15 gevaarlijke minuten

15min01_550x

 

Als machinist van de Nederlandse Spoorwegen moet je vijf minuten voor vertrektijd bij je trein aanwezig zijn. Een uiterst redelijke verplichting. Je moet immers controleren of de remmen werken, de veiligheidsmiddelen aanwezig zijn en je doet een portofoontest met je hoofdconducteur. Dat laatste alleen op niet al te grote standplaatsen en alleen als het niet te druk is. Voor alle machinisten en conducteurs is namelijk slechts één kanaal beschikbaar en je kunt je voorstellen wat er gebeurt als al het treinpersoneel in bijvoorbeeld Utrecht tegelijk probeert te communiceren. Het gevolg haalt jaarlijks meerdere malen de krant.

15min02

Nu is grond echter prijzig, zeker de grond rondom NS-stations. Daarom bevinden zich parkeerterreinen, fietsenstallingen en verblijven voor het personeel steeds vaker op grotere afstand van het station. Toch is de voortijd – de tijd die nodig is voor alle voorbereidende handelingen inclusief het lopen naar en vijf minuten tevoren aanwezig zijn bij de trein – voor machinisten teruggebracht naar vijftien en conducteurs naar slechts tien minuten.

15min03

Omdat van mij geëist is dat ik me in mijn vrije tijd niet langer met spoorzaken bemoei – een assistent MSO (Manager Service and Operations) zei letterlijk tegen mij, na precies vijf jaar loyale inzet als columnist voor het bedrijfsblad Koppeling: ‘Jij kijkt niet door een NS-bril, wij wel,’ waarop drie aanwezigen hun bril een stukje van hun voorhoofd tilden; hijzelf en twee niet brildragende medespelers – start mijn werktijd op het eerste het beste stukje NS-terrein waar ik me in dienst kan melden. Dan heb ik dus precies tien minuten om vijf minuten voor vertrektijd bij mijn trein te zijn, en alle voorbereidende handelingen – zoals het ophalen van een dienstkaartje – gedaan te hebben.

15min04

Op mijn verjaardag kwam ik daarbij achter een goederentrein te staan. Eroverheen klimmen is ten strengste verboden. Er omheen lopen eigenlijk ook, maar als principieel alles verboden is, moet je toch wat.

In deze serie foto’s loop ik de route in tegengestelde richting. Wat timing betreft maakt dat natuurlijk niets uit. Streeftijd is dus tien minuten. Bij vijftien vertrekt de trein definitief.

De tijd start in het personeelsverblijf. Na drie minuten steek ik de hoofdsporen over naar de fietsenstalling. Maar ik boots de situatie na als op spoor 7 in Eindhoven een goederentrein staat en ik dus om moet lopen.

15min05

Zoals je ziet loop ik hier langs de hoofdsporen, kort naast een trein die daar nog 80 km/uur rijdt. Ik loop weliswaar over een looppad, maar of hier lopen nog is toegestaan is onduidelijk.

15min06

Na een kleine zes minuten ben ik bij het einde van de goederentrein. Deze situatie is helder: oversteken is hier NIET toegestaan. Er ligt namelijk een wissel verderop en bovendien ontbreken looppaden. In vrijwel alle standplaatsen is lopen hier verboden. De Inspectie Leefomgeving en Transport ziet hierop toe. Ook machinisten van NedTrain lopen het risico op hoge boetes als ze zich hier langs de baan bevinden. Het management van NS Reizigers in Eindhoven is echter niet op de hoogte van deze regels en eist van zijn machinisten dus gewoon dat ze doorlopen, zeg maar rennen.

15min07

Aan de buitenzijde van het opstelterrein, pal langs de hoofdrijbanen.

15min08

Loop je tegen een hekje van ProRail, bedoeld om mensen van het spoor weg te houden. De ruimte wordt nu erg smal. Volgens de meesten gevaarlijk smal, behalve voor het management te Eindhoven.

15min09_550x

In de verte nadert over spoor 7 een goederentrein.

15min10

Ik blijf hier toch maar even stil staan. Voor mijn eigen veiligheid, maar ik wil ook de machinist van de goederentrein geen hartverzakking bezorgen. Dat is in het donker nog erger en bovendien is dan het station afgesloten en is er geen enkele alternatieve route!

15min11

De goederentrein staat nu zo goed als stil, maar de tijd is bijna om.

15min12

Dit obstakel, een bovenleidingportaal, valt nog redelijk te nemen.

15min13

De goederentrein is gelukkig doorgereden, want hier zou het moeilijker geworden zijn. Je wordt hier het zogenaamde Profiel van Vrije Ruimte binnen gedrongen. Overal ten strengste verboden, behalve…

15min14

Een kleine parkeerplaats, alleen voor een enkele gelukkige die heel vroeg begint.

15min15

Voor de meeste werknemers volgt er een trapje naar beneden…

15min16

… een donker tunneltje in waar niet iedereen in het holst van de nacht doorheen durft. Een echt alternatief is er echter niet. Je kunt langs het station lopen, dat is vooral interessant als je nog drugs wil kopen. Zo af en toe wordt er echter ook iemand doodgeschopt. Dan is Eindhoven weer even in het nieuws.

15min17

Het poortje van het grote parkeerterrein.

15min18_1_550x

Toch nog een mooie tijd. Helaas is de trein nu al vertrokken. En hé? Mijn zwarte Citroën…..?!! Waar is mijn auto?

Wat scherven brengen

Geldrop 'round midnight

Geldrop ’round midnight

Geldrop, zondag 7 april 2013. De dag is net begonnen. Met een hoop kabaal voor de omwonenden van het station. Het geluid van brekend glas.

Letterlijk elke ruit van wachthokje of reclamebord is ingeslagen. Overal ligt glas. Stappen lijkt tegenwoordig synoniem te zijn aan vernielen.

Kun je werkelijk nog zeggen dat je je ‘s avonds – alleen – nog veilig voelt op dat station?

‘Ja,’zal NS volmondig zeggen. ‘Want er hangen camera’s en als de poortjes sluiten…’

Om de sociale controle wat te verhogen proppen we de treinen nog wat voller, maar ik denk dat het voor deze kleine stations bekeken is. Dit zullen spookstations worden. De meesten zijn het al.

Het enige dat hier zou kunnen helpen is menselijke aanwezigheid. Servicepersoneel, iemand aan het loket, een stationsopzichter. Maar dat zijn lang vervlogen tijden, die komen nooit meer terug.

De mens is een kostenpost geworden. En scherven? Ach, die brengen geluk.

Wakker Worden; Voor uw veiligheid

Zelfmoordpreventie door Ivar Wakker

Zelfmoordpreventie door Ivar Wakker

.

Zo sterk is paracetamol toch niet? Bij wijze van proef ben ik met de trein over een grote doos gereden. Bleef niets over van die paracetamol. We vreemd dat er gisterenavond plots vier aanrijdingen met een persoon waren in korte tijd. Zou je het spul voor de beste werking moeten snuiven?
Ik heb het gevoel dat paracetabever erachter zit, maar ik bemoei me niet met ruzies tussen mollen en bevers..

Nootmuskaat wordt ook nog steeds verkocht…
Wat dacht je van bananen…
1 x uitglijden over één schil en…
je kunt vreemd vallen.

50 tabletten is meer dan genoeg. Als je ze – zonder ze eerst in water op te lossen – door probeert te slikken, kom je toch niet verder dan zes of zeven..?
En opgelost in water? Bij de gedachte alleen al ga ik over m’n nek.
Nootmuskaat deed mijn oma altijd over de bloemkool. Ik vond een snufje al niet lekker en voor een beetje effect moet je minstens zo’n hele noot muskateren. Ik denk dat ik voorlopig nog maar even voor de trein kies…

.

The Elephant Man

Olifant

Filosofie voor machinisten – gevorderden

.

Reizigers vragen weleens aan mij: ‘Meester, waar zijn machinisten tijdens de rit eigenlijk zoal mee bezig. Alleen maar wat naar buiten staren is op den duur toch dodelijk saai?’

Staren, beste mensen, daar heeft een machinist geen tijd voor. Eén oogt speurt langs het spoor op zoek naar roestige rafels, botten en breuken. Het andere oog vergaapt zich aan de bovenleiding. Zit er geen steekje los, worden de portalen niet overbelast door het gewicht van de kabel en jagen we er wel genoeg spanning doorheen. Eén oor staat in verbinding met de treindienstleiding, het andere zit vastgekoekt aan de portofoon om in geval van nood direct de conducteur of conductrice naar de plaats des onheils te kunnen leiden.

Met de linkervoet schopt hij geesten en intermitterende – jawel, dat is er helemaal nooit uit geweest – spookverschijningen terug naar het Rijk der Dode Mannen, zijn rechtervoet is vrij om wat door de cabine te struinen, als die maar op tijd terug is als er een beroep wordt gedaan op zijn tyfoonkracht provocerend vermogen (TPV.) Zijn rechterhand zit gedurende de rit stevig om de remkraan geklemd, terwijl de linker soepeltjes de juiste hoeveelheid energie uit de bovenleiding zuigt. (Al is men het sinds de komst van de SLT binnen NS niet helemaal eens over de eigendomsrechten van de linkerhand.)

Inderdaad, deze taken worden na een tijdje routine. Dat wil niet zeggen dat het dodelijk saai wordt. Integendeel! Pas hier begint voor de machinist het echte werk, het echte leven.

Wie draait me terug?

Wie draait me terug?

Wie kan immers beter antwoord geven op de grote, existentiële vragen des levens dan de machinist, die door niets of niemand te beïnvloeden zijn oordeel over de wereld velt vanuit zijn hermetisch gesloten cabine?

Niemand! Eigenlijk zou op dit moment, begin januari 2013, de wereld er ook een stukje mooier uit moeten zien. Aan de machinist ligt het niet. De antwoorden op alle belangrijke vragen liggen keurig op implementatie te wachten. Alleen de communicatie laat het wat afweten. Zelfs duplex-verbindingen moeten tegenwoordig als mono-complex behandeld worden. En tussen alle oversenuiten-en-wiltuzichaandegespreksdisciplinehouden-sluiten hoef je geen zinnig woord meer te verwachten.

Heb je ooit een machinist over de oorzaak en het voorkomen van het treinongeluk in Amsterdam horen praten in het acht uur journaal?
Het antwoord ligt in zijn cabine.

Heb je ooit een machinist horen waarschuwen tegen de gevaren van het gebruik van almaar goedkopere infra?
Antwoord in zijn cabine.

Pieter van Vollenhoven zegt steeds: ‘De klap komt!’
Heb je ooit een machinist die uitspraak horen bevestigen of ontkrachten? Cabine.

Heb je ooit een machinist in het openbaar een vraag horen beantwoorden?

Kraats

De machinist kijkt er niet meer van op. Hij heeft geen punctuali-tijd om lang achterom te kijken. Waar hij ook gaat zitten, het is altijd de voorkant van de trein, op de toekomst gericht. Dat er niet naar hem geluisterd wordt, deert hem niet. Hij geeft zijn antwoorden zelfs als niemand de vragen nog durft te stellen.

Geen gemakkelijke taak, want dat het geen gemakkelijke vragen zijn, zie je aan bovenstaande foto. Geef hier maar eens antwoord op:

Circus. Olifanten en zebra’s, ja of nee?

 

Op de valreep…

Altijd veel te druk, dus altijd haast en met – ook nog eens? Jawel! – een nachtdienst in het verschiet: De Op de Valreep-blog 2012. Het is natuurlijk onmogelijk alles wat in 2012 is blijven liggen, nu nog te verwerken. Zeker niet als het restant 2011 als een vis in een Chinees aquarium op ruit blijft slaan en het vat beton 2010 door tegenstribbelende bewegingen van de inhoud maar niet wil drogen.

So… ff kwik:

 

Aan de Nightwriters: de winnende verhalen-in-zes-woorden van 2012.

Op de valreep, Mulisch voor ‘tonweer:

Dat waren er geen zes, Diederik!

Delilah: Je denkt weer met je ….

Eén leugen verkeerd? De andere regeert.

Het verstand komt met de haren.

Musical 2013: knippen helpt niet meer.

Hoezo tijdslimiet? Harry toch ook? En wat dan nog? Ach barst toch, komt helemaal geen vrouw bij die dokter…

treedt uit de schaduw

2013 treedt uit de schaduw van 2012…

Vijftig Tinten:

 tweet jeepech

 

 

brug 

Reinaprinsengeerlings jezelf Kluun, ik ben nooit te laat.

 

NS in zes, vijf voor NS:     #NSin6

Railmail: …small step for NS men…     #NSin6

…a giant leap for NS kind.   #NSin6

Eerste geplande werkzaamheden in 2013: Roparun..!    #NSin6

Bij elkaar: rails, communicatie en snelheid.    #NSin6

Iedereen gelijk, iedereen spoort, iedereeNS…     #NSin6

.

Verdorie, op de valreep nog de allerlaatste trein van 2012 missen….

Samson en Rutte voor de knipbeurt

Samson en Rutte vóór de knip..

Korte conducteurs in te lange treinen.

Dit is – ongeveer – het omroepbericht dat eind oktober 2012 door de intercity van Eindhoven naar Venlo schalde:

Gelukkig mag men eersteklas… staan.

.

De laatste maanden regent het klachten over te korte treinen in de spits. Een deel van die protesten heeft NS zelf over zich afgeroepen door na de zomer de treinen niet meer op de oorspronkelijke lengte (van vóór de vakantie) terug te brengen, maar juist nog verder in te korten. Ongetwijfeld gedaan om kosten te besparen in deze economische crisis, maar zonder voldoende te beseffen dat forenzen – die vaak elke dag op dezelfde tijd dezelfde trein nemen – een verklaring zouden eisen. De eersteklas reiziger voelde zich dubbel gepakt omdat hij nu tweedeklas mocht staan, ondanks zijn dure jaarkaart, en stapte als eerste over op de auto.

Maar een echte verklaring bleef uit. Zo lang, dat defect materieel niet meer als plausibele reden kon worden gegeven. NS_Online draaide zich een wisselstoring in de rondte om er iets zinnigs van te maken maar komt ten slotte ook niet verder dan de standaard tekst:

Met als conclusie dat het wellicht beter is een trein eerder of later te nemen. Iets dat veel mensen wel willen, maar vanwege hun werkzaamheden niet kunnen. En daar valt ook de grote groep NS’ers onder die elke dag naar het simulatorcentrum in Amersfoort reist. Om 08:45 uur moet je aanwezig zijn.

Het bovenstaande filmpje laat echter zien dat het ook anders kan: vertraging door te lange treinen. Het gaat daarbij niet zozeer om de lengte van de trein, maar om het aantal conducteurs dat daarbij minimaal aanwezig hoort te zijn. Staat een trein namelijk in een bocht langs het perron, dan kan één persoon onmogelijk de hele trein overzien en kan deze de trein dus ook niet veilig laten vertrekken. Hij weet immers niet zeker dat er nergens iets tussen de deuren is blijven steken. Tijdens de beoogde rit, heb ik als machinist de conducteur ondersteund. Dat betekende wel dat ik telkens als de deuren gesloten waren, nog 50 tot 100 meter moest lopen naar de cabine. Ik vraag me af of de korte conducteur dat wel omgeroepen heeft: Goedemiddag dames en heren, wij wachten nog even op de machinist die op dit moment buiten loopt op weg naar zijn cabine. Ook hij heeft niet zulke lange benen….

Voordat we te veel goede hoop krijgen, de (aankondiging van) bezuinigingen er ook maar bij.

in samenwerking met

Spookrook en laag over de grond scherende lidwoorden

Spookrook en laag over de grond scherende lidwoorden

Felicitatiecolumn in de eerste Koppeling van 2013, door de redactie vergeten mij te vragen die te schrijven.

Bevroren Koppeling

Zeer geachte heer Meerstadt, Bert voor intimi,

Geachte heer Meerstadt, het is alweer vier jaar geleden dat ik als schrijvend machinist gevraagd werd een welkomstwoord tot u te richten in de Koppeling. Maar goed dat ik toen direct twee columns heb aangeleverd, want nu mag het niet meer. Ik hoor zelfs niet meer bij de scherpschutters van de oNS! Ik mag alleen nog woorden richten als twee of drie naamloze begeleiders de loop naar beneden gedrukt houden en ik geen woorden gebruik die op het taboe-lijstje van de censuur zijn geplaatst.

Nou, met laag over de grond scherende lidwoorden raak je geen enkel target en verliest een column – die toch vooral emotie wil oproepen of een reactie uitlokken – zijn doel. Ik heb echter goede hoop dat een en ander weer ten goede keert als we – zoals beloofd – gaan Leren van Fouten.

Toch vind ik het jammer dat al die oude Koppelingen op de digitale hogesnelheidslijn verloren zijn gegaan. Tja, wisselstroom in plaats van gelijkspanning, maar misschien bevindt zich onder uw bureau of achter een oud schilderij in uw werkkamer nog wel een geheime ruimte met daarin een doos met blauw-vergeeld papier.

Spookrook in Eindhoven

De eerste column die ik voor u schreef – Vroeger… geplaatst in Koppeling 1869, het laatste nummer van 2008 – is nostalgisch ouderwets; knisperen bij de gashaard met de Streets of Londen op de pick-up. (Knisperend geluid is eventueel ook op cd verkrijgbaar als een brandhaard u te veel aan spookrook in de Schipholtunnel doet denken.)

De tweede column – De Leidtoon uit Koppeling 1870, het eerste nummer van 2009 – is nog verassend actueel. De veranderende visie op het nut van bepaalde muzieknoten in een toonladder, gewaagd politiek ter discussie gesteld door Arnold Schönberg als vertegenwoordiger van de dodecafonie, choquerende beslissingen aan de top die tot briljante oplossingen kunnen leiden en diversiteit als noodzaak om het leiderschap op een positieve manier spannend te houden, zijn de onderwerpen die ik tot mijn eigen verbazing in zo’n V250 woorden heb weten te vangen.

Met de kennis van nu – en een vooruitziende blik – kun je gerust stellen dat deze column reeds in december 2008 voor de feestelijke première – helaas in afwezigheid van de schrijver van het stuk – in januari 2013 is gecomponeerd.

Beste meneer Meerstadt, bij dezen alvast van harte gefeliciteerd met nogmaals vier jaren als President-directeur van de Nederlandse Spoorwegen en mijn aanbod in de laatste regel van De Leidtoon staat nog steeds, geen censurist die zo dicht bij dat vuur durft te komen.

Spoor 18a in Eindhiven

Met vriendelijke groet,

Geert König

Masjinist

PS. Hoe managet u het toch om elke minuut van de dag een machinist zo dicht op uw huid te voelen dat u hem in- en uitademt en tegelijk zo veel afstand tot het vak te bewaren?

Mocht het oud papier toevallig toch per ongeluk gewist zijn, dan kunnen vuur en machinist u wel aan een geheime link helpen. Dat laatste blijft – hoop ik van machinist tot machinist – natuurlijk wel tussen ons.

Tuin in Eindhoven

Zelfportret

 

Onveilig contact (Vijftig tinten geel/blauw)

Windmolen

Het is vandaag donderdag. Beweert men. Donderdag 18 oktober. Donderdagmorgen 18 oktober 2012. Donderdagmorgen 18 oktober zo vroeg in de ochtend dat het nog nacht lijkt. Ik begin aan de laatste van vier hele vroege diensten en ben nog niet echt wakker. Meestal ontwaak ik zo rond half tien. Prettig als dan al een halve dienst voorbij is. Nu schrik ik wakker van de telefoon. Bijsturing. Of ik al aanwezig ben.
‘De hoofdconducteur heeft nog geen machinist gezien.’
‘Ik ben er vlakbij. Maar het is toch nog lang geen tijd?’
‘Nee,’ zegt de bijstuurder slaperig, zonder op de klok te kijken. ‘Over twee minuten moet je rijden.’ Aan zijn stem hoor ik dat hij de klok heeft gevonden. Ik kijk op mijn horloge. Lukt niet. Ligt thuis. Ik kijk op mijn telefoon. Nu zie ik wat er aan de hand is. Men heeft alle stationsklokken vijf minuten vooruit gedraaid.

   Op tijd of niet op tijd? Dat is niet de vraag. De twee SGM Sprinters willen namelijk wel rollen, maar niet rijden. Zodra ik tractie geef – tractie is het elektrische antwoord op gas – grijpt de ATB in en staat de trein vol op de rem. Samen met de hoofdconducteur – ofwel hc – controleer ik alle remkranen en handremmen, maar daar mankeert niets aan. Dan het Materieelbureau maar gebeld.
‘Zet u op de achterwand de vier meest linkse stotzen maar een keer uit. Dan resetten we de zaak even.’ Ik draai me naar de achterwand. Natuurlijk, resetten. Dat is het meest effectieve middel om heden ten dage storingen te verhelpen. Hoe kon ik het vergeten. Werkt er iets niet? Dan gaan we resetten.
De airco in een VIRM uitgevallen? Even resetten.
Storingen in de laagspanning? Moet je een trein ook niet aandoen, laagspanning. Probeer te resetten.
De SLT doet helemaal niets meer? Dan zou ik maar gaan resetten.
De deuren sluiten niet? Houdt u er rekening mee dat tijdens het resetten eerst alle deuren zonder klembeveiliging dichtslaan?
De Railpocket werkt niet? Heb je wel een soft reset gedaan?
WC defect? Resetten tot het dik onder de deur doorstroomt.

   ‘Nou, ik zie wel stotzen, maar daar staan heel andere nummers bij.’
‘De eerste vier zouden het moeten zijn.’
‘Die hebben allemaal de letter R, R1 tot en met R4 en niet F9 tot en met F12. Wacht, hier zie ik wel iets met remmen. Weet je wat, ik zet ze allemaal wel even uit.’ Vier of veertig, wat is het verschil?
‘Dat is goed. En wilt u ze over een minuutje dan weer inschakelen?’

   We zijn bijna een half uur aan het experimenteren als de storingsmonteur arriveert. Ik ben de trein diverse keren doorgelopen om iets te controleren of een schakelaartje om te zetten, maar het resultaat blijft nul. Mijn conducteur zit al lang en breed aan de koffie als de storingsmonteur vraagt of de blauwe lamp in de achterste cabine gaat branden als ik in de voorste cabine tractie inschakel.
‘Nee, daar heb ik niet naar gekeken. Ik heb wel via de achterste cabine de trein opgebouwd, maar ook daar gaf hij met een gele lamp een storing in de pneumatische rem aan, waarna de rode lamp van de ATB begon te branden. Blauw heb ik niet gezien. Heb ik ook niet naar gekeken.’

    Door al deze gekleurde lampjes te noemen, gaat de storingsmonteur een lichtje op. Binnen no-time heeft hij het probleem gevonden. Er is niets mis met de remmen, slechts een contactpuntje in het systeem zit los en is nu zo onbetrouwbaar dat het tijdens elke remming de storingsmeldlamp ten onrechte kan doen ontbranden, waardoor de trein – die buiten de communicatie tussen storing en storingsmelding gehouden wordt – denkt dat er iets grondig met hem mis is en uit alle macht de rem erop gooit. Een onveilig contact dat hersteld moet worden voordat de trein, of liever het treinstel, ingezet kan worden in de reizigersdienst.

   Ondertussen heeft de knooppuntcontroller mij een keer of tien gebeld met de vraag hoe het ermee staat. De trein naar Deurne is inmiddels opgeheven, maar nu komt ook de trein van Eindhoven naar Nijmegen in gevaar. Dat is namelijk dezelfde trein. Uiteindelijk stel ik hem voor de trein te splitsen en alleen het voorste stel te laten rijden, want daar zit het probleem niet. Misschien kunnen ze in Den Bosch de trein dan weer op sterkte brengen.

   Een prima idee vindt de knooppuntcontroller, maar die heeft geen rekening gehouden met de perronopzichter.
‘Als jij met die trein kunt rijden, dan onmiddellijk naar spoor vier twee!’
‘Maar als ik hem hier splits kan hij nog als negen zes één acht naar Den Bosch.’
‘Hallo, met de perronopzichter.’ Hij heeft het niet meer tegen mij, maar tegen de treindienstleider. ‘Ja, graag met spoed afrangeren naar vier twee.’
‘Dan gaat deze dus niet als negen zes één acht rijden,’ stel ik meer als conclusie dan als vraag.
‘Jij gaat direct naar vier twee.’
‘Dus het wordt niet de negen zes één acht,’ probeer ik een laatste keer. ‘Dan wordt ook die trein opgeheven.’
‘Maar wanneer rijdt die zesennegentig tachtig dan?’ Het klinkt enigszins geïrriteerd.
‘De zesennegentig achttien.’
‘O ja, de negen zes één… Nou je hebt al veilig. Ga eerst maar naar vier twee, als je daar bent, dan zien we wel weer verder.’

   Onderweg naar vier twee, belt de knoop weer.
‘Ik heb een retmachinist naar drie één gestuurd, daar staat ook nog een SGM. Hij rijdt via de westkant naar spoor zes, als jij die van vier twee er dan tegenaan zet, wordt dat de nieuwe negen zes één acht.’
‘Ja, dat is goed. Maar nu zit ik in het verkeerde stel. De achterste deel moet achterblijven. Ik kan dus alleen het opstelterrein af door eerst de trein te splitsen, dan door te rijden naar vier zeven, wissels om te gooien en dan via vier één terug naar het station te rijden. Dat kost wel wat tijd.’
‘Het is niet anders.’

    Ik kijk op mijn arm, maar daarom zit nog steeds geen horloge. Mijn gevoel zegt me dat ik al minimaal twee uur aan het rennen ben. Daarvan zal beslist één uur waar zijn. Op spoor vier twee komt er nog meer zweet bij. Teruglopen naar halverwege de trein, deze splitsen en in het deel van de trein dat in Eindhoven achterblijft de sluitseinen ontsteken. In verband met de kostbare tijd zet ik hem in deze cabine in de schoonmaakstand. Jammer voor de volgende vliegende spoorwegpersoon, maar nood breekt wet. (Tenzij het om een stervende zwaan gaat natuurlijk, maar dat spreekt voor zich.)

   ‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.’

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.’

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.’

‘Oproep voor de procesleider NedTrain, over.’

       Zucht.

   ‘Oproep voor de treindienstleider minimaal bevoegd NedTrain, over.’
‘Hier met de treindienstleider NedTrain, spreekt u vrijuit.’
‘Mag ik met het aankomende achterste deel van de negen zes een acht voorbij het S-bord op vier twee naar vier zeven en dan van vier zeven via vier één naar zes?’
‘Jij hebt toestemming om op spoor vier twee alfa het S-bord te passeren naar vier twee bravo, door naar vier zeven en als je omgebouwd bent mag je optrekken richting het S-bord op spoor vier één, over.’
‘Tweeënveertig voorbij het S-bord toegestaan en dan via zevenenveertig naar eenenveertig S-bord is begrepen. Bedankt en uit, uhm, sluiten.’ Uitsluiten? Ja, dat gebeurt hier steeds vaker. En dat ’s-morgens om zes uur, en een beetje vanwege alle reeds verrichte werkzaamheden.

    Ik mag van de echte treindienstleider het stopbord op eenenveertig passeren. Tegelijk zie ik een rood sein doven, terwijl er geen vrolijker kleurtje voor in de plaats komt. Ach, als ik dan toch bezig ben, kan er dat ook nog wel bij. Ik meld het gedoofde sein bij de treindienstleider die me zonder veel officieel geneuzel door laat rijden naar spoor zes. Nog even combineren en ik kan plaatsnemen waar ik thuis hoor: de cabine van een reizigerstrein mét reizigers. Even geen GSM-r, portofoon, of telefoongeklets meer aan mijn hoofd.

   Jammer, maar te vroeg gejuicht. Keurig netjes toucheer ik het treinstel voor me. Ik begroet het als ware het een oude vriend. Kwijtgeraakt maar nooit verloren. Hé, hoe is het ermee? Dat is lang geleden. Vertel eens…
   Maar het treinstel tegenover me vertrekt geen spier. Geen vriendelijk begroetingswoord komt er uit zijn mond. Ik laat mijn koppeldoos zachtjes tegen de zijne stoten, maar hij laat me stoïcijns weer achteruit rollen.

    Een collega op de vaste wal ziet het gebeuren. Dapper springt hij het spoor in om handmatig de koppeldoos van mijn treinstel open te trekken en weer te sluiten. Ik doe hetzelfde bij mijn tegenligger. Feitelijk niets anders dan het resetten van de koppeling. Nogmaals steek ik mijn hand uit als vriendschappelijke toenadering. Ditmaal wordt hij aangenomen. Hoera, de trein kan rijden. Zodra die een machinist heeft, maar die is onderweg, want dat ben ik. Dus nu even geen logistieke problemen. Geen logistieke problemen, hoort iemand mij?

    Terwijl de perronopzichter al zenuwachtig op zijn horloge staat te tikken, komt er een rangeerder aangelopen.
‘Deze trein wordt opgeheven. Ik moet hem naar de tuin brengen.’
‘Opgeheven? Terwijl ik er zoveel moeite voor heb gedaan?’
‘Ik kan er ook niets aan doen, ik moet hem alleen wegbrengen.’
‘En we hebben net zo fijn samengewerkt…’
‘Ja, dat zie ik.’ Het klinkt cynisch, een beetje dan.

   Wat troosteloos zie ik mijn trein in de verkeerde richting vertrekken. Maar echt tijd om te treuren krijg ik niet. Bijsturing aan de lijn.
‘Passagier maar naar Nijmegen, dan kun je daar je eigen dienst weer oppikken.’
‘Goed, dan ga ik naar Nijmegen passagieren.’

   Ik kruip zo onzichtbaar mogelijk in de achterste cabine van de trein richting Schiphol. Een trein die keurig op tijd vertrekt, waar een vriendelijk conductrice direct na vertrek de reizigers een prettige reis wenst en alvast waarschuwt voor werkzaamheden rond Arnhem, over twee weken.

Zo moet het. Ja. Zo moet het.

160 graden bij 130 kilometers

Eind vorige week heb ik een nieuwe camera gekocht. Een digitale compact camera. Van Casio. Casio Nefilim. Of nee, Exilim. Een Casio Exilim EX-ZR200. In het blauw. Met heel veel afkortingen op de doos, zoals HDR, HDMI en HS. Dat laatste maakt hem zo bijzonder geschikt voor spoormensen. Want wij kennen de HS natuurlijk al van de Fyra en High Speed. Als de HS op de camera maar half zo goed werkt als onze HiSpeed op de rails, ben ik al dik tevreden.

Panorama Mesdag

Maar deze camera kent nog meer leuke trucjes. Zo maakt hij ook heel eenvoudig – als je tenminste een vaste hand hebt – panoramafoto’s. Dan maakt je één foto in 360 graden om je heen. Als je die foto laat afdrukken en kop en kont aan elkaar plakt, dan word je gek. Tenzij je Mesdag heet, dan betaalt men er grif voor. Alleen om het even te bekijken. Die mensen zijn gek.

Maar het is de bedoeling dat je panoramafoto’s vanuit een stilstaand punt neemt. Een half panorama vanuit een met 130 km/uur voortrazende cabine levert een bijzonder panorama. Kop en kont liggen namelijk honderden meters uit elkaar. De trein is immers na het begin van de opname doorgereden.

Een paar eerste experimenten. Genomen op zondag 21 oktober 2012.

railpocket

oud: UIT nieuw: SLUITEN

Woensdag 17 oktober 2012,
trein 1727 van Rotterdam/Den Haag naar Enschede.

   Ik rijd het treindeel dat vertrekt vanaf Den Haag Centraal. Ongeveer vijf minuten te laat, omdat de trein hier gesplitst wordt en het achterste deel – bij binnenkomst zodat het bij vertrek dus vóór mijn trein staat – eerst zijn bielzen moet pakken om mij de noodzakelijk minimale bewegingsvrijheid te gunnen.

Kan een hele mooie ervaring worden…

    Ik ben het rangeerterrein nog niet voorbij, als de treindienstleider belt.
‘Met de machinist van de één zeuven twee zeuven, goedemorgen.’
‘Goedemorgen meester. Ik wil u even doorgeven dat u tot Gouda rustig aan kunt doen, de stoptrein zit namelijk voor u.’
‘Tot Gouda zit ik achter de stoptrein? Oké, ik ga er rekening mee houden. In ieder geval bedankt voor de informatie.’

   De ‘schade’ valt gelukkig mee. In Gouda staat het sein al veilig en als het zo doorgaat ben ik nog op tijd in Utrecht om op het treindeel uit Rotterdam te combineren. Terwijl de hoofdconducteur het vertrekbevel geeft en ik wacht op de groene lamp die meldt dat alle deuren gesloten zijn en ik veilig kan vertrekken, zie ik op links een goederentrein passeren. Het zal toch niet waar zijn?

   ’Dames en heren, goedemorgen. Zoals u wellicht is opgevallen, zijn wij in Gouda de stoptrein die ons vertraagde, gepasseerd. Wij vervolgen onze weg nu achter een goederentrein.’

   Het is wel waar en hoewel de goederentrein ons in Woerden verlaat, lukt het me niet meer op tijd in Utrecht te arriveren. Als ik uiteindelijk de laatste bocht door rail, schrik ik van de kleur van de eerstkomende seinen. Veilig door terwijl ik moet combineren? Ik zal toch niets gemist hebben?
Gelukkig is mijn hc wel gebeld en zij weet me te vertellen dat onze trein niet gecombineerd wordt en zelfstandig doorrijdt naar Amersfoort.

   Omdat de trein nu korter is dan gepland, zet ik hem voor de reizigers zo gunstig mogelijk langs het perron. Als ik uitstap, zie ik aan de andere kant van de trein een machinist de cabine in klimmen. Prima geregeld. Zo lijkt het tenminste.

Deventer

   In de buurt van de trap valt mijn oog op de onderste regel in de perronaanwijzer, die verder omhoog in grote letters Deventer belooft: Deze trein rijdt vandaag niet. Ik kijk even naar de volle trein en de conducteurs die proberen de klanten zo goed mogelijk over de trein te verdelen. Het zal wel een fout zijn die je geregeld ziet. Als een trein te laat vertrekt gebeurt het vaak dat in de perronaanwijzers de tekst komt te staan van de volgende trein die vanaf dat perron moet vertrekken. Een fout die ze maar moeilijk uit het systeem kunnen krijgen en die steeds voor veel verwarring bij de reizigers zorgt.
Instappen? Of niet instappen? Zal ik wel? Toch maar niet.

   Ik geniet in het personeelsverblijf het restant van mijn pauze, als ik over de portofoon – die nog aanstaat in zak van mijn colbert – een oproep ontvang bestemd voor de machinist van de 1727.
‘Machinist één zeven twee zeven, spreekt u vrijuit.’
‘Hier met de hc van de zeventien zevenentwintig. Meester, weet u waarom we nog niet kunnen vertrekken, over.’
‘Nee, geen idee. Ik zal de treindienstleider even bellen. Een ogenblikje.’

 *-*-*

   Ik draai het volumeknopje op mijn portofoon terug. Ik hoef niets meer te horen. Ik heb het zelf vaak genoeg meegemaakt. Rijdt de ene helft van de trein op schema, dan is het statistisch gezien voordeliger de helft die te laat is op te heffen. Ook al gaat het slechts om vijf minuten. Ualiteit is een belangrijk punct.

    De reizigers?
Ach…

   ‘Meester van de zeventien zevenentwintig?’
‘Hier de machinist van de één zeven één zeven…
.…Sluiten.’

 

Paarden op Dijk

.