Perplex

Hogedrukreiniger

Zoals bekend is de cabine van de machinist een vrijwel hermetisch gesloten ruimte. De portofoonverbinding met de hoofdconducteur is tot op de laatste accucel leeggezogen en de enige duplexverbinding, die met de treindienstleider, moet als simplex gezien worden ten einde het langs elkaar heen praten tot een minimum te beperken.

Privé communicatiemiddelen zijn ten strengste verboden en met het enige apparaat dat de machinist van de broodnodige reisinformatie zou moeten voorzien om ten minste de reizigers ervan te verzekeren dat ze zich op het juiste spoor bevinden: de railpocket – door de directie met ingehouden hoongelach aangekondigd als een ‘soort van’ iPhone – kun je niet bellen, geen verbinding maken met het internet en uitsluitend mailen met je direct leidinggevende.

Toch heb ik mijn cabine nooit beschouwd als een gevangenis, integendeel, deze kleine ruimte gaf en geeft me nog altijd een groots gevoel van vrijheid. Dat ik de aansluiting met de moderne maatschappij daardoor enigszins mis loop, bewees mijn zwager afgelopen weekend op een verjaardag:

‘Ik was met de hogedrukreiniger het gras aan het afsproeien! Roept de buurman dat ik teveel lawaai maak op een zondag. Wat vind je daar nou van?’

Simplex, duplex; ik kon alleen maar instemmend knikken.

15 gevaarlijke minuten

15min01_550x

 

Als machinist van de Nederlandse Spoorwegen moet je vijf minuten voor vertrektijd bij je trein aanwezig zijn. Een uiterst redelijke verplichting. Je moet immers controleren of de remmen werken, de veiligheidsmiddelen aanwezig zijn en je doet een portofoontest met je hoofdconducteur. Dat laatste alleen op niet al te grote standplaatsen en alleen als het niet te druk is. Voor alle machinisten en conducteurs is namelijk slechts één kanaal beschikbaar en je kunt je voorstellen wat er gebeurt als al het treinpersoneel in bijvoorbeeld Utrecht tegelijk probeert te communiceren. Het gevolg haalt jaarlijks meerdere malen de krant.

15min02

Nu is grond echter prijzig, zeker de grond rondom NS-stations. Daarom bevinden zich parkeerterreinen, fietsenstallingen en verblijven voor het personeel steeds vaker op grotere afstand van het station. Toch is de voortijd – de tijd die nodig is voor alle voorbereidende handelingen inclusief het lopen naar en vijf minuten tevoren aanwezig zijn bij de trein – voor machinisten teruggebracht naar vijftien en conducteurs naar slechts tien minuten.

15min03

Omdat van mij geëist is dat ik me in mijn vrije tijd niet langer met spoorzaken bemoei – een assistent MSO (Manager Service and Operations) zei letterlijk tegen mij, na precies vijf jaar loyale inzet als columnist voor het bedrijfsblad Koppeling: ‘Jij kijkt niet door een NS-bril, wij wel,’ waarop drie aanwezigen hun bril een stukje van hun voorhoofd tilden; hijzelf en twee niet brildragende medespelers – start mijn werktijd op het eerste het beste stukje NS-terrein waar ik me in dienst kan melden. Dan heb ik dus precies tien minuten om vijf minuten voor vertrektijd bij mijn trein te zijn, en alle voorbereidende handelingen – zoals het ophalen van een dienstkaartje – gedaan te hebben.

15min04

Op mijn verjaardag kwam ik daarbij achter een goederentrein te staan. Eroverheen klimmen is ten strengste verboden. Er omheen lopen eigenlijk ook, maar als principieel alles verboden is, moet je toch wat.

In deze serie foto’s loop ik de route in tegengestelde richting. Wat timing betreft maakt dat natuurlijk niets uit. Streeftijd is dus tien minuten. Bij vijftien vertrekt de trein definitief.

De tijd start in het personeelsverblijf. Na drie minuten steek ik de hoofdsporen over naar de fietsenstalling. Maar ik boots de situatie na als op spoor 7 in Eindhoven een goederentrein staat en ik dus om moet lopen.

15min05

Zoals je ziet loop ik hier langs de hoofdsporen, kort naast een trein die daar nog 80 km/uur rijdt. Ik loop weliswaar over een looppad, maar of hier lopen nog is toegestaan is onduidelijk.

15min06

Na een kleine zes minuten ben ik bij het einde van de goederentrein. Deze situatie is helder: oversteken is hier NIET toegestaan. Er ligt namelijk een wissel verderop en bovendien ontbreken looppaden. In vrijwel alle standplaatsen is lopen hier verboden. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet hierop toe. Ook machinisten van NedTrain lopen het risico op hoge boetes als ze zich hier langs de baan bevinden. Het management van NS Reizigers in Eindhoven is echter niet op de hoogte van deze regels en eist van zijn machinisten dus gewoon dat ze doorlopen, zeg maar rennen.

15min07

Aan de buitenzijde van het opstelterrein, pal langs de hoofdrijbanen.

15min08

Loop je tegen een hekje van ProRail, bedoeld om mensen van het spoor weg te houden. De ruimte wordt nu erg smal. Volgens de meesten gevaarlijk smal, behalve voor het management te Eindhoven.

15min09_550x

In de verte nadert over spoor 7 een goederentrein.

15min10

Ik blijf hier toch maar even stil staan. Voor mijn eigen veiligheid, maar ik wil ook de machinist van de goederentrein geen hartverzakking bezorgen. Dat is in het donker nog erger en bovendien is dan het station afgesloten en is er geen enkele alternatieve route!

15min11

De goederentrein staat nu zo goed als stil, maar de tijd is bijna om.

15min12

Dit obstakel, een bovenleidingportaal, valt nog redelijk te nemen.

15min13

De goederentrein is gelukkig doorgereden, want hier zou het moeilijker geworden zijn. Je wordt hier het zogenaamde Profiel van Vrije Ruimte binnen gedrongen. Overal ten strengste verboden, behalve…

15min14

Een kleine parkeerplaats, alleen voor een enkele gelukkige die heel vroeg begint.

15min15

Voor de meeste werknemers volgt er een trapje naar beneden…

15min16

… een donker tunneltje in waar niet iedereen in het holst van de nacht doorheen durft. Een echt alternatief is er echter niet. Je kunt langs het station lopen, dat is vooral interessant als je nog drugs wil kopen. Zo af en toe wordt er echter ook iemand doodgeschopt. Dan is Eindhoven weer even in het nieuws.

15min17

Het poortje van het grote parkeerterrein.

15min18_1_550x

Toch nog een mooie tijd. Helaas is de trein nu al vertrokken. En hé? Mijn zwarte Citroën…..?!! Waar is mijn auto?

Oude Meesters – Judaskus

meesters 1

 

Oude Meesters in het Parktheater op Valentijnsdag, 14 februari 2013. Eén brok nostalgie: De Engerd uit De Stratemakeropzeeshow en Sinterklaas.

Goed en kwaad, dat speelden beide grootmeesters van het Nederlandse toneel in Oude Meesters ook. Cynische, zelfingenomen, haatdragende broers die elkaar alleen nodig hebben om geld te verdienen.

Het stuk was de acteurs – soms letterlijk – op het lijf geschreven. Geen seconde werd het saai of vervelend. De auteur heeft vooraf heel goed de kleinste gebaartjes van zijn spelers bestudeerd en in zijn stuk ingepast.

Anderhalf uur vermaak waarbij yin en yang in elkaar overliepen maar nooit van kleur wisselen. Als fractals vormden de deeltjes zwart en wit figuurtjes maar alleen als je even je ogen samenkneep werd het grijs. Voortdurend bleef de angel van zwart verankerd in de huid van wit en behield wit een enclave in het zwarte hart.

Mooi Valentijns-toneel hoewel het stuk de diepgang had van een stoomboot in een opgedroogd Pierebadjeopzee en heel misschien hadden deze mastodonten daarom net een tikje beter script verdiend.

meesters 2 buigen

 

JUDASKUS

.

Haat hem,

Of houd van hem.

 .

Bijt hem,

Of lik hem.

Kus hem,

Of omarm hem.

.

meesters 3 af

Het stuk deed me sterk denken aan Rocco – A Dark Full Ride van Emio Greco dat ik eerder dit seizoen in het Parktheater zag. Broederliefde, inclusief de onafscheidbare broederhaat, werd daar gedanst als een bokswedstrijd. Ballet in de ring met het publiek daar als beroepsgokkers omheen.

Greco boks 2Synchroon-boksen zou zo een Olympische sport kunnen worden en ik moet toefgeven dat ik – ondanks psychisch verzet – als een sportliefhebber in de wedstrijd werd meegezogen. Terwijl ik een bloedhekel heb aan sport op tv. Een wedstrijd vechtballet dan maar?

Tijdens de uitvoering van Rocco zag je de liefde uit de broederlijke haat/liefde-verhouding van kilometers ver aankomen. Vlak voor de bel van de Tweede Ronde kon een tongzoen met het ‘meisje’ dat snoep rondbracht niet uitblijven.

Dat lag in het geval van Joost Prinsen en Bram van der Vlugt natuurlijk wat ingewikkelder. Hoewel, ik weet niet of het de landelijke schandaalpers zal halen, het volgende is door beide Oude Meesters toegegeven: Sinterklaas heeft het zoenen in zijn jeugd mogen oefenen op de toen zevenjarige Erik Engerd.

Greco boks 3

Pay It Forward

payitforward

Haley Joel Osment in Pay It Forward

(Mompel)… bedankt en wat … nog gaan… (mompel) doen. Onder het voorbij lopen, waarbij hij me op zo min mogelijk plaatsen tracht te raken, duwt hij een klein papiertje in mijn hand, formaat visitekaartje. Rechts onder op het kaartje staan in een zwart kader drie woorden: Pay It Forward.

   Ik denk onmiddellijk aan de film die ik jaren geleden zag. Haley Joel Osment, die met zijn gekwelde blik en helder blauwe ogen zeker vijftig procent van de opbrengst van de film The Sixth Sense voor zijn rekening nam, was zwaar overcast voor deze productie, maar het principe van Pay It Forward werd er wereldwijd mee bekend:

  Bedank iemand niet achteraf voor wat hij voor zij voor je gedaan heeft, maar doe iets aardigs zonder er iets in ruil voor terug te vragen. Doe iets vooraf. Als iedereen dat doet komt er ooit een dag dat iemand hetzelfde voor jou doet.

   Een mooi principe zolang het niet commercieel uitgebuit wordt. In mijn geval twijfelachtig vanwege de commerciële organisatie die achter het kaartje zat, gelukkig niet vanwege de persoon die het mij gaf. Sterker nog, een groter compliment kon iemand die niet gewend was met complimenten te strooien iemand die niet gewend was ze in ontvangst te nemen bijna niet maken.

 PIF  ‘Je mag het niet weggooien hoor, je moet het doorgeven. Dat moet je me beloven,’ wierp de gulle gever me nog net toe voordat hij uit zicht verdween. En daar sta je dan met dat kaartje. Weggooien was precies wat ik in gedachte had, een verhaal zou ik er wel bij verzinnen. Wat kon zo’n kaartje nou helemaal doen? Als er al iets door gebeurde, moest het wel toeval zijn.

   En daar zat ‘m nou net de kneep. Ik heb de laatste jaren iets te veel toevalligheden gezien en beleefd om nog in toeval te geloven. Neem daarbij dat de gever me te dierbaar is om ook maar het kleinste risico te nemen een onsje van zijn geluk te verspillen door het kaartje weg te gooien en ik kon niet anders dan me overgeven aan het principe van Pay It Forward.

  Nu ken ik een hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen – net als ik een uit de personeelsbladen verdreven columnist – die geld inzamelt voor een organisatie die zich inzet voor onderzoek naar kanker. Kleinschalig, waardoor er gegarandeerd geen geld aan de strijkstok blijft hangen. Hij leek me een prima Pay It Forward-object en ik stak het kaartje bij mijn papieren om het in het geval ik hem ooit zou treffen, iets dat tot dan toe een zeldzaamheid was, hem te kunnen overhandigen. Dat kon wat mij betreft nog manden duren.

  Ik had het kaartje echter nog geen 24 uur in mijn bezit, toen deze conducteur op het eerste het beste station waar ik de volgende dag mijn trein moest keren, voor mijn neus stond.
‘Sorry,’ zei hij. ‘Ik heb geen portofoon bij me want ik zou eigenlijk dienst hebben in Heerlen en helemaal niet op deze trein zitten.’

  Toeval bestaat inderdaad niet. Nu moest ik het ijzer smeden terwijl het heet was.

 Om mijn vingers niet direct te branden besloot ik dat smeden uit te stellen tot het keerpunt in Roermond. Ik had degene de het kaartje aan mij gegeven had ondertussen al diverse malen hartgrondig vervloekt omdat ik niet wist wat ik moest gaan zeggen. Maar één ding was zeker: ik ging het kaartje overhandigen.

   ‘Hallo, ik ben Geert.’

   Ik ging er blindelings vanuit dat hij me als mede-dissident binnen de spoororganisatie zou herkennen. En dat was ook zo. Na een paar zinnen heen en weer gekletst te hebben, overhandigde ik hem  het kaartje, waarbij ik liet blijken dat ik wist aan welk initiatief voor kankerbestrijding hij momenteel werkte. Enigszins verbaasd nam hij het kaartje van me aan terwijl ik me snel richting cabine bewoog.

  Nu is personeel dat zich door het management belaagd voelt over het algemeen niet zo heel erg actief op de trein, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. In hoeverre Pay It Forward ermee te maken heeft, kan ik niet beoordelen, maar bij nadering van station Sittard klonk helder en kwiek de stem van de conducteur over de omroep, een stem die ik op de heenweg gemist had en die duidelijk aan kracht had gewonnen sinds onze korte conversatie buiten.

  Kippenvel op mijn armen, een rilling over mijn rug en tranen in mijn ogen. Pay It Forward. Hoe bedenk je zoiets?

  Achteraf is die reactie natuurlijk niet zo vreemd. De nog maar net volwassen jongeman van wie ik het kaartje kreeg, is precies degene die ik als kind wilde zijn: iemand die er alles aan doet zijn droom op een carrière in het theater waar te maken. Een droom die ikzelf veel te vroeg opgegeven heb, maar die de laatste tijd steeds vaker terugkeert. En de zestiger aan wie ik het kaartje doorgaf, staat model voor de man met principes die tegen de verdrukking vasthoudt aan zijn normen en waarden, die ik ooit hoop te worden.

  Heb ik het kaartje dan van mezelf ontvangen en aan mezelf doorgegeven? Dat zou – ondanks het feit dat ik dan drie gedaantes had moeten aannemen – wel heel narcistisch zijn. Harry Jekkers verwoordt het in ‘Mijn Ikken’ veel mooier. Bovendien eindig ik daarmee weer in mijn geliefde Theater:

Je bent die jongen met die rood-oranje vlieger,
Die af en toe nog blij is als het sneeuwt.
Je bent die jongen met lang haar,
Van twintig jaar, met een gitaar,
Die af en toe nog weleens over onrecht schreeuwt.

En soms ben je die jongen weer van dertig,
Van: “Ik weet niet, misschien, bekijk het maar”.
Je bent een dromer, drammer, twijfelaar,
Een ik van veertig jaar,
die nog geen ikje is vergeten,
En nog vaak van ons wil weten,
Maak ik jullie af en toe nog wel eens waar.

 

Met heel veel dank aan beide heren voor en na mij. Ik had het niet willen missen.

 

The Elephant Man

Olifant

Filosofie voor machinisten – gevorderden

.

Reizigers vragen weleens aan mij: ‘Meester, waar zijn machinisten tijdens de rit eigenlijk zoal mee bezig. Alleen maar wat naar buiten staren is op den duur toch dodelijk saai?’

Staren, beste mensen, daar heeft een machinist geen tijd voor. Eén oogt speurt langs het spoor op zoek naar roestige rafels, botten en breuken. Het andere oog vergaapt zich aan de bovenleiding. Zit er geen steekje los, worden de portalen niet overbelast door het gewicht van de kabel en jagen we er wel genoeg spanning doorheen. Eén oor staat in verbinding met de treindienstleiding, het andere zit vastgekoekt aan de portofoon om in geval van nood direct de conducteur of conductrice naar de plaats des onheils te kunnen leiden.

Met de linkervoet schopt hij geesten en intermitterende – jawel, dat is er helemaal nooit uit geweest – spookverschijningen terug naar het Rijk der Dode Mannen, zijn rechtervoet is vrij om wat door de cabine te struinen, als die maar op tijd terug is als er een beroep wordt gedaan op zijn tyfoonkracht provocerend vermogen (TPV.) Zijn rechterhand zit gedurende de rit stevig om de remkraan geklemd, terwijl de linker soepeltjes de juiste hoeveelheid energie uit de bovenleiding zuigt. (Al is men het sinds de komst van de SLT binnen NS niet helemaal eens over de eigendomsrechten van de linkerhand.)

Inderdaad, deze taken worden na een tijdje routine. Dat wil niet zeggen dat het dodelijk saai wordt. Integendeel! Pas hier begint voor de machinist het echte werk, het echte leven.

Wie draait me terug?

Wie draait me terug?

Wie kan immers beter antwoord geven op de grote, existentiële vragen des levens dan de machinist, die door niets of niemand te beïnvloeden zijn oordeel over de wereld velt vanuit zijn hermetisch gesloten cabine?

Niemand! Eigenlijk zou op dit moment, begin januari 2013, de wereld er ook een stukje mooier uit moeten zien. Aan de machinist ligt het niet. De antwoorden op alle belangrijke vragen liggen keurig op implementatie te wachten. Alleen de communicatie laat het wat afweten. Zelfs duplex-verbindingen moeten tegenwoordig als mono-complex behandeld worden. En tussen alle oversenuiten-en-wiltuzichaandegespreksdisciplinehouden-sluiten hoef je geen zinnig woord meer te verwachten.

Heb je ooit een machinist over de oorzaak en het voorkomen van het treinongeluk in Amsterdam horen praten in het acht uur journaal?
Het antwoord ligt in zijn cabine.

Heb je ooit een machinist horen waarschuwen tegen de gevaren van het gebruik van almaar goedkopere infra?
Antwoord in zijn cabine.

Pieter van Vollenhoven zegt steeds: ‘De klap komt!’
Heb je ooit een machinist die uitspraak horen bevestigen of ontkrachten? Cabine.

Heb je ooit een machinist in het openbaar een vraag horen beantwoorden?

Kraats

De machinist kijkt er niet meer van op. Hij heeft geen punctuali-tijd om lang achterom te kijken. Waar hij ook gaat zitten, het is altijd de voorkant van de trein, op de toekomst gericht. Dat er niet naar hem geluisterd wordt, deert hem niet. Hij geeft zijn antwoorden zelfs als niemand de vragen nog durft te stellen.

Geen gemakkelijke taak, want dat het geen gemakkelijke vragen zijn, zie je aan bovenstaande foto. Geef hier maar eens antwoord op:

Circus. Olifanten en zebra’s, ja of nee?

 

Maya’s 2013; einde van een nieuw begin.

Kom uit je schaduw

Kom uit je schaduw

Aan iedere lezer natuurlijk De Beste Wensen voor 2013.

Ik wens iedereen daarbij een open, gezond maar vooral ‘eerlijk’ nieuw jaar toe. Met ‘eerlijk’ bedoel ik vooral: strijden met open vizier. Iedereen verantwoordelijk voor zijn of haar eigen beslissingen en daar ook op aanspreekbaar. Vormde vroeger het personeel van een fabriek de anonieme massa, nu is het de top van een organisatie. Laten we in 2013 eens heel 3.0 doen en iedereen als gelijke behandelen. Zonder angst te hoeven hebben je naam onder je mening te zetten. En met het lef je naam onder een besluit te zetten.

NS geeft daarbij alvast het goede voorbeeld. Het beltegoed van het personeel dat eind 2012 plotseling was geblokkeerd, zodat donaties aan de Stichting Roparun – waaraan veel NS’ers deelnemen – niet mogelijk waren, is na precies 55 minuten in het nieuwe jaar weer – foutje opgelost – vrijgegeven. Jammer dat al het tegoed om middernacht vervallen is, maar toch een teken van goede wil. Hoop ik, maar dat zal de Stichting Roparun beslist laten weten als de hoogte van het bedrag dat zij alsnog mogen ontvangen, bekend gemaakt zal worden.

En passant is in 2012 de wereld ook nog even vergaan, de antichrist is door supermama’s en journalisten tot op het bot door zijn eigen hel gesleurd zou ik haast beweren, en opnieuw begonnen. Voor wie dat laatste in de drukte rond Oud & Nieuw gemist heeft, heb ik een aantal beelden van het vergaan en wederopstaan in het volgende filmpje vastgelegd.

.

Kort 2012:

Zes worden, zelfs zeilbroers kunnen dat.
O, zes wóórden. Hoeveel nog? Eén?
Glad ijs, is dat sterk water?
Kluun? Sorry zeilbroertje, ik las kluns.
Ik heb aan één woord genoeg:
Tango, whisky, alpha, alpha, Lima, foxtrot.
Horrorwinter 2012, u aangeboden door NS.
Twee jaar later, volgden zij Kollektief.
Ik denk niet, mag dus blijven.
Ik denk, wat mijn baas denkt.
Mijn baas denkt, dat hij denkt.
Ik denk, denkt hij, dus besta.
Wat denk jij daar nu van?
O, let maar niet op mij.
Wereld haalt adem; Pinguin op zuidpool.
Laatste keer: Maya is een bij!
.
.
2012, de schaterlach sterft. Machinist vermoord.
2012, de schaterlach sterft.
Machinist vermoord.
I.M.
.

Vangrail.

Vangrail, een levensredder voor automobilisten die uit de bocht vliegen. En een levensredder voor treinpersoneel dat het juiste spoor dreigt te verlaten.

Een conducteur die met een fietsketting wordt bewerkt en zwaar gewond raakt. Ook zijn collega die het zag gebeuren maar de slagen niet op tijd kon stoppen. Een rondzwaaiende fietsketting stop je niet met blote handen.

De machinist die iemand doodrijdt. Meestal blijft een slachtoffer naamloos. Dat valt nog te verwerken. Een meisje van vijftien dat zelf voor de dood gekozen heeft, heel wat moeilijker. Een meisje van vijftien dat door pesters de dood in is gejaagd, onverteerbaar. Haar levensverhaal, dat ze in de vorm van een gedicht achterlaat, brandt letter na letter diepe wonden in zijn ziel. Wonden die nooit meer zullen genezen. Alleen door het gedicht op zijn brandende huid te laten lezen, verzacht hij enigszins de pijn.

De machinist staat niet meer stevig op zijn benen. Hij slingert tussen de rails. Dreigt te ontsporen. Alle mogelijke professionele hulp staat klaar, maar die wijst hij af. Hoe zullen zij ooit zijn gevoelens begrijpen? Wie kan meevoelen met iets dat zo veel pijn doet en tegelijk zo onaanraakbaar is, dat je het niet eens kunt beschrijven? De Vangrail.

Stilte. Meestal ongemakkelijk, werkt nu bevrijdend. Er wordt geen woord gesproken. Er zijn niet eens woorden voor. Begrip heeft de plaats van taal ingenomen. De machinist zit bij iemand die iets soortgelijks heeft meegemaakt. Die dezelfde pijn heeft gevoeld. Die de pijn heeft weten te stoppen. Of ten minste onder controle heeft.

Uit de stilte ontstaat ruimte. Als een tweede harde schijf neemt de Vangrail een deel van de besturing over. De machinist hoeft zich even niet bezig te houden met de besturing van armen of benen. Trillen of rillen is toegestaan. Wordt hier niet vreemd gevonden.

Heel langzaam keert de taal terug. Een nieuw begin. Geen ‘papa’ of ‘mama’ dit keer, maar ‘wat als’, ‘hoe kan’, ‘waarom’, ‘heb ik’, ‘toch’. Steeds gemakkelijker braakt de machinist ze uit. ‘Laat ze maar gaan,’ gebaart de Vangrail. ‘Raak ze maar kwijt. Geef ze maar over.’

Als laatste komt het gedicht naar boven. Even verstikt het de machinist. Dan valt het verlossende woord: ‘Schuldig.’ Een oer-reactie. Een machinist legt de schuld niet bij een ander. Nooit. Dat weet de Vangrail maar al te goed. Wij zijn gewend bij alles een dader en een slachtoffer aan te wijzen. Een dodelijke aanrijding met twee slachtoffers zonder dader, bestaat niet. De Vangrail zal nu het tegendeel moeten bewijzen.

Langzaam krabbelt de machinist overeind. Hij heeft de oorzaken van de zelfdoding onderzocht, heeft de plaats waar het slachtoffer rust bezocht en begrijpt het metrum van het gedicht. Is het er niet mee eens, maar kan het volgen. Op bescheiden wijze probeert hij zijn bijdrage te leveren aan de strijd tegen pesten. Hij hoopt op die manier in ieder geval één leven te redden. De balans recht te trekken.

De gesprekken met de Vangrail krijgen en ander karakter. Ze worden gemoedelijker, gaan niet langer over aanrijdingen, dood en verderf, maar over hobby’s, politiek en zelfs de trein. De machinist begint zich te vervelen in zijn achtertuin.

‘Weet je nog…’ Zo begint hij elk verhaal over de tijd die ze samen hebben meegemaakt maar die de jongere generatie zich niet voor kan stellen. Goederen-treinen met vijftig bakken, urenlang kaarten in een onbewoonbaar hok terwijl de trein werd geladen.

‘Ik heb mijn teammanager gebeld. Ik houd het thuis niet langer uit, ik snak naar een ander uitzicht, de cadans van de wielen.’ De machinist lacht breeduit. De Vangrail is opgelucht. Ook voor hem was het een hel. Hij kan slechts hulp bieden vanuit zijn eigen verleden. Het verwerken van een niet zelfverkozen dood van een piepjonge vrouw die nog volop in ontwikkeling was, daarin schiet zijn ervaring – goddank – tekort.

De teammanager van de Vangrail feliciteert hem uitbundig. Een haast onmogelijke klus geklaard. ‘Denk je dat hij er echt aan toe is?’

De Vangrail knikt met zijn hoofd, maar het woord ‘absoluut’ blijft als een aardappel steken in zijn keel. ‘Hij heeft er echt weer zin in. We hebben dagenlang gepraat over de mooie kanten van het vak, de schitterende ritten en de tijden dat we nog als vogels zo vrij over het spoor denderden. Hij mist het enorm.’ De Vangrail kan niet verklaren waar de scheurtjes in zijn metalen stem vandaan komen.

‘Het liefste was hij vandaag naar Zandvoort gereden om een uurtje over het strand te wandelen. Hij vindt het jammer dat die rechtstreekse lijn verdwenen is. Ik vroeg hem wat hij op de terugweg wilde doen. Toen vertelde hij heel enthousiast over zijn toekomstplannen. Hij wil een netwerk opzetten als dat van Luisteris. Op scholen voorlichting geven over pesten en wat de gevolgen kunnen zijn. Hij heeft het helemaal uitgewerkt en het klinkt heel goed. Weet je hoeveel BN’ers hij al heeft weten te strikken om…’

De abrupte stilte echoot nog door de kamer als de telefoon gaat. De machinist is al bijna een uur te laat en telefonisch onbereikbaar…

Het hart van de Vangrail bonkt bijna uit zijn borstkas. Flarden van de gesprekken met de machinist spoken door zijn hoofd. Stukken verleden, helder als glas. Nostalgisch. Aangenaam. Onsamenhangende delen van de toekomst. Plannen. Te scherp. Te ver uitgewerkt. Euforisch. Waar is het heden? De Vangrail zoekt en speurt, maar vindt geen enkele verband tussen verleden en toekomst. Alsof de machinist zijn trein al lang geleden opgeheven heeft. Zich op dit moment in een niemandsland bevindt…

De volgende dag wordt de machinist op het strand van Zandvoort gevonden. Verdronken, al minstens vierentwintig uur dood. De Vangrail braakt tot hij geen adem meer kan halen.

 

*

 

Is de Vangrail schuldig? Had hij dit drama kunnen voorkomen? Kun je zelfdoding überhaupt aan zien komen? Het kijken door de ogen van iemand die besloten heeft zichzelf van het leven te beroven is ontzettend moeilijk, hoewel niet helemaal onmogelijk.

Tim en Fleur waren intens gelukkig op het moment dat ze stierven. Een stelling die ik later zal verdedigen. Een geluk dat van ze afstraalde tussen het moment dat ze hun beslissing namen en het werkelijke einde. Dat kan enkele uren zijn geweest, maar ik denk meer in dagen. In die ‘gestolen tijd’, de tijd tussen het besluit de pijn voorgoed weg te nemen en de daarvoor benodigde actie, hebben beide signalen afgegeven.

‘Maar ze had net een nieuwe baan.’

‘Het ging net zo goed met hem, hij lachte voor de eerste keer sinds zijn vriendin hem verliet.’

‘Hij kwam een koffer halen en een paar kleren, hij was zo blij dat hij voor zijn nieuwe baas meteen naar New York mocht.’

‘We hebben gisteren haar verjaardag nog gevierd, ze straalde, zei dat ze gelukkig was.’

Bovenstaande regels verzin ik hier ter plekke, maar ouders van kinderen of jongeren die hun eigen einde kozen zullen ze herkennen. Nu wel. Ze vragen zich nog altijd af waarom toen niet.

Als ouders het niet zien. Als professionele hulpverleners het niet zien. Als vrienden het niet zien. Als collega’s het niet zien. Als ervoor getrainde collega’s het niet zien. Kun je dan de Vangrail verwijten dat hij schuldig is aan de dood van de machinist? Is het redelijk te stellen dat hij door zijn onkunde, zelfoverschatting, de dood van de machinist op zijn geweten heeft?

 .

 

Hoe haal je het dan in je hoofd om op blogs, op publieke fora, zelfs in landelijke dagbladen iemand ervan te beschuldigen kinderen de dood te hebben ingejaagd. Zelf nog bijna een kind. Een gepest kind. Een kind dat andere gepeste kinderen wilde helpen. Een kind dat niet zag wat de volwassenen in zijn omgeving ook niet zagen, hoe visionair die zichzelf achteraf ook noemden. Een jongen die een droom had. Een jongeman die goddank nog steeds een droom heeft. Een droom die ik uit wil zien komen….

 .

 Laat hem met rust!

.

.

Jullie haat, gefundeerd of niet, heeft de gedachte aan Tim en Fleur volledig weggevaagd. Aandacht waar de ouders van Tim om gesmeekt hebben. Want daar ging het allemaal om: pesten. Hij heeft het geprobeerd, jullie niet. Als hij schuldig is, ben ik het ook. Laat de beesten zich dan maar tot mij richten.

.

.

 

 

Wie is er gebaat bij zijn falen?

Jeffrey pauw en witteman

Pest

Wie ook maar een paar minuten op internet zoekt naar Jeffrey Arenz, krijgt een heel aardige indruk van hem en zijn stichting. Het is geen grote organisatie, het is vooral Jeffrey zelf. Is dat zo onlogisch? Natuurlijk niet. Als je jezelf gedurende langere tijd moet onderwerpen aan een macht die eigenlijk helemaal geen gezag over je mag hebben en de autoriteit grijpt niet in, dan verlies je het vertrouwen in iedereen boven je. Dan is er niemand meer boven je, dan word je zelf de autoriteit op dat speciale gebied. Ik weet waar ik het over heb, ik heb zelf dit jaar de nodige klappen mogen incasseren. Geen fysieke klappen, maar als ik ze zou moeten omschrijven zou dat iets worden als:

Somewhere over the...

Somewhere over the…

“Twee van zijn ondergeschikten hadden me op de grond gewerkt en hielden me daar met hun knieën pijnlijk op mijn dijbenen. Volkomen onnodig deed hij een stap naar voren, wachtte even en trapte toen met zijn puntige schoenen net onder mijn borstbeen in mijn maag. Natrappen, vernederen, kleineren. Zo worden organisaties vandaag de dag geleid. Ze gebruiken woorden allemaal op dezelfde manier: om pijn te doen. Erger dan fysieke pijn.”

Heeft de hij-figuur mij nu werkelijk in mijn maag getrapt of niet? En als hij daar alleen stond maar niet ingreep? Was dat niet óók pesten?

Wat je ook van Jeffrey vindt, hij heeft het onderwerp ‘pesten’ in het nieuws gebracht en niets te laat. Eerder wilden we niet naar hem luisteren en nu doet hij ineens van alles verkeerd en weten wij het weer allemaal beter. Heeft hij hulp nodig? Ja, natuurlijk. Maar niet van iemand die hem voortdurend op zijn fouten wijst, maar van iemand die hem een deel van het werk uit handen neemt. Iemand die meegaat in zijn droom en nog gelooft dat pesten werkelijk te stoppen is.

Geen Psychiater

Jeffrey kan ervaringen delen en afgemeten aan zijn tomeloze energie acht ik hem ook in staat anderen in die stroming mee te voeren. Maar Jeffrey is geen psychiater, hij kan niet in staat worden geacht diagnoses te stellen in complexe mentale gevallen. Hem iemands dood in de schoenen proberen te schuiven vind ik dan ook volstrekt onacceptabel. Het enige dat je Jeffrey zou kunnen verwijten is dat hij Jordy – ik ken de achtergrond niet – niet naar een arts heeft verwezen. Maar had dat zin gehad?

Wat moet je doen als iemand echt een doodswens heeft.
Psychiater Bram Bakker: ‘Het spijt me, dat kan ik niet. Een dokter wordt opgeleid om mensen in leven te houden. Ik vind het niet logisch dat je voor euthanasie bij hetzelfde loket moet zijn.’
Soortgelijke woorden gebruikten vrijwel alle psychiaters in de serie “Kijken in de ziel.” Ik heb er in april 2010 nog een blog over geschreven. Als dit de enige acties zijn van gerenommeerde psychiaters tegen zelfdoding, geen enkele dus, en overheden en bedrijven hun kop in het zand steken, dan is het wel heel erg buiten verhouding om naar Jeffrey te wijzen als dader.

Tabeeboe

Wat mij betreft verdwijnt het taboe op onderwerpen als pesten en zelfdoding liever vandaag dan morgen. Ikzelf probeer het heel geleidelijk bespreekbaar te maken, maar moet daarbij nog over vele hindernissen. Dat er nu nog steeds over de laatste twee dood gepeste jongeren geschreven wordt en dat pesten misschien aangepakt wordt, is voor een groot deel te danken aan Jeffreys inzet. Hem daarbij voortdurend door het slijk halen is goedkoop, sensatiebelust en stemmingmakerij. Wat als het hem lukt de aandacht vast te houden, dan kan het best zo zijn dat hij deze week al drie mensen redt die met een sprankje hoop op een betere toekomst besluiten hun leven een tweede kans geven.

Als machinist heb ik veel meer vertrouwen in Jeffrey dan in de als-je-er-niet-over-praat-gebeurt-het-niet-theorie. Want in dat laatste geval zal het aantal zelfdodingen alleen maar toenemen, zeker nu geestelijke gezondheidszorg een exclusief recht van de rijken wordt gemaakt. Natuurlijk maakt Jeffrey fouten, hij heeft immers niemand als voorbeeld. Maar hij probéért het tenminste. De deprimerende borden die ProRail op de perrons heeft geplaatst met een 0900-nummer dat niet iedereen kan bellen en waarvoor betaald moet worden, lijken niet veel nut te hebben.

Ik hoop van harte dat in 2013 het aantal zelfdodingen op het spoor af zal nemen. Dan is er slechts één die die overwinning kan claimen. Moeten we hem niet nu zijn nek omdraaien. Ik geloof echt dat hij het kan. En ik gun het hem.

malcolm X

Jeffrey. In blinde bewondering. Voor eeuwig. Eeuwig = t/m 23 maart 2013.

jeffrey volkskrant

Is het nou echt nodig hem zo in de verdediging te drukken? De absolute waarheid hoort in een proces verbaal, niet in een verhaal, hoe waar ook. Een verhaal moet de tand des tijds kunnen doorstaan, een verhaal moet een eeuwigheidswaarde hebben, moet blijven hangen in iemands gedachte, moet stekelig zijn zodat het aan je broek blijft haken tijdens een wandeling over de hei en moet tegelijk zo zacht zijn dat je het voor de rest van je leven wil koesteren. Beschermen.

Iedere verteller, iedere schrijver weet dat je nooit exact de waarheid moet beschrijven. Er is simpelweg niemand die de waarheid gelooft omdat die meestal zo onwaarschijnlijk is dat je zeker denkt te weten dat het wel verzonnen moet zijn. Maar de waarheid aanpassen betekent nog niet dat het gelogen is. Ik voeg zelf vaak twee gebeurtenissen tot één samen. Om mezelf te beschermen tegen beschuldigingen van laster of smaad, en om een gebeurtenis zo te vervormen dat de hoofdpersonen niet te herleiden zijn tot bestaande mensen.

Jeffrey ArenzJeffrey steekt niet onder stoelen of banken dat hij een acteur is, dat hij het theater in wil. Dat hij het theater in gaat. Tegelijk besteedt hij al zijn tijd aan Skizzle. Toen ik hem op een onmogelijke tijd een berichtje stuurde, diep in de nacht voordat hij bij P&W zat – iets waar ik overigens pas later achter kwam – kreeg ik tot mijn verbazing direct een antwoord terug. Hij had toch geen tijd om te slapen, moest al vroeg naar de Tweede Kamer. Alles geven voor een doel waar je werkelijk in gelooft. Ik had meteen het gevoel een soort zielsgenoot gevonden te hebben. Een idealist die gelooft in de kracht van fantasie en voor niets of niemands zijn principes zal verraden.

Maar zijn nadrukkelijke aanwezigheid in de media na zelfdodingen als gevolg van pesten, roept blijkbaar ook de nodige irritatie op. Nergens voor nodig. Je hoeft maar twee minuten op internet te surfen en je weet wie Jeffrey is en hoe groot de stichting Skizzle. De vraag of Jeffrey er voor Skizzle is of Skizzle voor Jeffrey, is volslagen onnozel. Jeffrey is Skizzle en Skizzle is Jeffrey. Iedere vrijwilliger weet dat of zou dat kunnen weten. Hij neemt alleen veel te veel hooi op zijn vork. Dat weet hij, maar zeg er niets van, want dan neemt hij er gewoon nog een lepel bij.

Jeffrey is koppig, eigenwijs, weet het altijd beter, drijft zijn zin door, neemt van niets of niemand raad aan en heeft altijd gelijk. Ik ken hem niet eens, maar dat durf ik hier met 99,9% zekerheid te stellen. Ik som gewoon even mijn eigen goede eigenschappen op. Eigenschappen die je als eenling moet hebben wil je iets bereiken. Hij heeft gelijk als hij zegt dat we nog steeds allemaal de andere kant opkijken als het om pesten gaat. Fleur heeft drie jaar geleden al duidelijke signalen afgegeven dat een volgende periode van gepest worden haar einde zou betekenen. Niemand heeft die signalen opgepikt, niemand heeft een vinger uitgestoken haar te helpen.

gedicht.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Ik heb Jeffrey gevraagd ook eens naar het pestgedrag onder volwassenen te kijken. Intimidatie en bedreiging zijn in wezen immers niets anders dan pesten. En pestgedrag onder kinderen kun je niet bestrijden als je niet tegelijk het – even dodelijke – pestgedrag binnen bedrijven en grote organisaties aanpakt. Zelf dacht ik daarbij aan een klein logo’tje op elkaars website, maar Jeffrey trekt weer alles uit de kast en schuift doodleuk bij ‘onze’ Mr. Pieter van Vollenhoven aan tafel om tot een gezamenlijke uitspraak te komen bij Pauw & Witteman.

Mr. Pieter van Vollenhoven, oud-voorzitter van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Hoger kun je niet inzetten. Het heeft er toe geleid dat in verschillende columns en nieuwsfora pesten, zelfdoding en trauma’s bij treinpersoneel serieus onder één noemer worden geschaard. Ik mag er zelf niets over zeggen, dus ik ben Jeffrey eeuwig dankbaar. Dat wil zeggen: eeuwig dankbaar tot en met 23 maart 2012. Dan staat hij in het theater en mag het publiek uitmaken of zijn verhaal eeuwigheidswaarde heeft of niet. Waarheid bestaat in het theater helemaal niet, daarover hoeft niet gediscussieerd te worden.

Tot die tijd kan hij rekenen op mijn onvoorwaardelijke steun. En sponsoring die in ieder geval ver boven het ING-niveau ligt van een paar blikken spaarpotjes. (Nu maar hopen dat de bank zich dit niet zomaar laat zeggen en er bijvoorbeeld gevulde spaarpotten van maakt.) En zo zijn er vast nog wel een paar andere grote of kleine bedrijfjes die durven te investeren in het lef dat deze jongen toont, alvorens hem – zoals de meeste criticasters doen:  anoniem – tot leugenaar te bombarderen. Of die er bij willen zijn als hij tot held uitgeroepen wordt, want die kans bestaat natuurlijk ook.

jeffrey

Ik ga eerlijk gezegd uit van het laatste uit. Het tweedehands deel van mijn sponsoring heeft hij ondertussen binnen, van mij verwacht hij enkel nog een stapeltje papiertjes. (Dat wordt een tegenvaller Jeffrey, hoewel verlicht kun je er op rekenen dat het niet door de brievenbus past.) Maar ik doe er nog wat bij: Ik verloot twee toegangskaartjes voor zijn theaterprogramma onder mensen die vóór maandagmorgen 24 december 2012 0:00 uur op deze blog reageren. Twee maal twee als het er veel zijn. Spelregels: Niet anoniem en ongefundeerde scheldpartijen worden verwijderd.

Jeffrey, neem je tijd om jouw programma neer te zetten en geef het publiek iets mee naar huis om over na te denken. Probeer je niet te verdedigen tegen ongefundeerde kritiek. Je doet het goed, maar het vreet energie en het levert je niets op. Degenen die jaloers op je zijn blijven je tegenwerken en je medestanders blijven je toch wel trouw. Geloof me, ik weet waar ik het over heb. Uiteindelijk maken ze met hun beschuldigingen alleen zichzelf belachelijk, daarvoor hoef je slechts op de ingeslagen weg verder te gaan. Van achter elke boom of struik zal iemand, die zich tot dan toe niet durfde te laten zien, opkruipen om het voor je op te nemen. Ik heb eigenlijk nog maar één tip voor je:

Die hoef ik je niet te geven, want die neem je toch niet aan. Zeker weten, want dat heb ik ook nooit gedaan. En je kent me niet eens..!

.

Tegen pesten:

icm zw

in samenwerking met

Skizzle

.

Wanneer?

20121214-041018.jpg

I.M. Fleur Bloemen, de knop die niet mocht bloeien.   4 september 1997 † 11 december 2012

.

.

Weer een dood die mogelijk voorkomen had kunnen worden. Weer werden signalen niet opgevangen. Veelal omdat mensen ze niet kennen, in mindere mate omdat mensen ze niet herkennen. Hoe lang moet dat zo nog doorgaan? Welke bedrijfsbelangen staan er in hemelsnaam op het spel dat praten over (de gevolgen van) zelfdoding onherroepelijk tot ontslag leidt; op staande voet of – als de media-aandacht te groot is – pas als de ophef weer geluwd is.

Laat NS, als bedrijf dat toch voortdurend – willens en wetens – in het nieuws is, nu eens op een positieve manier het voortouw nemen:

‘Mevrouw Pauws, meneer Wittema, laten we het nu eens niet over de trein hebben. Dat begint toch een beetje flauw te worden. Een ander verhaal dan de vorige keer en de keer daarvoor vertel ik u toch niet. Maar weet u wat pas erg is? Pesten! Daardoor sterven mensen, kinderen nog, veel te jong en lopen onze conducteurs die de resten van die nauwelijks volgroeide lichamen verplicht moeten afdekken onnodig trauma’s op. Wat denkt u van de machinist die zo’n kind secondenlang recht in de ogen kijkt terwijl hij beseft dat op tijd stoppen onmogelijk is? En ik als directeur? Mijn taak is waarschijnlijk de zwaarste. Ik vertegenwoordig namelijk en plein publiek het hele bedrijf. Ik zeg telkens dat wij samen met ProRail het aantal zelfdodingen gaan aanpakken dus ik heb telkens weer iets uit te leggen. Mijn fantasie kent ook grenzen. Laten we dit keer eindelijk eens de handen uit de mouwen steken en levens redden. Wat zegt u ervan?’

Alle personen uit bovenstaande verhaaltje zijn natuurlijk volledig verzonnen, elke overeenkomst met bestaande personen berust op louter en alleen toeval. Zelfdoding is ook niets om grappen over te maken. Er is immers nooit een schuldige bij een dodelijke aanrijding. Hoewel de politie de machinist als verdachte mag aanhouden, is die net zo goed slachtoffer als degene die het leven heeft opgegeven. Al zouden we slechts één individu redden door pesten en zelfdoding als gevolg daarvan bespreekbaar te maken, dan is het zinvol vandaag nog het taboe te verbreken.

Reken echter niet op grondpersoneel van NS. Zolang de directie denkt dat het niet gebeurt als je er niet over praat, blijft het onderwerp voor elke conducteur, machinist, servicemedewerker of wie je dan ook op het perron zult treffen, dodelijk…

…en worden we nog vaak geconfronteerd met de pijn als die van een meisje dat, bijna drie jaar na het winnen van een prijs voor haar gedicht, voor de ogen van haar klas, niet meer verder kon…

.

20121214-040803.jpg

Fleur Bloemen. De knop die nooit mocht bloeien.

Op mijn vorige school

Ben ik erg gepest

Ik was anders dan de andere,

Anders dan de rest.

Ik weet niet waarom,

Het begon als een spel.

Het liep uit de hand

En eindigde voor mij in een hel.

 .

Het ging drie jaar door,

En niet alleen schelden

Wat ik ook elke dag hoor.

 .

Ik had er genoeg van,

Het zat me tot hier.

Nu ben ik daar weg,

met heel veel plezier.

 .

Diep van binnen ben ik bang,

want straks herhaalt het zich weer,

dan voel ik die pijn weer,

en dat wil ik nooit meer. 

.

.

De ervaringsdeskundige:
www.skizzle.nl
Info@skizzle.nl

Pesten voor gevorderden:
www.machinistlog.nl/pesten