt.

.
Kunduz-politici: garantie dat er vrede is.

Kunduz-politici: garantie dat vrede er is.

Kunduz-politici: garantie dat vrede ver is.

Kunduz-politici: garantie dat vreten ver is.

Kunduz-politici: garantie dat eten ver is

Voedselbank: garantie dat eten ver is.

.

Opstapje blijkt nodig

Opstapje blijkt nodig

Voedselbank: garantie dat eten er is.

Voedselbank: garantie dat er eten is.

Voedselbank: zekerheid dat er eten is.

Voedselbank: zekerheid dat er gegeten is.

Voedselbank: zekerheid dat er gegeten wordt.

Bankenfeestje: zekerheid dat er gegeten wordt.

.

Bank en feestje

Bank en feestje

Bankenfeestje: zekerheid dat er gevreten wordt.

Bankenfeestje: zekerheid dat er gevreten is.

Bankenfeestje: zekerheid dat er discretie is.

Bankenfeestje: gegarandeerd dat er discretie is.

Bankenfeestje: dat discretie er gegarandeerd is.

Torenkamertje: dat discretie er gegarandeerd is.

.

Torenkamertje: dat belofte er gegarandeerd is.

Torenkamertje

Torenkamertje

Torenkamertje: de belofte er gegarandeerd is.

Torenkamertje: de belofte er gedaan is.

Torenkamertje: de belofte er gedaan wordt.

Torenkamertje: de belofte er gebroken wordt.

Zorg: de belofte er gebroken wordt.

.

Zorg: dat belofte er gebroken wordt.

Schip voor zorg

Schip voor zorg

Zorg: dat gebroken er belofte wordt.

Zorg: dat vrede er belofte wordt.

Zorg: dat vrede om belofte wordt.

Zorg: dat strijd om belofte wordt.

Wapenhandel: dat strijd om belofte wordt.

.

Schild

Schild

Wapenhandel: dat strijd om belofte komt.

Wapenhandel: dat strijd om vrede komt.

Wapenhandel: dat garantie om vrede komt.

Wapenhandel: garantie dat om vrede komt.

Wapenhandel: garantie dat er vrede komt.

.

Kunduz-politici: Garantie dat er vrede komt.

.

.

Eindhoven voorbij

Eindhoven voorbij

Kundus

Kunduz

.

Spookrook en laag over de grond scherende lidwoorden

Spookrook en laag over de grond scherende lidwoorden

Felicitatiecolumn in de eerste Koppeling van 2013, door de redactie vergeten mij te vragen die te schrijven.

Bevroren Koppeling

Zeer geachte heer Meerstadt, Bert voor intimi,

Geachte heer Meerstadt, het is alweer vier jaar geleden dat ik als schrijvend machinist gevraagd werd een welkomstwoord tot u te richten in de Koppeling. Maar goed dat ik toen direct twee columns heb aangeleverd, want nu mag het niet meer. Ik hoor zelfs niet meer bij de scherpschutters van de oNS! Ik mag alleen nog woorden richten als twee of drie naamloze begeleiders de loop naar beneden gedrukt houden en ik geen woorden gebruik die op het taboe-lijstje van de censuur zijn geplaatst.

Nou, met laag over de grond scherende lidwoorden raak je geen enkel target en verliest een column – die toch vooral emotie wil oproepen of een reactie uitlokken – zijn doel. Ik heb echter goede hoop dat een en ander weer ten goede keert als we – zoals beloofd – gaan Leren van Fouten.

Toch vind ik het jammer dat al die oude Koppelingen op de digitale hogesnelheidslijn verloren zijn gegaan. Tja, wisselstroom in plaats van gelijkspanning, maar misschien bevindt zich onder uw bureau of achter een oud schilderij in uw werkkamer nog wel een geheime ruimte met daarin een doos met blauw-vergeeld papier.

Spookrook in Eindhoven

De eerste column die ik voor u schreef – Vroeger… geplaatst in Koppeling 1869, het laatste nummer van 2008 – is nostalgisch ouderwets; knisperen bij de gashaard met de Streets of Londen op de pick-up. (Knisperend geluid is eventueel ook op cd verkrijgbaar als een brandhaard u te veel aan spookrook in de Schipholtunnel doet denken.)

De tweede column – De Leidtoon uit Koppeling 1870, het eerste nummer van 2009 – is nog verassend actueel. De veranderende visie op het nut van bepaalde muzieknoten in een toonladder, gewaagd politiek ter discussie gesteld door Arnold Schönberg als vertegenwoordiger van de dodecafonie, choquerende beslissingen aan de top die tot briljante oplossingen kunnen leiden en diversiteit als noodzaak om het leiderschap op een positieve manier spannend te houden, zijn de onderwerpen die ik tot mijn eigen verbazing in zo’n V250 woorden heb weten te vangen.

Met de kennis van nu – en een vooruitziende blik – kun je gerust stellen dat deze column reeds in december 2008 voor de feestelijke première – helaas in afwezigheid van de schrijver van het stuk – in januari 2013 is gecomponeerd.

Beste meneer Meerstadt, bij dezen alvast van harte gefeliciteerd met nogmaals vier jaren als President-directeur van de Nederlandse Spoorwegen en mijn aanbod in de laatste regel van De Leidtoon staat nog steeds, geen censurist die zo dicht bij dat vuur durft te komen.

Spoor 18a in Eindhiven

Met vriendelijke groet,

Geert König

Masjinist

PS. Hoe managet u het toch om elke minuut van de dag een machinist zo dicht op uw huid te voelen dat u hem in- en uitademt en tegelijk zo veel afstand tot het vak te bewaren?

Mocht het oud papier toevallig toch per ongeluk gewist zijn, dan kunnen vuur en machinist u wel aan een geheime link helpen. Dat laatste blijft – hoop ik van machinist tot machinist – natuurlijk wel tussen ons.

Tuin in Eindhoven

Zelfportret

 

Onveilig contact (Vijftig tinten geel/blauw)

Windmolen

Het is vandaag donderdag. Beweert men. Donderdag 18 oktober. Donderdagmorgen 18 oktober 2012. Donderdagmorgen 18 oktober zo vroeg in de ochtend dat het nog nacht lijkt. Ik begin aan de laatste van vier hele vroege diensten en ben nog niet echt wakker. Meestal ontwaak ik zo rond half tien. Prettig als dan al een halve dienst voorbij is. Nu schrik ik wakker van de telefoon. Bijsturing. Of ik al aanwezig ben.
‘De hoofdconducteur heeft nog geen machinist gezien.’
‘Ik ben er vlakbij. Maar het is toch nog lang geen tijd?’
‘Nee,’ zegt de bijstuurder slaperig, zonder op de klok te kijken. ‘Over twee minuten moet je rijden.’ Aan zijn stem hoor ik dat hij de klok heeft gevonden. Ik kijk op mijn horloge. Lukt niet. Ligt thuis. Ik kijk op mijn telefoon. Nu zie ik wat er aan de hand is. Men heeft alle stationsklokken vijf minuten vooruit gedraaid.

   Op tijd of niet op tijd? Dat is niet de vraag. De twee SGM Sprinters willen namelijk wel rollen, maar niet rijden. Zodra ik tractie geef – tractie is het elektrische antwoord op gas – grijpt de ATB in en staat de trein vol op de rem. Samen met de hoofdconducteur – ofwel hc – controleer ik alle remkranen en handremmen, maar daar mankeert niets aan. Dan het Materieelbureau maar gebeld.
‘Zet u op de achterwand de vier meest linkse stotzen maar een keer uit. Dan resetten we de zaak even.’ Ik draai me naar de achterwand. Natuurlijk, resetten. Dat is het meest effectieve middel om heden ten dage storingen te verhelpen. Hoe kon ik het vergeten. Werkt er iets niet? Dan gaan we resetten.
De airco in een VIRM uitgevallen? Even resetten.
Storingen in de laagspanning? Moet je een trein ook niet aandoen, laagspanning. Probeer te resetten.
De SLT doet helemaal niets meer? Dan zou ik maar gaan resetten.
De deuren sluiten niet? Houdt u er rekening mee dat tijdens het resetten eerst alle deuren zonder klembeveiliging dichtslaan?
De Railpocket werkt niet? Heb je wel een soft reset gedaan?
WC defect? Resetten tot het dik onder de deur doorstroomt.

   ‘Nou, ik zie wel stotzen, maar daar staan heel andere nummers bij.’
‘De eerste vier zouden het moeten zijn.’
‘Die hebben allemaal de letter R, R1 tot en met R4 en niet F9 tot en met F12. Wacht, hier zie ik wel iets met remmen. Weet je wat, ik zet ze allemaal wel even uit.’ Vier of veertig, wat is het verschil?
‘Dat is goed. En wilt u ze over een minuutje dan weer inschakelen?’

   We zijn bijna een half uur aan het experimenteren als de storingsmonteur arriveert. Ik ben de trein diverse keren doorgelopen om iets te controleren of een schakelaartje om te zetten, maar het resultaat blijft nul. Mijn conducteur zit al lang en breed aan de koffie als de storingsmonteur vraagt of de blauwe lamp in de achterste cabine gaat branden als ik in de voorste cabine tractie inschakel.
‘Nee, daar heb ik niet naar gekeken. Ik heb wel via de achterste cabine de trein opgebouwd, maar ook daar gaf hij met een gele lamp een storing in de pneumatische rem aan, waarna de rode lamp van de ATB begon te branden. Blauw heb ik niet gezien. Heb ik ook niet naar gekeken.’

    Door al deze gekleurde lampjes te noemen, gaat de storingsmonteur een lichtje op. Binnen no-time heeft hij het probleem gevonden. Er is niets mis met de remmen, slechts een contactpuntje in het systeem zit los en is nu zo onbetrouwbaar dat het tijdens elke remming de storingsmeldlamp ten onrechte kan doen ontbranden, waardoor de trein – die buiten de communicatie tussen storing en storingsmelding gehouden wordt – denkt dat er iets grondig met hem mis is en uit alle macht de rem erop gooit. Een onveilig contact dat hersteld moet worden voordat de trein, of liever het treinstel, ingezet kan worden in de reizigersdienst.

   Ondertussen heeft de knooppuntcontroller mij een keer of tien gebeld met de vraag hoe het ermee staat. De trein naar Deurne is inmiddels opgeheven, maar nu komt ook de trein van Eindhoven naar Nijmegen in gevaar. Dat is namelijk dezelfde trein. Uiteindelijk stel ik hem voor de trein te splitsen en alleen het voorste stel te laten rijden, want daar zit het probleem niet. Misschien kunnen ze in Den Bosch de trein dan weer op sterkte brengen.

   Een prima idee vindt de knooppuntcontroller, maar die heeft geen rekening gehouden met de perronopzichter.
‘Als jij met die trein kunt rijden, dan onmiddellijk naar spoor vier twee!’
‘Maar als ik hem hier splits kan hij nog als negen zes één acht naar Den Bosch.’
‘Hallo, met de perronopzichter.’ Hij heeft het niet meer tegen mij, maar tegen de treindienstleider. ‘Ja, graag met spoed afrangeren naar vier twee.’
‘Dan gaat deze dus niet als negen zes één acht rijden,’ stel ik meer als conclusie dan als vraag.
‘Jij gaat direct naar vier twee.’
‘Dus het wordt niet de negen zes één acht,’ probeer ik een laatste keer. ‘Dan wordt ook die trein opgeheven.’
‘Maar wanneer rijdt die zesennegentig tachtig dan?’ Het klinkt enigszins geïrriteerd.
‘De zesennegentig achttien.’
‘O ja, de negen zes één… Nou je hebt al veilig. Ga eerst maar naar vier twee, als je daar bent, dan zien we wel weer verder.’

   Onderweg naar vier twee, belt de knoop weer.
‘Ik heb een retmachinist naar drie één gestuurd, daar staat ook nog een SGM. Hij rijdt via de westkant naar spoor zes, als jij die van vier twee er dan tegenaan zet, wordt dat de nieuwe negen zes één acht.’
‘Ja, dat is goed. Maar nu zit ik in het verkeerde stel. De achterste deel moet achterblijven. Ik kan dus alleen het opstelterrein af door eerst de trein te splitsen, dan door te rijden naar vier zeven, wissels om te gooien en dan via vier één terug naar het station te rijden. Dat kost wel wat tijd.’
‘Het is niet anders.’

    Ik kijk op mijn arm, maar daarom zit nog steeds geen horloge. Mijn gevoel zegt me dat ik al minimaal twee uur aan het rennen ben. Daarvan zal beslist één uur waar zijn. Op spoor vier twee komt er nog meer zweet bij. Teruglopen naar halverwege de trein, deze splitsen en in het deel van de trein dat in Eindhoven achterblijft de sluitseinen ontsteken. In verband met de kostbare tijd zet ik hem in deze cabine in de schoonmaakstand. Jammer voor de volgende vliegende spoorwegpersoon, maar nood breekt wet. (Tenzij het om een stervende zwaan gaat natuurlijk, maar dat spreekt voor zich.)

   ‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.’

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.’

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.’

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.’

       Zucht.

   ‘Oproep voor de treindienstleider minimaal bevoegd NedTrain, over.’
‘Hier met de treindienstleider NedTrain, spreekt u vrijuit.’
‘Mag ik met het aankomende achterste deel van de negen zes een acht voorbij het S-bord op vier twee naar vier zeven en dan van vier zeven via vier één naar zes?’
‘Jij hebt toestemming om op spoor vier twee alfa het S-bord te passeren naar vier twee bravo, door naar vier zeven en als je omgebouwd bent mag je optrekken richting het S-bord op spoor vier één, over.’
‘Tweeënveertig voorbij het S-bord toegestaan en dan via zevenenveertig naar eenenveertig S-bord is begrepen. Bedankt en uit, uhm, sluiten.’ Uitsluiten? Ja, dat gebeurt hier steeds vaker. En dat ’s-morgens om zes uur, en een beetje vanwege alle reeds verrichte werkzaamheden.

    Ik mag van de echte treindienstleider het stopbord op eenenveertig passeren. Tegelijk zie ik een rood sein doven, terwijl er geen vrolijker kleurtje voor in de plaats komt. Ach, als ik dan toch bezig ben, kan er dat ook nog wel bij. Ik meld het gedoofde sein bij de treindienstleider die me zonder veel officieel geneuzel door laat rijden naar spoor zes. Nog even combineren en ik kan plaatsnemen waar ik thuis hoor: de cabine van een reizigerstrein mét reizigers. Even geen GSM-r, portofoon, of telefoongeklets meer aan mijn hoofd.

   Jammer, maar te vroeg gejuicht. Keurig netjes toucheer ik het treinstel voor me. Ik begroet het als ware het een oude vriend. Kwijtgeraakt maar nooit verloren. Hé, hoe is het ermee? Dat is lang geleden. Vertel eens…
   Maar het treinstel tegenover me vertrekt geen spier. Geen vriendelijk begroetingswoord komt er uit zijn mond. Ik laat mijn koppeldoos zachtjes tegen de zijne stoten, maar hij laat me stoïcijns weer achteruit rollen.

    Een collega op de vaste wal ziet het gebeuren. Dapper springt hij het spoor in om handmatig de koppeldoos van mijn treinstel open te trekken en weer te sluiten. Ik doe hetzelfde bij mijn tegenligger. Feitelijk niets anders dan het resetten van de koppeling. Nogmaals steek ik mijn hand uit als vriendschappelijke toenadering. Ditmaal wordt hij aangenomen. Hoera, de trein kan rijden. Zodra die een machinist heeft, maar die is onderweg, want dat ben ik. Dus nu even geen logistieke problemen. Geen logistieke problemen, hoort iemand mij?

    Terwijl de perronopzichter al zenuwachtig op zijn horloge staat te tikken, komt er een rangeerder aangelopen.
‘Deze trein wordt opgeheven. Ik moet hem naar de tuin brengen.’
‘Opgeheven? Terwijl ik er zoveel moeite voor heb gedaan?’
‘Ik kan er ook niets aan doen, ik moet hem alleen wegbrengen.’
‘En we hebben net zo fijn samengewerkt…’
‘Ja, dat zie ik.’ Het klinkt cynisch, een beetje dan.

   Wat troosteloos zie ik mijn trein in de verkeerde richting vertrekken. Maar echt tijd om te treuren krijg ik niet. Bijsturing aan de lijn.
‘Passagier maar naar Nijmegen, dan kun je daar je eigen dienst weer oppikken.’
‘Goed, dan ga ik naar Nijmegen passagieren.’

   Ik kruip zo onzichtbaar mogelijk in de achterste cabine van de trein richting Schiphol. Een trein die keurig op tijd vertrekt, waar een vriendelijk conductrice direct na vertrek de reizigers een prettige reis wenst en alvast waarschuwt voor werkzaamheden rond Arnhem, over twee weken.

Zo moet het. Ja. Zo moet het.

mysteryguest

It’s a mystery to me…

The game commences. Donderdagmorgen. Het einde van mijn dienst nadert als Bijsturing belt met een prettige mededeling. Er is vandaag geen materieel voor het treintje naar de werkplaats, dus ik kan op mijn gemak van Nijmegen naar Eindhoven passagieren, zoals dat in machinistentermen heet. Ik kan de intercity naar Den Bosch nemen en daar overstappen, maar ik kies in Nijmegen al direct de sprinter naar Deurne.

For the usual fee. Even voorbij Dukenburg wordt de deur van de cabine open gegooid. De conductrice staart een moment dromerig naar de grond en schrikt op als ze mij ziet.

  ‘Hé, wat doe jij nou hier?’
‘Ik lift een stukje mee.
‘Nou, dat heb ik nog nooit meegemaakt.’
‘Een passagierende machinist niet?
‘Je hebt je ook helemaal niet gemeld of zo…’
‘Ik was hier drie minuten voor vertrektijd. Toen ik niemand zag ben ik maar ingestapt.’
‘En waar ga je naartoe?’
‘Naar Eindhoven.’
‘Begint je dienst daar?’
‘Nee, die eindigt daar.’
‘Maar wat is dan jouw dienstnummer?
‘Pff, twaalf of zeven… Zeven. Kijk, hier ben ik nu officieel, Maar deze leegmaterieel-trein is opgeheven, daarom zit ik nu hier.’ Ik wijs op het schermpje van mijn railpocket.

Plus expenses .Ze begrijpt er niets meer van en vraagt ook nog naar mijn vervoers- en legitimatiebewijs. Waar komt die achterdocht vandaan? vraag ik me af. We hebben toch allebei hetzelfde uniform aan.  Er zijn misschien wel meer blauwe colberts, maar niet van deze speciale spoorkwaliteit. We rijden ondertussen langs het perron van spoor 2 Eindhoven binnen. Een beetje verscholen achter de trap, zit een jonge vrouw gehurkt. Die heb ik de laatste paar dagen vaker gezien.

Confidential information. Ze loopt snel-scannend tussen de reizigers door op zoek naar iemand met een intelligente blik. Dan begint ze vragen te stellen over de OV-Chipkaart, verwart die met OV-bus-chip, heeft dan weer wel, dan weer niet vrij busvervoer en natuurlijk staat haar moeder van negentig bij de lift op haar te wachten.

It’s in a diary. Diverse conducteurs hebben me al verteld dat dit geen gewone klant is, deze weet veel te veel van de chipkaart. Veel meer dan een normale reiziger.

Scarred for life, no compensation. Gatver. Gatverdamme. Terwijl het spoor letterlijk onder je uit elkaar valt, er elke dag sein- en wisselstoringen zijn, het aantal aanrijdingen en zelfdodingen toeneemt, mensen ’s morgens als vee tegen elkaar staan opgepropt, de kaartjes duurder worden, het reizigersvervoer moet bezuinigen en de forens steeds kwader wordt op het personeel, verschijnen er ook nog eens Mystery Guests op het toneel. Louche types die zichzelf heel professioneel vinden en werknemers achtervolgen om anonieme kantoorbazen data in handente  kunnen geven om het eigen personeel zwart te maken.

Private investigations. Terwijl machinisten, conducteurs, baanwerkers, storingsmonteurs, servicemedewerkers en andere vakmensen proberen samen iets op te bouwen, zijn zij gespecialiseerd in afbreken. Want als men ergens bang voor is, is dat onderlinge samenwerking tussen professionals, vakmensen. Dan zou de trein in de winter namelijk weleens kunnen rijden…